De 55-jarige geschiedenis van de Chinese Communistische Partij (CCP) is geschreven met bloed en leugens. De verhalen achter deze bloedige geschiedenis zijn uitermate tragisch en nauwelijks bekend. Onder het bewind van de CCP zijn 60 tot 80 miljoen onschuldige Chinezen vermoord en hun families gebroken achtergelaten. Veel mensen vragen zich af waarom de CCP mensen vermoordt. En terwijl de CCP recentelijk met geweerschoten een protesterende menigte in Hanyuan heeft onderdrukt en nog altijd doorgaat met haar meedogenloze vervolging van Falun Gong beoefenaars, vragen mensen zich af of we ooit nog de dag zullen zien waarop de CCP zal leren spreken met woorden in plaats van met vuurwapens.
Voorwoord
 | | Een tekening die de aanval op en verkettering van een ‘anti-revolutionair’ door CCP activisten weergeeft. |
|
Mao Zedong vatte het doel van de Culturele Revolutie samen: “…na de chaos bereikt de wereld een staat van vrede, maar na zeven of acht jaar moet er opnieuw chaos plaatsvinden.”[1] Met andere woorden, er moet elke zeven of acht jaar een politieke revolutie plaatsvinden en er moet elke zeven of acht jaar een groep mensen worden gedood.
Er zitten een ondersteunende ideologie en praktische overwegingen achter de slachtpartijen van de CCP.
Ideologisch gezien gelooft de CCP in ‘de dictatuur van het proletariaat’ en ‘constante revolutie onder de dictatuur van het proletariaat’. Daarom vermoordde de CCP, nadat zij aan de macht kwam in China, de grondbezitters om het probleem van de productie-verhoudingen op het platteland op te lossen. Zij vermoordde de kapitalisten met als doel de commerciële en industriële hervorming te bereiken en het probleem van productieverhoudingen in de steden op te lossen. Nadat deze twee klassen waren geëlimineerd waren de problemen gerelateerd aan de economische grondslag opgelost. Op dezelfde wijze vroeg het oplossen van problemen gerelateerd aan de superstructuur[2] ook om slachtpartijen. De onderdrukking van de Hu-Feng anti-Partij groep[3] en de anti-Rechtse campagne elimineerde de intellectuelen. Het vermoorden van de Christenen, Taoïsten en Boeddhisten en populaire volksgroepen loste het “probleem” van religies op. Door middel van massamoorden werd tijdens de Culturele Revolutie in cultureel en economisch opzicht de absolute heerschappij van de CCP gesticht. Zo werd de slachtpartij op het Plein van de Hemelse Vrede gebruikt om een politieke crisis te voorkomen en democratische eisen in de kiem te smoren. De vervolging van Falun Gong is bedoeld om de kwestie van geloof en traditionele geneeskunde op te lossen. Deze acties waren allemaal noodzakelijk voor de CCP om haar macht te versterken en haar heerschappij te behouden ten aanzien van voortdurende financiële crises (de prijzen voor consumptiegoederen rezen de lucht in na de machtsovername van de CCP, en de economie van China stortte na de Culturele Revolutie bijna in), politieke crises (mensen die de bevelen van de Partij niet opvolgden of die politieke rechten met de Partij wilden delen) en crises van vertrouwen en geloof (het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie, politieke veranderingen in Oost-Europa en de Falun Gong kwestie). Met uitzondering van de Falun Gong kwestie werden bijna al deze politieke campagnes gebruikt om het kwade CCP spook te doen opleven en om het verlangen naar revolutie aan te wakkeren. De CCP gebruikte deze politieke campagnes ook om haar leden te testen en diegenen die niet aan de eisen van de Partij voldeden te elimineren.
Het doden van mensen is voor de CCP ook om praktische redenen noodzakelijk. De CCP begon als een bende schurken en gespuis, die moordde om de macht te verkrijgen. Toen dit precedent eenmaal was gezet, was er geen stoppen meer aan. Constante terreur was nodig om mensen te intimideren en ze te dwingen de absolute heerschappij van de CCP uit angst te accepteren.
Aan de oppervlakte mag het misschien lijken alsof de CCP ‘gedwongen was te doden’, en dat de verschillende gebeurtenissen toevallig het kwade CCP-spook irriteerden en per ongeluk haar veelzijdige moordmachine in werking stelden. In feite dienen deze voorvallen als een masker om de noodzaak van de Partij om te doden te verbergen. Regelmatig terugkerende moordpartijen zijn een vereiste voor de CCP. Zonder deze pijnlijke lessen zouden mensen misschien gaan denken dat de CCP zich aan het verbeteren is en zouden dan democratie gaan eisen, zoals de idealistische studenten van de democratische beweging in 1989. Slachtpartijen die elke zeven of acht jaar terugkeren dienen om herinnering aan terreur bij het volk te doen heropleven en kunnen de jongere generatie waarschuwen – wie ook maar de CCP tegenwerkt, of haar absolute leiderschap wil uitdagen, of de waarheid omtrent China’s geschiedenis tracht te vertellen, zal te maken krijgen met de ‘ijzeren vuist’ van de dictatuur van het proletariaat.
Doden is een van de meest essentiële manieren van de CCP geworden om de macht te behouden. Met het escaleren van haar bloedige zonden zou het neerleggen van het slagersmes mensen aanmoedigen wraak te nemen voor de criminele daden van de CCP. Daarom waren uitvoerige en grondige slachtpartijen alleen niet genoeg, het moest ook nog eens gedaan worden op de meest beestachtige manier om het volk zo effectief mogelijk te intimideren, en dan vooral in het begin toen de CCP haar heerschappij aan het vestigen was.
Omdat het doden als doel had een zo groot mogelijke angst in te boezemen, werden de slachtoffers van deze vernietiging willekeurig en irrationeel gekozen. In elke politieke campagne gebruikte de CCP de methode van genocide. Neem bijvoorbeeld de onderdrukking van contrarevolutionairen. De CCP onderdrukte niet zozeer de reactionaire gedragingen maar de mensen die zij contrarevolutionair noemde. Als iemand ingeschreven stond en dienst had gedaan in het Nationalistisch Leger (Kuomintang, KMT) maar desondanks absoluut niets politieks gedaan had, zou deze persoon na de machtsovername door de CCP nog steeds vermoord worden vanwege zijn reactionaire geschiedenis. In het proces van landhervorming vermoordde de CCP vaak de gehele familie van een grondbezitter om ‘de wortel van het probleem’ te verwijderen.
Sinds 1949 vervolgde de CCP meer dan de helft van het Chinese volk. Een geschatte 60 tot 80 miljoen mensen overleden aan onnatuurlijke doodsoorzaken. Dit aantal overstijgt het totale aantal doden van de twee Wereldoorlogen samen.
Net als in andere communistische landen omvat het moedwillige doden begaan door de CCP ook de beestachtige slachting van haar eigen leden om dissidenten te verwijderen die een gevoel van humaniteit boven de principes van de partij stellen. Het bewind van terreur van de CCP is zowel van toepassing op de bevolking als op haar eigen leden in een poging een ‘onoverwinnelijke vesting’ te behouden.
In een normale maatschappij laten mensen hun zorg en liefde voor elkaar blijken. Ze hebben respect voor het leven en geloven in een hogere macht. In het Oosten zeggen mensen: “Wat U niet wil dat Uzelf geschiedt, doe dat bij een ander niet.”[4] In het Westen zeggen mensen,: “Heb Uw naaste lief als Uzelf.”[5] Omgekeerd is de CCP van mening dat “de geschiedenis van alle bestaande samenlevingen een geschiedenis van klassenstrijd is”.[6] Om de ‘strijd’ binnen de gemeenschap in leven te houden, moet er haat gegenereerd worden. De CCP neemt niet alleen levens, zij moedigt het volk tevens aan elkaar te doden. Zij streeft ernaar mensen ongevoelig te maken met betrekking tot het leed van anderen door hen constant te omringen met moordpartijen. Zij wil dat mensen verdoofd worden door een veelvuldige blootstelling aan onmenselijke wreedheden om de mentaliteit te ontwikkelen dat ‘het beste waar je op kunt hopen is te vermijden zelf vervolgd te worden’. Al deze lessen geleerd van de wrede onderdrukkingen dienen ervoor de heerschappij van de CCP in stand te houden.
Afgezien van de verwoesting van ontelbare levens heeft de CCP ook de ziel van het Chinese volk verwoest. Een groot aantal mensen zijn getraind om te reageren op de dreigementen van de CCP door al hun rede en principes geheel overboord te gooien. In zekere zin is de ziel van deze mensen gestorven – een feit nog beangstigender dan de fysieke dood.
I. Huiveringwekkende moordpartijen
Voordat de CCP aan de macht kwam schreef Mao Zedong: “We zullen zeker geen beleid van welwillendheid voeren ten opzichte van de reactionairen en ten opzichte van de contrarevolutionaire activiteiten van de reactionaire klassen.”[7] Met andere woorden, zelfs voordat de CCP Beijing overnam, had zij zich al voorgenomen om tiranniek te handelen onder het eufemisme van ‘de democratische dictatuur van het volk’. Hieronder volgen een aantal voorbeelden.
Onderdrukking van de reactionairen en landhervorming
In maart 1950 verkondigde de CCP “bevelen om reactionaire elementen rigoureus te onderdrukken”, wat historisch gezien bekend staat als de onderdrukkingscampagne van de contrarevolutionairen.
In tegenstelling tot al de keizers die amnestie verleenden aan het hele land nadat ze werden bekroond, begon de CCP te moorden vanaf het moment dat ze aan de macht kwam. Mao Zedong zei in een document: “Er zijn nog steeds veel plaatsen waar mensen geïntimideerd zijn en niet op grote schaal openlijk de reactionairen durven te vermoorden.”[8] In februari 1951 zei de CCP dat, afgezien van de provincie Zheijiang en het zuidelijke gedeelte van de provincie Anhui, “andere gebieden die niet genoeg moorden, in het bijzonder in de grote en middelgrote steden, moeten doorgaan met het arresteren en vermoorden van een groot aantal mensen en zouden niet te snel moeten ophouden”. Mao raadde zelfs aan dat “op het platteland er meer dan 1/1000 van de totale populatie gedood zou moeten worden om de reactionairen te elimineren… in de steden zou het minder dan dat moeten zijn.”[9] De populatie van China in die tijd was ongeveer 600 miljoen; dit ‘koninklijk bevel’ van Mao zou tot tenminste 600.000 doden geleid hebben. Niemand weet waar deze ratio van 1/1000 vandaan kwam. Misschien besloot Mao in een ingeving dat 600.000 levens genoeg zou moeten zijn om een basis te leggen voor het creëren van angst onder de mensen, en gaf dus het bevel om dit te laten gebeuren.
Of degenen die vermoord werden hun dood hadden verdiend, was voor de CCP van geen belang. De “Verordeningen van de Volksrepubliek China voor het straffen van reactionairen”, aangekondigd in 1951, bepaalde zelfs dat degenen die “geruchten verspreiden” onmiddellijk “geëxecuteerd kunnen worden”.
Terwijl de onderdrukking van reactionairen vurig werd uitgevoerd, vond er ook op grote schaal een landhervorming plaats. In feite was de CCP al begonnen land te hervormen in de door haar bezette gebieden sinds het einde van de jaren 1920. Aan de oppervlakte lijkt landhervorming een gelijksoortig ideaal te bepleiten als dat van het ‘Hemelse Rijk van Taiping’[10], namelijk dat iedereen land zou hebben om te verbouwen, maar eigenlijk was het slecht een excuus om te doden. Tao Zhu, die nadien de vierde plaats in de hiërarchie van de CCP zou innemen, had een strijdkreet voor landhervorming: “Elk dorp bloedt, elk gezin vecht”, waarmee hij bedoelde dat in ieder dorp de grondbezitters dood moesten.
Landhervorming had ook bereikt kunnen worden zonder te doden. Het had op dezelfde wijze bewerkstelligd kunnen worden zoals de Taiwanese overheid dat deed. Zij voerde landhervorming uit door het landgoed van grondbezitters op te kopen. Echter omdat de CCP ontstaan was uit een bende schurken en het lompenproletariaat, wist zij alleen maar hoe te roven. Omdat zij bang was voor wraakacties na deze roofpartijen, moest de CCP natuurlijkerwijs haar slachtoffers doden om zo de bron van moeilijkheden de grond in te stampen.
