HomeNegen CommentarenGeschiedenisOpzeggingenVideosInternationaal

Deel 2 – Het begin van de Chinese Communistische Partij


Waarom is de Communistische Partij verschenen, gegroeid en heeft ze uiteindelijk de macht gegrepen in het hedendaagse China? Kozen de Chinese mensen de Communistische Partij? Of zweerde de Communistische Partij samen en dwong zij de Chinese mensen tot acceptatie? De CCP heeft zichzelf boven alles geplaatst, veroverde alles in haar weg en heeft daarmee een eindeloze catastrofe aan China toegebracht.

Voorwoord

De Culturele Revolutie was een periode waarin ‘de zon het roodst is’ en ‘de wereld het donkerst’. Iedereen werd verplicht om de werken van Mao te bestuderen.
Volgens het boek Uitleg en analyse van eenvoudige en samengestelde karakters[1] geschreven door Xu Shen (58 n Chr. – 147 n. Chr.) bestaat het traditionele Chinese karakter ‘Dang’ dat “partij” of “bende” betekent uit twee radicalen die respectievelijk overeenkomen met “promoten of aanbevelen” en “donker of zwart”. Als de twee radicalen worden samen­gevoegd, betekent het karakter “duisternis promoten”. “Partij” of “partijlid” (wat ook als “bende” of “bendelid” geïnterpreteerd kan worden) draagt een pejoratieve betekenis. Confucius zei: “Een nobel man is trots maar niet agressief, sociaal maar niet partijgebonden.” De voetnoten van de Analecta (Lunyu) ver­klaren: “Van mensen die el­kaar helpen om hun wan­daden te verbergen wordt gezegd dat ze een bende (partij) vormen.”[2] In de Chinese geschiedenis werden politieke klieken dikwijls ‘Peng Dang’ (complotten) genoemd. Het is binnen de traditionele Chinese cultuur een synoniem voor ‘bende schurken’ en wordt geassocieerd met de implicatie van bendevorming voor zelfzuchtige doeleinden.

Waarom is de Communistische Partij verschenen, gegroeid en heeft ze uiteindelijk de macht gegrepen in het hedendaagse China? De Chinese Communistische Partij (CCP) heeft de geest van het Chinese volk constant het idee ingeprent