De meest voorkomende manier van het doden tijdens de landhervorming stond bekend als de ‘strijdbijeenkomst’. De CCP fabriceerde misdaden en beschuldigde grondbezitters of rijke boeren. Het publiek werd gevraagd hoe ze gestraft moesten worden. Er waren dan al enkele CCP-leden of activisten in de menigte neergezet om te schreeuwen: “We moeten ze doden!” De grondbezitters en rijke boeren werden dan ter plekke geëxecuteerd. In die tijd werden degenen die land bezaten in dorpen geclassificeerd als ‘bullebak’. Degenen die van boeren misbruik maakten werden ‘gemene bullebakken’ genoemd, degenen die vaak hielpen met het repareren van publieke faciliteiten en geld doneerden aan scholen en aan hulpverlening voor natuurlijke rampen werden ‘aardige bullebakken’ genoemd en degene die niets deden werden ‘stille of geruisloze bullebakken’ genoemd. Een classificatie als deze was zinloos, omdat al deze ‘bullebakken’ uiteindelijk ter plekke geëxecuteerd werden, ongeacht tot welke ‘bullebak’-categorie ze behoorden.
Op het einde van 1952 bedroeg het door de CCP gepubliceerde aantal geëxecuteerde ‘reactionaire elementen’ ongeveer 2,4 miljoen. Feitelijk was het totale aantal vermoorde grondbezitters en voormalige, zich onder districtsniveau bevindende, KMT-overheidsbeambten minstens 5 miljoen.
De onderdrukking van de reactionairen en de landhervorming had drie directe resultaten. Ten eerste werden voormalige lokale beambten, die waren gekozen op basis van de clangebaseerde autonomie, geëlimineerd. De CCP vermoordde al het leidinggevende personeel van het vorige systeem en verwezenlijkte de complete controle over het platteland door in ieder dorp een Partijafdeling te vestigen. Ten tweede werd er door te stelen en te roven een zeer grote hoeveelheid rijkdom vergaard. Ten derde liet het de burgers geterroriseerd door de beestachtige onderdrukking van grondbezitters en rijke boeren.
De ‘Drie Anti-Campagne’ en ‘Vijf Anti-Campagne’
De onderdrukking van de reactionairen en de landhervorming was vooral op het platteland gericht, terwijl de daaropvolgende ‘Drie Anti-Campagne’ en ‘Vijf Anti-Campagne’ beschouwd kunnen worden als de corresponderende genocide in de steden.
De ‘Drie Anti-Campagne’ begon in december 1951 en het beoogde doel was corruptie, verkwisting en bureaucratie onder de CCP-kaderleden tegen te gaan. Enkele corrupte CCP-beambten werden geëxecuteerd. Kort daarna schreef de CCP de corruptie van haar overheidsbeambten toe de verleiding van het kapitalisme. Dientengevolge werd in januari 1952 de ‘Vijf Anti-Campagne’ gelanceerd tegen omkoping, belastingontduiking en diefstal van staatseigendom, tegen het goedkoop en slecht optrekken van gebouwen voor winst, en tegen spionage van staatseconomische informatie.
De ‘Vijf Anti-Campagne’ was in wezen het stelen van de bezittingen van de kapitalisten of zelfs het vermoorden van kapitalisten omwille van hun geld. Chen Yi, de burgemeester van Shanghai in die tijd, werd iedere avond ingelicht terwijl hij met een kop thee in de hand op de bank zat. Hij vroeg dan nonchalant: “Hoeveel parachutisten zijn er vandaag?” Hij bedoelde hiermee: “Hoeveel zakenmensen zijn er uit hoge gebouwen gesprongen om zelfmoord te plegen?” Geen enkele kapitalist kon ontsnappen aan de ‘Vijf Anti-Campagne’. Er werd van hen vereist om belasting te betalen die “ontdoken” werd in de Guanxu Periode (1875–1908) van de Qing Dynastie (1644–1911) toen de commerciële markt van Shanghai werd opgericht. De kapitalisten konden zich met geen mogelijkheid veroorloven om deze “belasting” te betalen, zelfs niet met hun gehele fortuin. Ze hadden geen andere keuze dan een einde aan hun leven te maken, maar ze durfden niet in de Huangpu rivier te springen. Als hun lichamen niet werden gevonden, zou de CCP hen ervan beschuldigen naar Hong Kong te zijn gevlucht, en hun familieleden zouden dan nog steeds verantwoordelijk gehouden worden voor de belastingen. De kapitalisten sprongen in plaats daarvan van hoge gebouwen en lieten hun lijk achter zodat de CCP het bewijs kon zien van hun dood. Er werd gezegd dat mensen in die tijd niet langs hoge gebouwen in Shanghai durfden te lopen uit angst verpletterd te worden door degenen die naar beneden sprongen.
Volgens
Facts of the Political Campaigns after the Founding of the People’s Republic of China, samengesteld in 1996 door vier overheidsorganen waaronder het geschiedenisonderzoekscentrum van de CCP, werden er tijdens de ‘Drie Anti-Campagne’ en ‘Vijf Anti-Campagne’ meer dan 323.100 mensen gearresteerd en meer dan 280 mensen pleegden zelfmoord of verdwenen. Tijdens de ‘Anti-Hu Fang Campagne’ in 1955 werden meer dan 5.000 mensen beschuldigd, meer dan 500 mensen werden gearresteerd, meer dan 60 mensen pleegden zelfmoord en 12 mensen overleden aan onnatuurlijke doodsoorzaken. In de daaropvolgende onderdrukking van de reactionairen werden er meer dan 21.300 mensen geëxecuteerd en meer dan 4300 mensen pleegden zelfmoord of verdwenen.[11]
De Grote Hongersnood
Het hoogste dodenaantal in China werd vastgelegd tijdens de Grote Hongersnood kort na ‘De Grote Sprong Voorwaarts’.[12] Het artikel “Great Famine” in het boek
Historical Records of the People’s Republic of China stelt vast: “Het aantal onnatuurlijke doden en geboortebeperkingen van 1959 tot 1961 wordt geschat op ongeveer 40 miljoen… China’s ontvolking van 40 miljoen is waarschijnlijk de grootste hongersnood van deze eeuw.”[13]
De Grote Hongersnood werd door de CCP valselijk betiteld als een ‘drie jaar durende natuurramp’. In feite hadden deze drie jaren gunstige weersomstandigheden zonder massale natuurlijke rampen zoals overstromingen, droogte, orkanen, tsunami’s, aardbevingen, vorst, hagel of sprinkhanenplagen. De ‘ramp’ werd geheel veroorzaakt door de mens. De campagne van ‘De Grote Sprong Voorwaarts’ eiste dat iedereen in China betrokken moest worden bij het ambachtelijk vervaardigen van staal en de boeren werden aldus gedwongen hun gewassen in het veld te laten rotten. Ondanks dit voerden de beambten in elk gebied hun eisen voor de productieopbrengst op. He Yiran, de Eerste Secretaris van de Linzhuo Prefectuur, verzon eigenhandig de stuitende opbrengst van ‘65.000 kg rijst per
mu’[14] in de provincie Huanjiang. Dat was direct na het Lushan Plenum toen de anti-Rechtse campagne van de CCP zich over het gehele land verspreidde. Om te bewijzen dat de CCP altijd gelijk had, werden de gewassen onteigend door de overheid als een vorm van belasting in overeenstemming met de overdreven productiequota’s. Als gevolg werden de graanrantsoenen, zaden en basisproducten van de boeren allemaal in beslag genomen. Als de vereiste hoeveelheid nog steeds niet kon worden gehaald, werden de boeren ervan beschuldigd hun gewassen te verstoppen.
He Yiran zei ooit dat de landbouwers moesten streven om de eerste plaats te bereiken in de competitie voor de hoogste opbrengst en dat het niet uitmaakte hoeveel mensen er zouden sterven in Linzhuo. Sommige landbouwers werd alles ontnomen, behalve de paar handen rijst die ze verstopt hadden in het toilet. Het Partijcomité van het Xunle district in de provincie Huanjiang vaardigde zelfs een verbod uit om te koken, om te voorkomen dat de boeren de gewassen zouden opeten. Er werden ‘s nachts patrouilles uitgevoerd door soldaten. Wanneer ze het licht van een brandend vuur zagen, gingen ze over tot een inval voor onderzoek. Vele boeren durfden het zelfs niet om eetbare wilde kruiden of boomschors te koken, en stierven aldus van de honger.
Historisch gezien, zou de overheid in tijden van hongersnood rijstpap verschaffen, de gewassen verdelen en slachtoffers toelaten te vluchten voor de hongersnood. De CCP echter beschouwde vluchten voor de hongersnood als een schande voor het aanzien van de Partij, en beval het leger om de wegen te blokkeren om te voorkomen dat slachtoffers zouden vluchten voor de hongersnood. Toen de boeren zó hongerig waren dat ze havervlokken wegritsten uit de graanopslagplaatsen, gaf de CCP het bevel op de menigte te schieten om het plunderen te onderdrukken en bestempelde de vermoorde mensen als contrarevolutionaire elementen. Een groot aantal boeren stierf van de honger in vele provincies waaronder Gansu, Shandong, Henan, Anhui, Hubei, Hunan, Sichuan, en Guangxi. Maar nog steeds werden de hongerige landbouwers gedwongen om deel te nemen aan irrigatiewerk, damconstructie en het maken van staal. Velen stortten in elkaar tijdens het werk en stonden nooit meer op. Uiteindelijk hadden degenen die het overleefden geen kracht meer om de doden te begraven. Vele dorpen stierven compleet uit want de één na de andere familie verging van de honger.
In de geschiedenis van China voorafgaand aan de CCP waren er ten tijde van de ergste hongersnoden voorvallen waar families elkanders gestorven kinderen uitwisselden om op te eten, maar niemand at ooit zijn eigen kinderen op. Onder het bewind van de CCP echter werd het volk aangezet om degenen die dood waren op te eten, om degenen die uit andere gebieden waren gevlucht te kannibaliseren en om zelfs hun eigen kinderen te vermoorden en op te eten. De schrijver Sha Qing beschreef deze scène in zijn boek
Yi Xi Da Di Wan (Het duistere land van Bayou):
In een boerenfamilie was een vader tijdens de Grote Hongersnood alleen achtergebleven met zijn zoon en dochter. Op een dag werd de dochter door haar vader uit het huis gejaagd. Toen ze terugkwam, kon ze haar jongere broer niet vinden, maar zag ze witte olie drijven in een ketel en een stapel botten naast de kachel. Enkele dagen later voegde de vader meer water toe aan de pot, en riep zijn dochter om dichterbij te komen. Het meisje was bang en smeekte haar vader vanaf de ander kant van de deur: “Vader, eet me alstublieft niet op. Ik kan brandhout verzamelen en voor je koken. Als je me opeet, zal niemand dat voor je doen.”
Het aantal tragedies en de uiteindelijke omvang ervan zijn onbekend. Toch deed de CCP ze voorkomen als een nobele eer, en beweerde de CCP dat zij het volk aanmoedigde om dapper de strijd aan te gaan tegen ‘natuurlijke rampen’, en bleef zichzelf aanprijzen als zijnde ‘groots, glorieus en correct’.
Nadat het Lushan Plenum werd gehouden in 1959, werd generaal Peng Dehuai[15] uit zijn macht ontheven omdat hij zich had uitgesproken voor het volk. Een aantal overheidsbeambten en kaderleden die voor de waarheid durfden op te komen werd ontslagen, gevangen genomen of aan onderzoek onderworpen. Daarna durfde niemand nog de waarheid luidop te zeggen. In plaats van de feiten te rapporteren, verborgen mensen ten tijde van de Grote Hongersnood de waarheid over de sterfgevallen ten gevolge van uithongering om hun officiële posities te behouden. De provincie Gansu weigerde zelfs voedselhulp van de provincie Shaanxi, met de bewering dat zij al een te groot voedseloverschot had.
De Grote Hongersnood was ook een bepalende test voor de kaderleden van de CCP. Volgens de criteria van de CCP waren de kaderleden die zich hadden weerhouden van het vertellen van de waarheid over de tientallen miljoenen hongerdoden, zeer zeker ‘bekwaam’. Met deze test zou de CCP vervolgens overtuigd zijn dat zaken zoals menselijke emoties of morele principes geen psychologische last zouden kunnen worden die deze kaderleden ervan zou weerhouden de Partijlijn te volgen. Na de Grote Hongersnood namen de verantwoordelijke provinciale beambten enkel deel aan de formaliteit van zelfkritiek. Li Jingguan, de CCP-secretaris van de provincie Sichuan waar miljoenen mensen omkwamen ten gevolge van de hongersnood, werd gepromoveerd tot de Eerste Secretaris van het zuidwestelijk districtsbureau van de CCP.
Van de Culturele Revolutie en de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede tot Falun Gong
De Culturele Revolutie begon formeel op 16 mei 1966 en duurde tot 1976. Deze periode werd de ‘Tienjarige Catastrofe’ genoemd, ook door de CCP zelf. Later zei Hu Yaobang, de voormalige algemene Partijsecretaris, in een interview met een Joegoslavische verslaggever: “In die tijd waren er bijna 100 miljoen mensen bij betrokken, wat een tiende van de Chinese bevolking was.”
Facts of the Political Campaigns after the Founding of the People’s Republic of China rapporteerde dat “in mei 1984, na 31 maanden van intensief onderzoek, bekrachtiging en narekenen door het Centrale Comité van de CCP, de cijfers gerelateerd aan de Culturele Revolutie als volgt waren: meer dan 4,2 miljoen mensen werden gevangen genomen en onderzocht; meer dan 1.728.000 mensen overleden aan onnatuurlijke doodsoorzaken; meer dan 135.000 mensen werden bestempeld als contrarevolutionairen en geëxecuteerd; meer dan 237.000 mensen werden vermoord en meer dan 7,03 miljoen raakten invalide tijdens gewapende aanvallen; en 71.200 families werden verwoest”. Statistieken samengesteld uit districtsannalen laten zien dat er tijdens de Culturele Revolutie 7,73 miljoen mensen aan onnatuurlijke doodsoorzaken overleden.
Afgezien van het vermoorden van mensen zette het begin van de Culturele Revolutie ook een golf van zelfmoord in werking. Vele beroemde intellectuelen, waaronder Lao She, Fu Lei, Jian Bozan, Wu Han en
Chu Anping beëindigden allen hun eigen leven gedurende de beginfase van de Culturele Revolutie.
De Culturele Revolutie was de meest waanzinnige linkse periode in China. Moord werd een competitieve manier om blijk te geven van iemands revolutionaire ambitie en aldus waren de slachtingen van de ‘klassenvijanden’ uitermate wreed en beestachtig.
Het beleid van ‘hervorming en openbaar maken’ bevorderde de circulatie van informatie in grote mate, wat het voor vele buitenlandse verslaggevers mogelijk maakte om getuige te zijn van de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 en om televisieberichten uit te zenden die lieten zien hoe tanks studenten achtervolgden en verpletterden.
Tien jaar later, op 20 juli 1999, begon Jiang Zemin zijn onderdrukking van Falun Gong. Aan het einde van 2002 bevestigde vertrouwelijke informatie uit overheidsbronnen dat er meer dan 7000 verborgen sterfgevallen in arrestatiecentra, gedwongen werkkampen, gevangenissen en psychiatrische inrichtingen waren; gemiddeld werden zeven mensen per dag gedood.
Tegenwoordig neigt de CCP een stuk minder te moorden dan destijds toen miljoenen of tientallen miljoenen mensen werden gedood. Hier zijn twee belangrijke redenen voor. Aan de ene kant heeft de Partij met haar Partijcultuur de denkwijze van het Chinese volk verdraaid zodat zij nu cynisch en makkelijker te onderdrukken zijn geworden. Aan de andere kant is de Chinese economie door de enorme corruptie en verduistering door CCP-beambten, een ‘transfusie-economie” geworden en is zij voor een substantieel deel afhankelijk van buitenlands kapitaal voor economische groei en sociale stabiliteit. De CCP kan zich de economische sancties die volgden na de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede nog levendig herinneren en weet dat openlijke moord zal leiden tot terugtrekking van buitenlands kapitaal wat vervolgens hun totalitaire regime zou bedreigen.
Desondanks heeft de CCP het moorden achter de schermen nooit opgegeven, het verschil is dat de huidige CCP alles in het werk zet om het bloedige bewijs te verbergen.
II. Doden op extreem wreedaardige wijze
Alles wat de CCP doet dient slechts één doel: het verkrijgen en behouden van de macht. Moord is een erg belangrijke manier voor de CCP om haar macht te behouden. Hoe meer mensen er vermoord worden en hoe wreder de moordpartijen, des te groter haar vermogen om mensen schrik aan te jagen. Zulke terreur begon al voor de Sino-Japanse oorlog.
De slachting in het noorden van China tijdens de Sino-Japanse oorlog
Toen hem het boek
Enemy Within door pater Raymond J. De Jaegher[16] werd aangeraden, merkte president Hoover op dat het boek de kille terreur van de communistische bewegingen blootlegde. Hij raadde iedereen die wilde trachten een dergelijke kwade kracht in de wereld te begrijpen, aan om het te lezen.
In dit boek vertelde De Jaegher verhalen over hoe de CCP geweld gebruikte om mensen schrik aan te jagen om ze tot onderdanigheid te dwingen. Op een dag eiste de CCP bijvoorbeeld dat iedereen naar het dorpsplein moest komen. Leraren leidden de kinderen van school naar het plein. Het doel van deze bijeenkomst was om naar de slachting van 13 vaderlandslievende jongemannen te kijken. Na de gefabriceerde aanklachten tegen de slachtoffers te hebben gedeclameerd, gaf de CCP het bevel aan een met afschuw gevulde lerares om de kinderen aan te zetten tot het zingen van vaderlandsliederen. Wat er tijdens de liederen op het toneel verscheen waren geen dansers, maar in plaats daarvan een beul die een scherp mes in zijn handen hield. De beul was een woeste, forse jonge communistische soldaat met gespierde armen. De soldaat ging achter het eerste slachtoffer staan, hief zijn grote, scherpe mes omhoog en bracht het naar beneden. Het eerste hoofd tuimelde op de grond. Het bloed spoot eruit als een fontein toen het over de grond rolde. Het hysterische gezang van de kinderen veranderde in een chaotisch gekrijs en gehuil. De lerares hield de maat en probeerde het lied te laten doorgaan; het gerinkel van haar belletje werd keer op keer gehoord temidden van de chaos.
De beul houwde 13 keer en 13 hoofden vielen op de grond. Daarna kwamen vele communistische soldaten om de borstkassen van de slachtoffers open te snijden en hun harten eruit te halen voor een feestmaal. Al deze beestachtigheden werden uitgevoerd voor de ogen van de kinderen. De kinderen werden bleek ten gevolge van de terreur en sommige begonnen te braken. De lerares vloekte op de soldaten en stelde de kinderen op in rijen om weer terug te keren naar school.
Na dit voorval zag pater De Jaegher nog meermaals hoe kinderen werden gedwongen te kijken naar dergelijke slachtpartijen. De kinderen raakten uiteindelijk gewend aan de bloedige taferelen, en gevoelloos ten aanzien van de moordpartijen; sommigen begonnen de opwinding zelfs plezierig te vinden.
Toen de CCP voelde dat moord alleen niet afschrikwekkend en opwindend genoeg was, bedacht zij allerlei wrede martelpraktijken. Bijvoorbeeld, iemand werd gedwongen om een grote hoeveelheid zout in te slikken zonder hem enig water te laten drinken – het slachtoffer zou in helse pijnen sterven van de dorst; of iemands kledij werd uitgetrokken en hij werd gedwongen om naakt door gebroken glas te rollen; of er werd een gat in een bevroren rivier gemaakt in de winter en het slachtoffer werd in het gat gegooid – het slachtoffer zou dan doodvriezen of verdrinken.
De Jaegher schreef dat een CCP-lid in de provincie Shanxi een verschrikkelijke martelpraktijk had uitgevonden. Op een dag, toen hij door de stad wandelde, stopte hij voor een restaurant en staarde naar een groot vat met kokend water. Later kocht hij enkele grote vaten en arresteerde onmiddellijk wat mensen die tegen de Communistische Partij waren. Tijdens het haastige proces werden de vaten gevuld met water en verhit tot het water kookte. Drie slachtoffers werden na het proces naakt in de vaten gegooid om doodgekookt te worden. In Pingshan was De Jaegher er getuige van hoe een pater levend werd gevild. De CCP-leden dwongen zijn zoon om toe te kijken en deel te nemen aan deze onmenselijke marteling en om te luisteren naar het gekrijs van zijn vader en hem te zien sterven in afgrijselijke pijn. De CCP-leden goten azijn en zuur op het lichaam van de pater waarna zijn huid er snel vanaf gestroopt werd. Ze begonnen vanaf zijn rug, toen omhoog naar de schouders en uiteindelijk was de huid van zijn gehele lichaam af gestroopt, alleen de huid op zijn hoofd werd intact gelaten. De vader stierf binnen enkele minuten.
De Rode Terreur tijdens ‘Rode Augustus’ en het Guanxi kannibalisme
Na de absolute macht over het land te hebben verkregen, stopte de CCP in het geheel niet met haar geweld. Tijdens de Culturele Revolutie nam het geweld zelfs nog toe.
Op 18 augustus 1966 ontmoette Mao Zedong de vertegenwoordigers van de Rode Garde in de toren op het Plein van de Hemelse Vrede. Song Binbin, dochter van de communistische leider Song Renqiong, bracht een embleem van de Rode Garde aan op de mouw van Mao.
Toen Mao kennis nam van de naam Song Binbin, wat “zachtzinnig en beleefd” betekent, zei hij: “We hebben meer geweld nodig.” Song veranderde daarom haar naam in Song Yaowu , wat letterlijk “wil geweld” betekent.
Gewelddadige gewapende aanvallen verspreidden zich snel over het gehele land. De jongere generatie die opgegroeid was in het communistische atheïsme kende geen angsten of bekommernissen. Onder het directe leidersschap van de CCP en geleid door de instructies van Mao begon de Rode Garde fanatiek, onwetend en zichzelf boven de wet achtend, mensen in elkaar te slaan en over het hele land huizen te plunderen. In veel gebieden werden alle ‘vijf zwarte klassen’ (grondbezitters, rijke boeren, reactionairen, slechte elementen, en Rechtsen) en hun familieleden uitgeroeid volgens het genocidenbeleid. Een typerend voorbeeld is het district Daxing in de buurt van Beijing, waar van 27 augustus tot 1 september
1966 in totaal 325 mensen werden vermoord in 48 brigades van 13 gemeenschappen. De oudste die vermoord werd was 80 jaar oud, en de jongste slechts 38 dagen. Tweeëntwintig volledige huishoudens werden compleet uitgeroeid.
Een persoon doodslaan was een alledaags beeld. In de Shatanstraat martelde een groepje Rode Gardisten een oude vrouw met metalen kettingen en leren riemen totdat ze niet meer kon bewegen, en nóg steeds sprong een vrouwelijk lid van de Rode Garde op haar lichaam en stompte haar in haar maag. De oude vrouw overleed ter plaatse…Vlakbij Chongwenmeng dwong de Rode Garde, toen zij het huis van een vrouw van een grondbezitter (een eenzame weduwe) doorzocht, alle buren een pot kokend water te brengen en goten zij het kokend water in de kraag van de oude vrouw totdat haar lichaam was gekookt. Enkele dagen later werd de oude vrouw dood aangetroffen in de kamer, haar lichaam bedekt met maden… Er waren vele verschillende manieren om te doden, waaronder het slaan met knuppels, snijden met sikkels en het wurgen met touwen… De manier om baby’s te doden was de meest beestachtige: de moordenaar stapte op één been van de baby en trok aan het andere been tot de baby doormidden scheurde. (Investigation of the Daxing Massacre door Yu Louwen)[17]
Het kannibalisme in Guangxi was nog wreder dan de slachting van Daxing. Schrijver Zheng Yi, auteur van het boek
Scarlet Memorial beschreef hoe het kannibalisme in drie fases verliep.[18]
Eerst was er de beginfase, toen de terreur heimelijk en verborgen plaatsvond. Districtsannalen geven verslag van een typerende scène: rond middernacht slopen de moordenaars op hun tenen naar het slachtoffer toe en sneden hem open om zijn hart en lever eruit te halen. Omdat ze onervaren en bang waren, namen ze per abuis zijn long eruit en moesten later weer terugkeren. Toen ze het hart en de lever gekookt hadden, brachten sommige mensen sterke drank van thuis, sommigen brachten kruiderijen, en daarna aten de moordenaars bij het vuur van de oven in stilte de menselijke organen op.
De tweede fase was het hoogtepunt, toen de terreur openlijk en publiekelijk begaan werd. Tijdens deze fase hadden veteraanmoordenaars ervaring gekregen in hoe het hart en de lever te verwijderen terwijl het slachtoffer nog steeds in leven was. Ze gaven hun kennis door en verfijnden hun technieken tot in de perfectie. Bijvoorbeeld, wanneer een levend persoon werd opengesneden, hoefden de moordenaars alleen een kruis in de buik van het slachtoffer te snijden, op zijn lichaam te staan (als het slachtoffer vastgebonden was aan een boom, zouden de moordenaars tegen zijn onderbuik stoten met de knie) en het hart en andere organen zouden er dan meteen uitvallen. De leider van de moordenaars had recht op het hart, de lever en de genitaliën terwijl de anderen het resterende zouden nemen. Deze groteske en vreselijke scènes werden opgeluisterd met wapperende vlaggen en strijdkreten.
De derde fase was krankzinnig. Kannibalisme werd een massale en wijdverspreide praktijk. In het Wuxuan district waren mensen als gekken elkaar aan het opeten, zoals wilde honden lijken opeten tijdens een epidemie. Vaak werden de slachtoffers eerst ‘publiekelijk bekritiseerd’, daarna vermoord, en vervolgens gekannibaliseerd. Zodra het slachtoffer neerviel, dood of levend, haalden mensen hun messen tevoorschijn en omringden zij het slachtoffer en sneden in elk deel van het lichaam dat ze vast konden pakken. In deze fase waren alle burgers betrokken bij het kannibalisme. De wervelwind van ‘de klassenstrijd’ blies elk gevoel voor zonde en menselijke natuur weg uit de geest van de mensen. Het kannibalisme verspreidde zich als een epidemie en de mensen genoten van de kannibalistische feesten. Elk deel van het menselijk lichaam was eetbaar: het hart, vlees, lever, nieren, ellebogen, voeten en pezen inbegrepen. Menselijke lichamen werden op vele verschillende manieren klaargemaakt. Ze werden onder andere gekookt, gestoomd, roergebakken, gebakken, gefrituurd en gebarbecued… Mensen dronken sterke drank of wijn en speelden spelletjes terwijl ze mensenlichamen opaten. Tijdens het hoogtepunt van deze fase, had zelfs het cafetaria van de hoogste overheidsorganisatie, het Gewestelijk Revolutionair Comité van Wuxuan, menselijke gerechten op het menu staan.
Lezers zouden dit niet verkeerd moeten opvatten en denken dat een dergelijk kannibalenfestijn louter ongeorganiseerd gedrag was van het volk. De CCP was een totalitaire organisatie die elke afzonderlijke cel van de maatschappij controleerde. Zonder de aanmoediging en manipulatie van de CCP zou de kannibalistische beweging nooit hebben kunnen bestaan.
Een door de CCP gemaakt lied in lofspraak over zichzelf gaat: “De oude gemeenschap[19] veranderde mensen in spoken, de nieuwe gemeenschap verandert spoken in mensen.” Deze moordpartijen en kannibalistische festijnen vertellen ons echter dat de CCP een mens kon veranderen in een monster of een duivel omdat de CCP wreedaardiger is dan welk monster of welke duivel dan ook.
Vervolging van Falun Gong
Terwijl de Chinezen het nieuwe tijdperk binnengaan van computers en ruimtevaart en in discretie kunnen praten over mensenrechten, vrijheid en democratie, denken veel mensen dat de akelige en afstotelijke gruweldaden tot het verleden behoren nu de CCP zich in een maatpak heeft gehesen en klaar is om contact met de wereld te maken.
Maar dat is ver van de waarheid. Toen de CCP erachter kwam dat er een groep bestond die niet vreesde voor haar gruwelijke martelingen en moordpartijen, werden de middelen die ze gebruikten zelfs nog krankzinniger. Falun Gong is de groep die op deze wijze wordt vervolgd.
Het geweld van de Rode Garde en het kannibalisme in de provincie Guangxi doelde op het elimineren van het lichaam van het slachtoffer nadat iemand in enkele minuten of enkele uren gedood was. Falun Gong beoefenaars worden vervolgd om ze te dwingen hun geloof in “Waarachtigheid, Mededogen en Verdraagzaamheid” op te geven. Daarnaast houden de wrede martelingen vaak meerdere dagen, maanden of zelfs jaren aan. Er wordt geschat dat er meer dan 10.000 Falun Gong beoefenaars zijn overleden ten gevolge van marteling.
Falun Gong beoefenaars die allerlei soorten martelingen hebben ondergaan en ontsnapt zijn aan de dood, hebben meer dan honderd marteltechnieken beschreven; de volgende zijn slechts enkele voorbeelden daarvan.
Genadeloze afranselingen zijn de meest gebruikte martelmethode om Falun Gong beoefenaars te mishandelen. De politie en 'hoofdgevangenen' slaan beoefenaars eigenhandig en sporen andere gevangenen aan hetzelfde te doen. Vele beoefenaars zijn doof geworden ten gevolge van deze slagen en het weefsel aan de buitenkant van hun oren is beschadigd, hun oogbollen zijn geplet, hun tanden kapot en hun schedel, ruggengraat, ribbenkast, sleutelbeen, bekken, armen en benen gebroken; Als gevolg van de slagen moesten zelfs armen en benen worden geamputeerd. Sommige beulen hebben meedogenloos de testikels van mannelijke beoefenaars platgedrukt en fijngeknepen en vrouwelijke beoefenaars in hun schaamstreek geschopt. Als de beoefenaars hun geloof in “Waarachtigheid, Mededogen en Verdraagzaamheid” niet opgeven, gaan de beulen door met slaan totdat de huid van de beoefenaars openscheurt en er gapende wonden in het vlees verschijnen. Het lichaam van beoefenaars wordt door deze martelingen compleet misvormd en is bedekt met bloed, en nog gieten de bewakers zout water over hen heen en gaan ze door met het toedienen van schokken met hun elektrische knuppels. De geur van bloed en verbrand vlees vermengen zich met de ellendige folterkreten. De beulen gebruiken plastic zakken die ze over het hoofd van beoefenaars trekken in een poging ze te laten zwichten uit angst voor de verstikkingsdood.
Het toedienen van elektrische schokken is een tweede methode die vaak gebruikt wordt in Chinese dwangarbeidskampen om Falun Gong beoefenaars te martelen. De politie gebruikt elektrische knuppels om de gevoelige lichaamsdelen van beoefenaars mee te schokken, zoals de mond, de top van het hoofd, de zonnevlecht, heupen, voetzolen, borsten van vrouwelijke beoefenaars en de geslachtsdelen van mannelijke beoefenaars. Sommige politieagenten dienen met meerdere elektrische knuppels tegelijk schokken toe aan beoefenaars totdat de geur van verbrand vlees geroken kan worden en de verwonde lichaamsdelen donker en paars uitslaan. Soms worden hoofd en anus op hetzelfde moment geschokt. De politie gebruikt dikwijls tien of zelfs meer elektrische knuppels tegelijkertijd om beoefenaars urenlang te mishandelen. Normaal gesproken heeft een elektrische knuppel een spanning van enkele tienduizenden volts. Als hij zich ontlaadt, schiet er een blauwe vonk uit en maakt hij een knetterend geluid. Als de elektrische stroom door het lichaam gaat, voelt het aan alsof men wordt verbrand of alsof men door een slang gebeten wordt. Elke schok is bijzonder pijnlijk en vergelijkbaar met een slangenbeet. De huid van het slachtoffer wordt rood, barst en verbrandt en de wonden gaan zweren. Er zijn zelfs nog krachtigere knuppels met een hogere spanning die het slachtoffer doen voelen alsof er op zijn hoofd wordt geslagen met een hamer.
De politie gebruikt ook brandende sigaretten om handen, aangezicht, voetzolen, borst, rug, tepels, enzovoort, van beoefenaars te verwonden. Ze gebruiken aanstekers om de handen en genitaliën van beoefenaars te roosteren. Speciaal gemaakte ijzeren staven worden verwarmd in een elektrisch fornuis totdat ze roodgloeiend zijn. Daarna worden ze gebruikt om de benen van beoefenaars te bewerken. De politie gebruikt ook roodgloeiende kolen om de gezichten van beoefenaars te verminken. De politie verbrandde een beoefenaar tot de dood, nadat hij levend door al deze wrede martelingen was gekomen. De politie beweerde daarna dat zijn dood veroorzaakt was door ‘zelfverbranding’.
De politie slaat vrouwelijke beoefenaars op hun borsten en genitale zones. Politieagenten hebben vrouwelijke beoefenaars verkracht, ook in groepsverband. Bovendien heeft de politie vrouwelijke beoefenaars van hun kleren beroofd en ze in cellen gegooid vol mannelijke gevangenen, die hen daarna hebben verkracht. Ze hebben elektrische knuppels gebruikt om hun borsten en genitaliën te bewerken. Ze hebben aanstekers gebruikt om hun tepels te verbranden en elektrische knuppels in de vagina’s van beoefenaars geduwd en schokken toegediend. Ze hebben een aantal tandenborstels samengebonden en ze in de vagina’s van beoefenaars geduwd en ze vervolgens ruw heen en weerbewogen en gedraaid.
Ze hebben ijzeren haken in de schaamdelen van vrouwelijke beoefenaars gehangen. Vrouwelijke beoefenaars worden achter hun rug met handboeien vastgeketend en aan hun tepels word een ijzeren draad vastgemaakt waardoor een elektrische stroom gaat.
Ze dwingen Falun Gong beoefenaars om ‘dwangbuizen’[20] te dragen en kruisen dan hun armen achter hun rug. Ze trekken hun armen omhoog over hun schouders tot de voorkant van hun borst, binden de benen van beoefenaars vast en hangen ze uit het raam. Tegelijkertijd proppen ze een stuk doek in de mond van beoefenaars, stoppen hoofdtelefoons in de oren en spelen voortdurend haatpropaganda over Falun Gong af. Volgens het verslag van een ooggetuige lopen de mensen die deze marteling ondergaan gescheurde pezen en gebroken armen, schouders, polsen en ellebogen op. Degenen die lang op deze manier gemarteld worden hebben een compleet gebroken rug en sterven in weerzinwekkende pijn.
Ze gooien beoefenaars ook in kerkers gevuld met rioolwater. Ze hameren bamboestokken onder de vingernagels van beoefenaars en sluiten hen op in vochtige kamers waar de plafonds, vloeren en wanden vol met rode, groene, gele, witte en andere schimmels staan, die hun wonden doen ontsteken. Ze hebben ook honden, slangen, en schorpioenen om beoefenaars te bijten, en ze injecteren beoefenaars tevens met zenuwbeschadigende drugs.
Dit zijn slechts enkele manieren waarop beoefenaars gemarteld worden in de werkkampen.
III. Wrede strijd binnen de Partij
Omdat de CCP haar leden verenigt op basis van ‘Partij-natuur’, eerder dan op basis van moraliteit en rechtvaardigheid, is de loyaliteit van haar leden aan de Partijleider een centrale zaak, en dan vooral de loyaliteit van vooraanstaande functionarissen. Het is nodig dat de Partij een atmosfeer van terreur schept door haar leden te vermoorden. De overlevenden kunnen dan zien dat wanneer de Partijleider wil dat iemand sterft, deze persoon dan ook op een miserabele manier zál sterven.
De interne worstelingen binnen de communistische partijen zijn algemeen bekend. Alle leden van het Politbureau in de eerste twee termijnen van de Russische Communistische Partij werden geëxecuteerd of pleegden zelfmoord, behalve Lenin, die was overleden, en Stalin zelf. Drie van de vijf maarschalken, drie van de vijf opperbevelhebbers, 57 van de 85 legerkorpsbevelhebbers en 110 van de 195 divisiebevelhebbers werden geëxecuteerd.
De CCP bepleit voortdurend ‘beestachtige worstelingen en genadeloze aanvallen’. Zulke tactieken zijn niet alleen op mensen buiten de Partij gericht. Al tijdens de revolutionaire periode in de provincie Jiangxi had de CCP al zoveel mensen afgemaakt in het Anti-Bolsjewistische Korps (AB Korps)[21] dat alleen een klein aantal het had overleefd om in de komende oorlogen te vechten. In de stad Yan’an voerde de Partij een ‘rectificatiecampagne’ uit. Later, na politiek te zijn gevestigd, elimineerde zij Gao Gang, Rao Shushi[22], Hu Feng en Peng Dehuai. Tegen de tijd van de Culturele Revolutie waren bijna alle hooggeplaatste leden binnen de Partij geëlimineerd. Geen van de voormalige voorzitters van de CCP kwam aan een goed einde.
Liu Shaoqi, een voormalig president van China en ooit de op één na belangrijkste persoon van de natie, kwam op een miserabele manier aan zijn einde. Op de dag van zijn 70ste verjaardag verzochten Mao Zedong en Zhuo Enlai[23] Mao's hoofdbewaker Wang Dongxing uitdrukkelijk om Liu Shaoqi een radio als cadeau te brengen om hem zo het officiële verslag te laten horen van de Achtste Plenaire Sessie van het twaalfde Centrale Comité, dat zei: “Verban verrader, spion en deserteur Liu Shaoqi voor altijd uit de Partij en ga door met het blootleggen en bekritiseren van Liu Shaoqi en zijn medeplichtigen voor de misdaden van verraad en trouweloosheid.”
Liu Shaoqi was mentaal gebroken en zijn gezondheid ging snel bergafwaarts. Omdat hij gedurende een lange periode aan zijn bed werd vastgebonden en niet kon bewegen, hadden zijn nek, rug, heupen, en hielen pijnlijke ligwonden. Soms was zijn pijn zó hevig dat hij kleding, voorwerpen, of de armen van anderen vastgreep zonder los te laten. Daarom had men harde plastic flessen in zijn beide handen gestopt. Na zijn overlijden waren deze twee plastic flessen ten gevolge van zijn knijpen vervormd tot de vorm van een zandloper.
Tegen oktober 1969 was het lichaam van Liu Shaoqi beginnen te rotten en was de stank van zijn etterende infecties ondraaglijk geworden. Hij was zo mager als een lat en bevond zich op het randje van de dood. De speciale inspecteur van het Centrale Partij Comité liet hem echter niet toe een douche te nemen of zijn lichaam om te draaien om van kleding te veranderen. In plaats daarvan ontdeden ze hem van al zijn kleren, wikkelden hem in een deken en stuurden hem per vliegtuig van Beijing naar de stad Kaifeng. Daar sloten ze hem op in de kelder van een massief hoekhuis. Wanneer hij hoge koorts had, onthielden ze hem niet alleen van medicatie, maar verplaatsten ze zelfs het medische personeel naar elders. Toen Liu Shaoqi overleed, was zijn lichaam geheel misvormd en had hij verfomfaaide witte haren die een halve meter lang waren. Twee dagen later tegen middernacht werd hij gecremeerd als een persoon met een hoogst besmettelijke ziekte. Zijn beddengoed, kussen en andere dingen die achter waren gebleven werden allen verbrand. Het overlijdenskaartje van Liu luidt: “Naam: Liu Weihuang. Beroep: werkloos. Reden van overlijden: ziekte”. Op deze wijze martelde de CCP de president van de natie de dood in zonder een duidelijke reden op te geven.
IV. De export van de revolutie - het doden van mensen overzee
Behalve het gebruiken van een assortiment aan methodes om mensen in China en binnen de Partij met groot vermaak te vermoorden, exporteerde de CCP de ‘revolutie’ ook en nam zo deel aan het vermoorden van mensen in het buitenland, inclusief overzeese Chinezen. De Rode Khmer is daar een typerend voorbeeld van.
De Cambodjaanse Rode Khmer van Pol Pot bestond slechts voor vier jaar. Niettemin werden van 1975 tot 1978 meer dan twee miljoen mensen, waaronder meer dan 200.000 Chinezen, vermoord in dit kleine land dat een populatie van slechts acht miljoen inwoners telde.
De misdaden van de Rode Khmer zijn ontelbaar, maar we zullen deze hier niet bespreken. We moeten niettemin haar relatie met de CCP ter sprake brengen.
Pol Pot verafgoodde Mao Zedong. Begin 1965 bezocht hij China vier keer om persoonlijk naar de lessen van Mao te luisteren. Reeds in november 1965 verbleef Pol Pot drie maanden in China. Chen Boda en Zhang Chunqiao bespraken met hem theorieën zoals ‘politieke macht groeit uit de loop van een geweer’, ‘de klassenstrijd’, ‘de dictatuur van het proletariaat’, enzovoorts. Later werden deze de basis van zijn bewind in Cambodja. Na terugkomst in Cambodja veranderde Pol Pot de naam van zijn partij in de Cambodjaanse Communistische Partij en vestigde revolutionaire basissen volgens het voorbeeld van de CCP om de steden vanaf het platteland te omsingelen.
In 1968 richtte de Cambodjaanse Communistische Partij officieel een leger op. Aan het einde van 1969 had zij iets meer dan 3000 soldaten. Maar in 1975, voorafgaand aan de aanval en bezetting van de stad Phnom Penh, had zij een goed uitgeruste en moedige gevechtsmachine van 80.000 soldaten. Dit was geheel te danken aan de steun van de CCP. Het boek
Documentaire over het steunen van Vietnam en het strijden met Amerika door Wang Xiangen[24] vertelt dat China in 1970 Pol Pot wapenuitrustingen voor 30.000 soldaten gaf. In april 1975 nam Pol Pot de hoofdstad van Cambodja in en twee maanden later ging hij naar Beijing op bezoek bij de CCP om verdere bevelen te ontvangen. Als het moorden van de Rode Khmer niet door de theorieën en de materiële bijstand van de CCP ondersteund zou zijn, zou dit klaarblijkelijk ook niet hebben plaatsgevonden.
Bijvoorbeeld, nadat de twee zonen van prins Sihanouk door het Cambodjaanse Communistische Leger werden vermoord, stuurde de Cambodjaanse Communistische Partij, gehoorgevend aan het bevel van Zhou Enlai, Sihanoek naar Beijing. Het was algemeen bekend dat wanneer de Cambodjaanse Communistische Partij mensen vermoordde, ze ‘zelfs de foetus zouden vermoorden’ om alle mogelijke problemen in de toekomst te voorkomen. Maar in dit geval gehoorzaamde Pol Pot zonder protest op de vraag van Zhou Enlai en vermoordde Sihanouk dus niet.
Zhou Enlai kon Sihanouk met slechts één woord redden, maar de CCP maakte geen gewag van het feit dat de Cambodjaanse Communistische Partij 200.000 Chinezen had vermoord. De Chinese Cambodjanen die in die tijd naar de Chinese ambassade vluchtten voor hulp, stonden voor gesloten deuren en werden straal genegeerd.
In mei 1998, toen in Indonesië de massamoord en de massale verkrachting van etnische Chinezen plaatsvond, zei de CCP geen woord. Zij bood geen enkele hulp en verhinderde zelfs het nieuws China binnen te komen.
Het lijkt erop dat het lot van overzeese Chinezen de Chinese overheid totaal niets kan schelen; zij bood zelfs geen enkele humanitaire hulp aan.
V. De verwoesting van familie
We kunnen met geen mogelijkheid tellen hoeveel mensen de CCP heeft vermoord in al haar politieke campagnes. Er is geen mogelijkheid om een statistisch onderzoek te doen onder het volk vanwege de informatieblokkade en de barrières tussen de verschillende gebieden, etnische groepen en lokale dialecten. De CCP-regering zal nooit zo’n onderzoek uitvoeren, want dat zou hetzelfde zijn als haar eigen graf graven. De CCP geeft er de voorkeur aan de details achterwege te laten wanneer ze haar eigen geschiedenis opschrijft.
Het aantal families waaraan de CCP schade heeft toegebracht is zelfs nog moeilijker te achterhalen. In sommige gevallen overleed er één persoon met als gevolg dat de familie uit elkaar viel. In andere gevallen stierf de gehele familie. Zelfs wanneer er niemand overleed, werden velen gedwongen te scheiden. Vader en zoon, en moeder en dochter werden gedwongen hun verwantschap op te geven. Sommigen waren invalide geworden, sommigen werden gek en sommigen overleden op jonge leeftijd aan een ernstige ziekte ten gevolge van martelingen. De officiële getuigenissen van al deze familietragedies zijn uitermate incompleet.
Het in Japan gestationeerde
Yomiuri News berichtte ooit dat meer dan de helft van de Chinese populatie werd vervolgd door de CCP. Als dat het geval is, dan wordt het aantal door de CCP verwoeste families op meer dan 100 miljoen geschat.
Zhang Zhixin[25] is een algemeen begrip geworden dankzij de hoeveelheid publiciteit over haar verhaal. Veel mensen weten dat ze fysieke marteling, groepsverkrachting en mentale marteling heeft geleden. Uiteindelijk werd ze tot krankzinnigheid gedreven en doodgeschoten nadat haar keel was overgesneden. Veel mensen weten echter niet dat er nog een ander onmenselijk verhaal achter deze tragedie schuilt: zelfs haar familieleden moesten een ‘studiesessie voor families van ter dood veroordeelde gevangenen’ bijwonen.
Zhang Zhixin’s dochter, Lin Lin, herinnerde zich de gebeurtenis in het begin van de lente van 1975:
Een persoon van het gerechtshof in Shenyang zei luidruchtig: “Je moeder is een echte onverzoenlijke contrarevolutionair. Ze weigert om hervorming te accepteren en is onverbeterlijk koppig. Ze is tegen onze grote leider, voorzitter Mao, tegen de onoverwinnelijke ‘Mao Zedong Gedachte’, en tegen de leiding die voorzitter Mao aan de proletarische revolutie geeft. Met de ene misdaad na de andere overweegt onze overheid om de straf te vermeerderen. Wat is je houding als ze geëxecuteerd wordt?” Ik stond ervan te kijken en wist niet wat ik moest antwoorden. Mijn hart was gebroken. Maar ik deed alsof ik onaangedaan was en deed mijn best om mijn tranen tegen te houden. Mijn vader had me verteld om niet in het bijzijn van anderen te huilen, anders zou het onmogelijk zijn om onze relatie met mijn moeder te verloochenen. Vader antwoordde voor mij: “Als dat het geval is, dan is de overheid vrij om te doen wat zij nodig acht.”
De persoon van het gerechtshof van Shenyang vroeg opnieuw: “Zul je haar lichaam ophalen nadat ze geëxecuteerd is? Zal je haar bezittingen ophalen van de gevangenis?” Ik liet mijn hoofd naar beneden zakken en zei niets. Vader antwoordde weer voor me, “We hebben niets nodig.”… Vader hield de hand van mijn broer en mij vast en we liepen weg uit het districtsmotel. Al wankelend liepen we tegen een gierende sneeuwstorm in naar huis. We kookten niet; vader deelde het enige maïsbroodje dat we hadden in tweeën en gaf het aan mijn broer en mij. Hij zei: “Eet het op en ga vroeg naar bed.” Ik lag stil op mijn bed. Vader zat op een stoel en staarde verdoofd naar het licht. Na een poosje keek hij naar het bed en dacht dat we in beiden in slaap waren gevallen. Hij stond op, opende zachtjes de koffer die we hadden meegebracht uit ons oude huis in Shenyang en nam de foto van moeder eruit. Hij keek ernaar en kon zijn tranen niet bedwingen.
Ik stond op uit bed, legde mijn hoofd in mijn vaders armen en begon luid te huilen. Vader streelde me en zei: “Doe dat niet, de buren mogen het niet horen.” Mijn broer werd wakker van mijn gehuil. Vader hield mijn broer en mij stevig in zijn armen. We weten niet hoeveel tranen er die nacht zijn gevallen, maar we konden niet vrijuit huilen.[26]
Een universiteitsdocent had een gelukkig familieleven, maar zijn familie werd door een ramp getroffen tijdens het proces van het redresseren van de Rechtsen. In de tijd van de anti-Rechtse campagne ging de vrouw met wie hij later zou trouwen uit met iemand die bestempeld werd als zijnde Rechts. Haar geliefde werd later naar een afgelegen gebied gestuurd waar hij veel ellende leed. Omdat zij, als een jong meisje, er niet mee kon leven, gaf ze haar geliefde op en trouwde ze met de docent. Toen haar geliefde op een dag terugkwam naar hun geboorteplaats kon ze, nu moeder van enkele kinderen, op onmogelijk haar verraad uit het verleden berouwen. Ze stond erop om van haar man te scheiden om zo van haar schuldgevoel verlost te raken. De docent was toen meer dan 50 jaar oud; hij kon de plotselinge verandering niet accepteren en werd krankzinnig. Hij ontdeed zich van al zijn kleren en rende hysterisch rond om een plaats te vinden om een nieuw leven te beginnen. Uiteindelijk verliet zijn vrouw hem en hun kinderen. De pijnlijke scheiding tussen het meisje en haar geliefde die verordend was door de Partij is een probleem dat niet opgelost kan worden. Het is een ongeneeslijke sociale ziekte die alleen de ene scheiding met de andere scheiding vervangt.
Familie is de basiseenheid van de Chinese maatschappij. Het is ook het laatste verdedigingsmiddel van de traditionele cultuur tegen de Partijcultuur. Dat is de reden waarom de schade die de CCP aan familie berokkend heeft de wreedste is in haar moorddadige geschiedenis.
Omdat de CCP een monopolie heeft op alle sociale middelen zal een persoon onmiddellijk met een bestaanscrisis te maken krijgen wanneer hij geclassificeerd wordt als zijnde een tegenstander van de dictatuur, en tevens zal hij beschuldigd worden door iedereen in de maatschappij en van zijn waardigheid beroofd worden. Omdat deze onschuldige mensen onrechtvaardig bejegend zijn, is de familie de enige veilige thuishaven voor hen om troost te vinden. Maar het 'schuld door associatie'-beleid van de CCP weerhield familieleden ervan elkaar te troosten: anders zouden ze zelf het risico lopen bestempeld te worden als tegenstanders van de dictatuur. Zhang Zhixin, bijvoorbeeld, werd gedwongen te scheiden. Voor veel mensen is het verraad van – het rapporteren over, het vechten met, het publiekelijk bekritiseren van, of het verloochenen van – hun familieleden de laatste strohalm die hun geest doet breken. Veel mensen hebben naar aanleiding hiervan zelfmoord gepleegd.
VI. Patroon en consequenties van het moorden
De CCP ideologie van het doden
De CCP heeft zich altijd voorgedaan als zijnde getalenteerd en creatief in haar ontwikkeling van het Marxisme-Leninisme, maar in feite heeft de CCP in al haar ‘creativiteit’ een in de geschiedenis en op wereldlijk vlak ongekend kwaad ontwikkeld. Zij gebruikt de communistische ideologie van 'sociale eenheid' om het publiek en de intellectuelen te misleiden. Zij grijpt het ondermijnen van het geloof door de wetenschap en technologie aan als een mogelijkheid om compleet atheïsme te promoten. Zij gebruikt communisme om privé-eigendom te ontzeggen en zij gebruikt Lenin’s theorie en praktijk van gewelddadige revolutie om het land te regeren. Tegelijkertijd combineert en versterkt zij de meest kwaadaardige aspecten in de Chinese cultuur die afwijken van de gangbare Chinese tradities.
De CCP vond een complete theorie en raamwerk uit van ‘revolutie’ en ‘voortdurende revolutie’ onder de dictatuur van het proletariaat; zij gebruikt dit systeem om de maatschappij te veranderen en de dictatuur van de Partij te verzekeren. Haar theorie bestaat uit twee delen – de economische basis, en een superstructuur onderworpen aan de dictatuur van het proletariaat, waarin de economische basis de superstructuur bepaalt, terwijl de superstructuur op haar beurt de economische basis beïnvloedt.
Om de superstructuur, met name de macht van de Partij, te versterken moet de Partij eerst een revolutie beginnen vanaf de economische basis. Dit omvat:
(1) Het doden van grondbezitters om het probleem van de productieverhoudingen[27] op het platteland op te lossen.
(2) Het doden van de kapitalisten om het probleem van productieverhoudingen in de steden op te lossen.
Binnen de superstructuur wordt moord tevens herhaaldelijk uitgevoerd om de absolute controle van de Partij over de ideologie te behouden. Dit omvat:
1 - Het oplossen van het probleem van de politieke houding van intellectuelen ten opzichte van de Partij.
Gedurende een lange periode heeft de CCP veelvuldig campagnes gevoerd om het gedachtegoed van intellectuelen te hervormen. Zij heeft intellectuelen beschuldigd van individualisme, bourgeoisie-ideologie, apolitieke standpunten, klasseloze ideologie, liberalisme, enzovoort. De CCP beroofde de intellectuelen van hun waardigheid door hen te hersenspoelen en hun geweten te verwoesten. De CCP heeft bijna elke vorm van onafhankelijk denken en andere goede eigenschappen van intellectuelen compleet vernietigd, met inbegrip van de traditie van het zich uitspreken voor rechtvaardigheid en zich toewijden aan het waarborgen van rechtvaardigheid. Die traditie onderwijst: “Men wordt niet verleid tot buitensporigheden temidden van rijkdom en eerbied, noch verliest men het ware doel niet uit ogen in tijden van armoede en duisternis, noch kan men gedwongen worden te buigen voor superieure krachten.”[28]; “Iemand zou zich het eerst zorgen moeten maken over de staat en pas als laatste zijn of haar deel van het geluk opeisen.”[29]; “Elke gewone man zal zichzelf verantwoordelijk houden voor het succes en het falen van de natie.”[30]; en “In duisternis perfectioneert een fatsoenlijk man zijn eigen persoon, maar in verhevenheid perfectioneert hij tevens het hele land.”[31]
2 - Het lanceren van een culturele revolutie en het vermoorden van mensen om het absolute culturele en politieke leiderschap te verwerven.
De CCP mobiliseerde massacampagnes binnen en buiten de Partij, begon te moorden in de sectoren van literatuur, beeldende kunst, theater, geschiedenis en onderwijs. De CCP richtte de eerste aanvallen op enkele beroemde mensen als het ‘Dorp van Drie Families’[32], Liu Shaoqi, Wu Han, Lao She en Jian Bozan. Later nam het aantal mensen dat vermoord werd toe met ‘een klein groepje binnen de Partij’ en ‘een klein groepje binnen het leger’, en uiteindelijk escaleerde het moorden van overal binnen de Partij en het leger naar alle mensen in het hele land. Gewapende gevechten elimineerden fysiek het lichaam; de culturele aanvallen vermoordden de geest van het volk. Het was een extreem chaotische en gewelddadige periode onder het bewind van de CCP. De donkere zijde van de menselijke natuur werd tot het maximum versterkt door de noodzaak van de Partij om haar macht te doen herleven temidden van een crisis. Iedereen kon lukraak aan het moorden slaan in de naam van de ‘revolutie’ en ‘het verdedigen van de revolutionaire richtlijn van voorzitter Mao’. Dat was een ongekende natie-omvattende oefening in het elimineren van de menselijke natuur.
3 - Het neerschieten van de studenten op het Plein van de Hemelse Vrede op 4 juni 1989 als antwoord op de democratische eisen die op de Culturele Revolutie volgden.
Dit was de eerste keer dat het leger van de CCP burgers publiekelijk vermoordde om de protesten van het volk tegen verduistering, corruptie en samenzweringen tussen overheidsbeambten en zakenlieden, en hun eis voor vrijheid van pers, meningsuiting en samenscholing, de kop in te drukken. Tijdens de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede zette de CCP zelfs situaties in scène van mensen die militaire voertuigen in brand staken en soldaten vermoordden om zo haat aan te wakkeren onder het leger en de burgers. Op die manier regisseerde zij achter de schermen de slachting van het volk door het leger van de Volksrepubliek.
4 - Het vermoorden van mensen met een ander geloof.
Het domein van het geloof is de levenslijn van de CCP. Om in die tijd mensen met haar ketterij te misleiden, begon de CCP vanaf het begin van haar bewind alle religies en geloofsovertuigingen te elimineren. Toen de CCP geconfronteerd werd met een spiritueel geloof in een nieuw tijdperk – Falun Gong – haalde de CCP het slagersmes eens te meer boven. De strategie van de CCP is erop bedacht voordeel te halen uit het feit dat Falun Gong beoefenaars zich houden aan de principes “Waarachtigheid, Mededogen en Verdraagzaamheid” en het feit dat ze niet liegen, geen geweld gebruiken en geen sociale onstabiliteit veroorzaken. Na ervaring te hebben opgedaan in het vervolgen van Falun Gong was de CCP beter in staat om mensen met een andere geloofsovertuiging te elimineren. In plaats van anderen te gebruiken, kwamen Jiang Zemin en de CCP deze keer zelf op de voorgrond van het toneel om te moorden.
5 - Het vermoorden van mensen om de waarheid te verbergen.
Het recht van het volk om de waarheid te kennen is een ander zwak punt van de CCP; de CCP moordt ook om informatie te blokkeren. In het verleden was ‘luisteren naar de radio-uitzending van de vijand’ een misdaad die bestraft werd met gevangenisstraf. In reactie op de veelvuldige incidenten waarin uitzendingen op het door de staat beheerste televisiesysteem werden onderbroken en vervangen met beelden die de ware toedracht van de vervolging van Falun Gong verhelderen, heeft Jiang Zemin het geheime bevel uitgevaardigd om “onmiddellijk te doden, zonder genade”. Liu Chengjun, die een dergelijke interceptie bewerkstelligde, werd doodgemarteld. De CCP heeft het ‘6-10 Bureau’ (een organisatie vergelijkbaar met de Gestapo in Nazi Duitsland, gecreëerd om Falun Gong te vervolgen), politie, openbare aanklagers, gerechtshoven en een gigantisch internetpolitiesysteem gemobiliseerd om iedere actie van het volk te monitoren.
6 - Het ontnemen van de overlevingsrechten uit eigenbelang van de CCP.
De CCP's theorie van voortdurende revolutie betekent in werkelijkheid dat ze haar macht niet op zal geven. Tegenwoordig hebben verduistering en corruptie binnen de CCP zich ontwikkeld tot conflicten tussen enerzijds de absolute heerschappij van de Partij en anderzijds het recht van de mens om te overleven. Wanneer mensen zich organiseren om hun rechten op legale wijze te beschermen, gebruikt de CCP geweld en zwaait zij haar slagersmes naar de zogenaamde ‘raddraaiers’ van deze bewegingen. De CCP heeft meer dan een miljoen gewapende politiekrachten paraat staan voor dit doeleinde. Tegenwoordig is de CCP veel beter voorbereid om te moorden dan zij was ten tijde van de slachting op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989, toen zij tijdelijk haar bezettingsleger moest mobiliseren. Nu zij haar mensen heeft gedwongen het pad der vernieling op te gaan, heeft de CCP echter zichzelf ook in een doodlopende straat gemanoeuvreerd. De CCP is in zo’n extreem kwetsbare fase beland dat zij zelfs “bomen en gras als vijanden beschouwt wanneer de wind waait”, zoals het Chinese gezegde luidt.
Uit het bovenstaande kunnen we opmaken dat de CCP van nature een kwade geest is. Afgezien van hoe zij verandert in specifieke tijden en plaatsen om haar absolute overheersing te behouden, zal de CCP haar moorddadige palmares niet veranderen – ze heeft vroeger mensen vermoord, is nu mensen aan het vermoorden, en zal dat in de toekomst blijven doen.
Verschillende moordpatronen onder verschillende omstandigheden
A. Propaganda als voorspel tot moord
Afhankelijk van de tijdsperiode heeft de CCP verschillende manieren gebruikt om mensen te vermoorden. In de meeste situaties creëerde de CCP propaganda voorafgaand aan het moorden. De CCP heeft vaak gezegd “alleen moord kan de verontwaardiging van het volk sussen”, alsof het het volk was dat de CCP verzocht om te moorden. In werkelijkheid werd de ‘publieke verontwaardiging’ door de CCP zelf aangewakkerd.
Een voorbeeld daarvan is het drama '
Het meisje met de witte haren'[33], wat een totale misvorming van een volkslegende is, en de verzonnen verhalen over huurgeld en waterkerkers waarover verteld wordt in het drama Liu Wencai. Beiden werden gebruikt als werktuig om mensen te ‘onderwijzen’ in het haten van grondbezitters. De CCP schildert gewoonlijk haar vijanden af als de duivel, zoals zij dat deed in het geval van China’s voormalige president, Liu Shaoqi. In het bijzonder ensceneerde de CCP het zelfverbrandingsincident op het Plein van de Hemelse Vrede in januari 2001 om bij het volk haat jegens Falun Gong aan te wakkeren en verdubbelde zij vervolgens haar massale genocidecampagne tegen Falun Gong.
Niet alleen zijn de manieren van de CCP om te moorden ongewijzigd gebleven, maar de CCP heeft ze geperfectioneerd door nieuwe informatietechnologieën aan te wenden. In het verleden kon de CCP alleen het Chinese volk misleiden, maar nu misleidt ze mensen over de gehele wereld.
B. De massa mobiliseren om te moorden
De CCP doodt niet alleen door middel van haar dictatuur, maar mobiliseert ook actief mensen om elkaar te doden. Zelfs wanneer de CCP enkele voorschriften en wetten in acht zou hebben genomen tijdens het begin van zulke mobilisaties, kon tegen de tijd dat zij de mensen zover had gekregen om te participeren, niets de slachting meer stoppen. Bijvoorbeeld, toen de CCP haar landhervorming uitvoerde, besliste een landhervormingscomité over het leven en dood van grondbezitters.
C. Mensen geestelijk breken alvorens hen fysiek te elimineren
Een ander patroon in het moorden is mensen geestelijk te breken alvorens hen fysiek te elimineren. In de geschiedenis van China verwoestte zelfs de barbaarse en woeste Qin Dynastie (221–207 v. Chr.) de geesten van de mensen niet. De CCP heeft mensen echter nooit de kans gegeven om te sterven als een martelaar. Ze verkondigden gedragslijnen als “zachtzinnigheid ten opzichte van degenen die bekennen en zware straffen voor degenen die zich verzetten”, en “het hoofd buigen om fouten te erkennen is de enige uitweg”. De CCP dwingt mensen hun eigen gedachten en geloof op te geven en zij laat mensen sterven als honden, beroofd van alle waardigheid; een waardige dood zou immers volgelingen kunnen aanmoedigen. Alleen wanneer mensen een vernederende dood sterven kan de CCP haar doel bereiken om de mensen die het slachtoffer bewonderden 'op te voeden'. De reden waarom de CCP op zo’n extreem wrede en gewelddadige manier beoefenaars van Falun Gong vervolgt, is dat Falun Gong beoefenaars hun geloof belangrijker beschouwen dan hun leven. Toen de CCP niet in staat was om hun waardigheid te breken, deed ze er alles aan om hen fysiek te vernietigen met martelingen.
D. Moord door middel van allianties en verstoting
Wanneer de CCP mensen vermoord, doet ze dit zowel goed- als kwaadschiks en maakt ze sommige mensen tot vriend terwijl andere worden verstoten. De CCP valt altijd een ‘klein gedeelte’ van de bevolking aan, normaal gesproken een proportie van 5 procent. ‘De meerderheid’ van de bevolking is altijd goed en het object van ‘educatie’. Zulke educatie bestaat uit terreur en ‘zorg’. Educatie door terreur gebruikt angst om mensen te laten zien dat degenen die tegen de CCP zijn, een slecht einde beschoren is. Zij blijven zodoende ver weg van degenen die voorheen door de Partij werden verstoten. Educatie door ’zorg’ laat mensen zien dat wanneer zij het vertrouwen van de Partij kunnen verdienen en solidair zijn met de Partij, ze niet alleen veilig zullen zijn maar ook een goede kans hebben om gepromoveerd te worden of andere voordelen te verwerven. Lin Bao[34] zei ooit: “Een kleine groep [wordt] vandaag [onderdrukt] en een kleine groep morgen, en snel zal er dan in totaal een grote groep zijn.” Degenen die blij waren dat ze de ene campagne overleefd hadden, werden vaak de slachtoffers van de volgende.
E. Het in de kiem smoren van potentiële gevaren, en geheime buitenrechterlijke moord
De laatste tijd heeft de CCP het moordpatroon verder ontwikkeld om problemen in de kiem te smoren en om in het geheim en buiten het boekje van de wet te moorden. Nu bijvoorbeeld de protesten van arbeiders en landbouwers vaker voorkomen op verschillende plaatsen, elimineert de CCP de bewegingen nog voordat ze kunnen groeien door de zogenaamde ‘raddraaiers’ te arresteren en hun tot forse straffen te veroordelen. Een ander voorbeeld is dat terwijl vrijheid en mensenrechten in toenemende mate een algemeen erkende trend in de hele wereld worden, de CCP geen enkele Falun Gong beoefenaar ter dood heeft veroordeeld, maar op aandringen van Jiang Zemin, die zei dat “niemand verantwoordelijk zal worden gesteld voor het vermoorden van Falun Gong beoefenaars”, zijn behoorlijk veel Falun Gong beoefenaars over het hele land op gruwelijke wijze doodgemarteld. De Chinese grondwet bepaalt dat burgers het recht hebben om in beroep te gaan wanneer ze onrechtvaardig worden behandeld. Niettemin gebruikt de CCP politieagenten in burger of huurt zij lokale criminelen in om mensen die in beroep willen gaan te weren, te arresteren en naar huis te sturen, en om ze zelfs in werkkampen op te sluiten.
F. Één persoon vermoorden om anderen te vermanen
De vervolgingen van Zhang Zhixin, Yu Louke en Lin Zhao[35] zijn hiervan gepaste voorbeelden.
G. Het gebruiken van onderdrukking om de waarheid achter het moorden te verbergen
Beroemde personen met internationale invloed worden gewoonlijk wel onderdrukt maar niet vermoord door de CCP. Het doel hiervan is om het vermoorden van degenen die publieke aandacht zullen trekken te verbergen. Tijdens de campagne van het onderdrukken van de reactionairen doodde de CCP bijvoorbeeld niet de hooggeplaatste KMT generaals zoals Long Yun, Fu Zuoyi en Du Yuming, maar in plaats daarvan vermoordde ze de lagergeplaatste KMT officieren en soldaten.
Het moorden van de CCP heeft gedurende een lange periode de ziel van het Chinese volk vervormd. Tegenwoordig hebben veel mensen in China de neiging om te moorden. Toen terroristen de V.S. aanvielen op 11 september 2001, juichten vele Chinezen op het Chinese vasteland op internet message boards de aanvallen toe. Voorstanders van ‘totale oorlog’ konden overal gevonden worden en deden mensen beven van angst.
Besluit
Vanwege de informatieblokkade van de CCP hebben we geen mogelijkheid om exact te weten hoeveel mensen er overleden zijn ten gevolge van de verschillende vervolgingscampagnes die hebben plaatsgevonden tijdens haar bewind. Op zijn minst 60 miljoen mensen vonden de dood in de uitgevoerde campagnes. Daarbij komt nog dat de CCP etnische minderheden in Xinjiang, Tibet, Mongolië, Yunnan en andere plaatsen, uitmoordt; informatie over deze voorvallen is moeilijk te verkrijgen. De
Washington Post schatte ooit dat het aantal door de CCP tot de dood vervolgde mensen zo hoog is als 80 miljoen[36].
Afgezien van het dodental hebben we geen manier om erachter te komen hoeveel mensen er invalide zijn geworden, hoeveel er geestelijk getraumatiseerd of tot de waanzin gebracht zijn, en hoeveel er depressief of doodsbang geworden zijn ten gevolge van de vervolgingen waaronder ze hebben geleden. Elke moord is een bittere tragedie die bij de familie van de slachtoffers een jarenlang trauma achterlaat.
Zoals het in Japan gestationeerde
Yomiuri News[37] ooit rapporteerde, hield de Chinese centrale overheid een onderzoek naar de ongevallen die tijdens de Culturele Revolutie waren voorgevallen in 29 provincies en gemeenten direct onder het gezag van de Centrale Overheid. De resultaten wijzen uit dat ten tijde van de Culturele Revolutie bijna 600 miljoen mensen werden vervolgd of beschuldigd, een aantal dat ongeveer gelijk is aan de helft van de Chinese bevolking.
Stalin zei ooit dat de dood van een man een tragedie is, maar dat de dood van een miljoen mensen enkel een statistiek is. Toen hem verteld werd dat veel mensen de hongersdood stierven, merkte Li Jingquan, de voormalige Partijsecretaris van de provincie Sichuan, op: “In welke dynastie zijn er geen mensen overleden?” Mao Zedong zei: “Ongevallen zijn onvermijdelijk bij elke worsteling. De dood komt vaak voor.” Dit is de atheïstische communistische kijk op het leven. Dat is de reden waarom 20 miljoen mensen tijdens het regime van Stalin zijn overleden door vervolging, een aantal dat overeenkomt met 10 procent van de bevolking van de voormalige Sovjet-Unie. De CCP heeft minstens 80 miljoen mensen vermoord, wat ook bijna 10 procent van de hele bevolking [aan het einde van de Culturele Revolutie] is. De Rode Khmer vermoordde twee miljoen mensen, niet minder dan een kwart van de bevolking van Cambodja. In Noord-Korea wordt het dodental ten gevolge van hongersnood geschat op meer dan één miljoen mensen. De communistische partijen hebben zich schuldig gemaakt aan al deze bloedige zonden.
Kwaadaardige sekten offeren mensen op en gebruiken hun bloed om kwade geesten te aanbidden. Vanaf het begin heeft communistische partij onophoudelijk mensen vermoord – wanneer degenen buiten de Partij niet konden worden vermoord, zou zij dan maar haar eigen mensen vermoorden – om haar ‘klassenstrijd’, ‘worstelingen tussen de partijen’ en andere dwaalbegrippen in ere te houden. Zij plaatst zelfs haar eigen voorzitters, maarschalken, generaals, ministers en anderen op het offeraltaar van haar boosaardige cultus.
Velen denken dat de CCP de tijd moet worden gegund om zichzelf te verbeteren en bedoelen daarmee dat de CCP nu best terughoudend is wat betreft het vermoorden van het Chinese volk. In de eerste plaats maakt het vermoorden van één persoon iemand nog steeds een moordenaar. Bovendien, omdat moord één van de methoden is die de CCP gebruikt om haar op angst gebaseerde regime in stand te houden, zal de CCP haar moorden afstemmen in overeenstemming met haar behoeften. Het moordgedrag van de CCP is in algemene zin onvoorspelbaar. Wanneer het mensen aan een sterk gevoel van angst ontbreekt, zal de CCP meer moorden plegen om het gevoel van terreur toe te laten nemen; wanneer mensen voldoende angstig zijn, zou het vermoorden van slechts een paar mensen het gevoel van terreur in stand kunnen houden; wanneer mensen het niet kunnen helpen de CCP te vrezen, dan is het aankondigen van de intentie om te doden zonder echt te hoeven doden, al genoeg voor de CCP om haar terreur in stand te houden. Na ontelbare politieke- en moordcampagnes te hebben ervaren, hebben vele mensen een standaardreflex ontwikkeld om te reageren op de terreur van de CCP. Daarom is er geen noodzaak voor de CCP om over doden te spreken, de toon in de massakritiek van de propagandamachine alleen is genoeg om de herinneringen aan terreur te doen herleven.
De CCP zal de intensiteit van haar moordpartijen aanpassen naargelang het gevoel dat het volk heeft over terreur verandert. De omvang van het moorden is op zichzelf niet het doel, eerder de continuïteit ervan. De CCP is niet toegeeflijker geworden, noch heeft ze het slagersmes neergelegd. Omgekeerd is het volk gehoorzamer geworden. Wanneer het volk opstaat om iets te eisen dat buiten de grenzen van de tolerantie van de CCP valt, zal de CCP niet aarzelen om bloedig toe te slaan.
De noodzaak om de terreur in stand te houden, geeft de willekeur van het moorden het maximale resultaat in het bereiken van dit doel. In de grootschalige slachtingen die voorheen plaatsvonden hield de CCP de definitie, misdaden en strafnormen van haar doelwitten opzettelijk vaag. Om te voorkomen het doelwit van de slachtingen te worden, beperkten mensen hun woorden en daden vaak tot ‘een veilige zone’, gebaseerd op hun eigen beoordeling. Deze ‘veilige zone’ was vaak beperkter dan de zone die de CCP had beoogd. Dat is de reden waarom in iedere campagne mensen zich ‘eerder als een Linkse dan als een Rechtse’ neigden te gedragen, in overeenstemming met de wil van de Partij, wat tevens verklaart waarom ze de vervolgingen versterkten. Omdat overheidsfunctionarissen op ieder niveau de vervolging uitbreidden om hun eigen veiligheid te garanderen, werden de vervolgingen intenser naar de lagere sociale niveaus toe. Zulke wijdverspreide en vrijwillige versterking van terreur komt voort uit de willekeurige aard van het moorden van de CCP.
In haar lange moorddadige geschiedenis heeft de CCP zichzelf ontpopt als een verdorven seriemoordenaar. Met moord bevredigt ze haar perverse verlangen naar de ultieme macht wat betreft het beslissen over leven en dood van de mens. Door te moorden sust ze haar innerlijke angst. Door te moorden onderdrukt ze sociale onrust en het sociale ongenoegen ten gevolge van de eerder gepleegde slachtpartijen. Vandaag de dag hebben de opeengestapelde bloedige schulden van de CCP een verzoenende oplossing onmogelijk gemaakt. Ze kan zich alleen verlaten op het toepassen van intense druk en een totalitair bewind om haar bestaan tot het definitieve einde in stand te houden. Ondanks de poging haar ware gelaat te verbergen door zo nu en dan haar slachtoffers in ere te herstellen, is de bloeddorstige natuur van de CCP nooit veranderd. En het is nog onwaarschijnlijker dat dat in de toekomst zal gebeuren.
Voetnoten
[1] Uit de brief van Mao Zedong aan zijn vrouw Jiang Qing (1966).
[2] Superstructuur in de context van de Marxistische sociale theorie verwijst naar de manier van interactie tussen de menselijke subjectiviteit en de materiële substantie van de maatschappij.
[3] Hu Feng, geleerde en literaire criticus, was tegen het totalitaire literatuurbeleid van de CCP. Hij werd in 1955 uit de Partij verwijderd en tot 14 jaar gevangenisstraf veroordeeld.
[4] Uit
De annalen van Confucius.
[5] Uit
Leviticus 19:18.
[6] Uit
het Communistisch Manifest (1848), zie:
http://eserver.org/marx/1848-communist.manifesto/
[7] Uit
The People’s Democratic Dictatorship, Mao Zedong (1949).
[8] Mao Zedong: “Wij moeten [de onderdrukking van reactionairen] promoten zodat iedere familie is geïnformeerd.” (30 maart 1951).
[9] Mao Zedong, “Wij moeten krachtig en nauwkeurig de reactionairen treffen.” (1951).
[10] Het Hemelse Koninkrijk van Taiping (1851–1864), ook bekend als de Taiping Opstand, was één van de bloedigste conflicten uit de Chinese geschiedenis. Het was een confrontatie tussen de machten van het imperialistische China en mensen geïnspireerd door een zelfverkondigde mystiekeling van de Hakka culturele groep genaamd Hong Xiuquan, een Christelijke bekeerling. Men gelooft dat tenminste 30 miljoen mensen zijn gestorven tijdens deze opstand.
[11] Uit een passage van het boek gepubliceerd door het in Hong Kong gebaseerde Chengming tijdschrift (http://www.chengmingmag.com/), oktober 1996.
[12] ‘De Grote Sprong Voorwaarts’ (1958-1961) was Mao’s waanzinnige plan om de welvaart en economie van China bij de wereldtop te voegen, dit door het creëren van zogenaamde ‘volkscommunes’. Iedere volkscommune moest instaan voor haar eigen landbouw, industrie, onderwijs, administratie en veiligheid en was georganiseerd als een militaire kazerne of een werkkamp, met gemeenschappelijke keukens en kantines, in sommige gevallen zelfs met gemeenschappelijke slaapplaatsen. Het betekende een aanslag op de traditionele gezinsstructuur. Tegen eind 1958 waren 750.000 landbouwcoöperatieven verhuisd naar 23.500 communes die elk bestonden uit ongeveer 5000 gezinnen. Boeren moesten hun vruchtbare akkers achterlaten om in de communes te gaan wonen maar moesten tegelijkertijd toch ‘75.000 kg graan per hectare opbrengen’ en werden gelijktijdig massaal ingezet om ‘in één jaar tijd de staalproductie te verdubbelen’. Het hele plan werd op zo’n grote schaal en zo ondoordacht uitgevoerd dat de eruit resulterende hongersnood het leven kostte aan 30 à 40 miljoen mensen. De CCP heeft achteraf nooit haar verantwoordelijkheid voor deze catastrofe toegegeven: in de hedendaagse Chinese school- en geschiedenisboeken wordt de hongersnood valselijk toegeschreven aan ‘sabotage van voedseldepots’ door ‘antirevolutionairen’ en aan ‘natuurrampen’.
[13] Gepubliceerd in februari 1994 door het Rode Vlag Uitgevershuis. Het citaat werd door de vertaler vertaald.
[14] Eenheid van Chinese landmaat. 1 mu = 6,7 are.
[15] Peng Dehuai (1898–1974), communistisch Chinees generaal en politiek leider. Peng was de opperbevelhebber in de Koreaanse Oorlog, vice-premier van de Raad van Staten, lid van het Politbureau en minister van Defensie van 1954–1959. Hij werd uit zijn officiële posten ontheven nadat hij het tijdens het Lushan plenum van de CCP in 1959 oneens was met de linkse aanpak van Mao.
[16] De Jaegher Raymond J.,
Enemy Within. Guild Books, Catholic Polls, Incorporated (1968).
[17] Het ‘Daxing Bloedbad’ vond plaats in augustus 1966 tijdens de verandering van het leiderschap van de Partij in Beijing. Op dat moment hield Xie Fuzhi, de minister van het Ministerie van Openbare Veiligheid, een toespraak op een bijeenkomst van het Openbare Veiligheidsbureau van Beijing; hij riep hen op om niet tussenbeide te komen bij de acties van de Rode Garde tegen de ‘vijf zwarte klassen’. Deze toespraak werd snel doorgestuurd naar een lid van het Staande Comité van het Openbare Veiligheidsbureau van de provincie Daxin. Na de bijeenkomst schoot het Publieke Veiligheidsbureau van Daxin onmiddelijk in actie en vormde een plan om de massa in Daxin aan te zetten tot het ombrengen van de ‘vijf zwarte klassen’.
[18] Zheng Yi,
Scarlet Memorial (Taipei: het Chinese Televisie-Uitgevershuis, 1993). Dit boek is ook verkrijgbaar in het engels:
Scarlet Memorial: Tales of Cannibalism in Modern China, door Yi Zheng, vertaald en bewerkt door T. P. Sym (Boulder, Colorado: Westview Press, 1998).
[19] De ‘oude maatschappij’, zoals de CCP haar noemt, verwijst naar de periode vóór 1949 en de ‘nieuwe maatschappij’ verwijst naar de periode na 1949 toen de CCP de controle over het land had overgenomen.
[20] De dwangbuis is een foltertuig in de vorm van een vest. De armen van het slachtoffer worden met een touw op de rug geknoopt en dan naar voren getrokken over het hoofd; deze foltering kan onmiddellijk iemands armen breken. Daarna wordt het slachtoffer strak in de dwangbuis gesjord en opgehangen aan de armen. Het meest directe gevolg van deze wrede foltering is het breken van de botten in de schouders, ellebogen, polsen en rug, met als gevolg dat het slachtoffer in ondraaglijke pijn sterft. Enkele Falun Gong beoefenaars zijn door deze foltering om het leven gekomen. Voor meer informatie, zie:
http://www.clearwisdom.net/emh/articles/2004/9/10/52274.html (in het Engels).
[21] In 1930 beval Mao de Partij om duizenden Partijleden, soldaten van het Rode Leger en onschuldige burgers in de Jiangxi provincie te doden in een poging zijn macht in de CCP-gecontroleerde gebieden te consolideren. Voor meer informatie, zie:
http://kanzhongguo.com/news/articles/4/4/27/64064.html (in het Chinees).
[22] Gao Gang en Rao Shushi waren beiden leden van de CCP Centrale Commissie. Na een onsuccesvol bod in een machtsstrijd in 1954 werden zij beschuldigd van 'samenzwering om de Partij op te splitsen' en werden vervolgens uit de Partij verdreven.
[23] Zhou Enlai (5 maart 1898 – 8 januari 1976) kwam qua bekendheid in de geschiedenis van de CCP op de tweede plaats na Mao. Hij was een leidende figuur in de CCP en premier van de Volksrepubliek China van 1949 tot zijn dood.
[24] Uit
Documentary of Supporting Vietnam and Fighting with America, Wang Xiangen (Beijing: International Cultural Publishing Company, 1990).
[25] Zhang Zhixin was een intellectueel die werd doodgefolterd door de CCP tijdens de Culturele Revolutie omdat zij Mao bekritiseerde voor zijn falen tijdens ‘De Grote Sprong Voorwaarts’ en haar openheid in het vertellen van de waarheid. Gevangenisbewakers scheurden haar vaak de kleren van het lichaam en boeiden haar handen achter haar rug waarna ze in de cellen van de mannelijke gevangenen werd gegooid om verkracht te worden. Uiteindelijk verloor ze haar verstand. Gevangenisbewakers vreesden dat zij tijdens haar executie protestslogans zou schreeuwen en duwden haar hoofd op een steen en sneden haar keel over vóór haar executie.
[26] Uit een rapport van de Laogai Onderzoeksinstelling, rapport van 12 oktober 2004, zie:
http://www.laogai.org/news2/newsdetail.php?id=391 (in het Chinees).
[27] Een van de drie werktuigen (middelen van productie, manieren van productie en productieverhoudingen) die Marx gebruikte om sociale klassen te analyseren. Productieverhoudingen verwijst naar de verhouding tussen de mensen die productieve werktuigen bezitten en degenen die deze niet bezitten, bijvoorbeeld, de verhouding tussen landheer en boer of de verhouding tussen kapitalist en arbeider.
[28] Uit Mencius, boek 3, Penguin Classics, vertaald door D.C. Lau.
[29] Door Fan Zhongyan (989–1052), vooraanstaand Chinees opvoeder, schrijver en regeringsambtenaar van de noordelijke Song Dynastie. Dit citaat komt uit zijn bekende proza, Climbing the Yueyang Tower.
[30] Door Gu Yanwu (1613–1682), een voortreffelijke geleerde uit de vroege Qing Dynastie.
[31] Uit Mencius, boek 7, Penguin Classics, vertaald door D.C. Lau.
[32] ‘Dorp van Drie Families’ was het pseudoniem van drie schrijvers in de jaren 1960: Deng Kuo, Wu Han en Liao Mosha. Wu was de auteur van het toneelstuk
Hai Rui treedt af van zijn post, wat Mao beschouwde als een politieke satire over zijn verhouding met generaal Peng Dehuai.
[33] De Chinese volkslegende,
Het meisje met de witte haren, is het verhaal van een vrouwelijke onsterfelijke die in een grot leefde en supernormale vermogens bezat om deugd te belonen en ontucht te straffen, het rechtschapene te ondersteunen en het kwaad in toom te houden. In het ‘moderne’ Chinese drama werd ze echter beschreven als een meisje dat werd gedwongen in een grot te vluchten nadat haar vader was doodgeslagen omdat hij had geweigerd haar uit te huwelijken aan een oude landheer. Ze kreeg wit haar door gebrek aan voeding. Dit werd één van de meeste bekende ‘moderne’ drama’s in China en zette aan tot klassenhaat tegen de landheren.
[34] Lin Biao (1907–1971), een van de hooggeplaatste leiders van de CCP, diende onder Mao Zedong als lid het Politbureau van China, als vice-voorzitter (1958) en als minister van het Ministerie van Defensie (1959). Lin wordt algemeen gezien als de architect achter China’s Culturele Revolutie. Lin werd aangewezen als opvolger van Mao, maar hij viel uit de gratie van de Partij in 1970. Volgens bepaalde geruchten zou hij betrokken geweest zijn in de voorbereidingen van een coup. Omdat hij zijn val zag aankomen, probeerde hij naar de Sovjet-Unie te vluchten toen deze vermeende plot ‘ontdekt’ werd. Gedurende zijn poging om van gerechtelijke vervolging te ontsnappen, stortte zijn vliegtuig in Mongolië neer en vond hij de dood.
[35] Yu Luoke was een strijder voor mensenrechten die door de CCP tijdens de Culturele Revolutie gedood werd. Zijn monumentale verhandeling Over familieachtergrond, geschreven op 18 januari 1967, was de meest wijdverspreide en had de meest blijvende invloed van alle verhandelingen die niet-CCP gedachten reflecteerden tijdens de jaren van de Culturele Revolutie. Lin Zhao, een studente aan de universiteit van Beijing in de richting journalistiek, werd in 1957 geclassificeerd als een conservatieveling voor haar onafhankelijk denken en open kritiek tegen de communistische beweging. Zij werd beschuldigd van 'samenzwering tot het omver werpen van de democratische dictatuur van het volk' en werd aangehouden in
1960. In 1962 werd zij tot 20 jaar gevangenschap veroordeeld. Zij werd door de CCP op 29 april 1968 als een contrarevolutionaire gedood.
[36] Uit http://www.laojiao.org/64/article0211.html (in het Chinees).
[37] Uit “Een open brief van Song Meiling aan Liao Chengzhi” (17 augustus 1982). Bron:
http://www.blog.edu.cn/more.asp?name=fainter&id=16445 (in het Chinees).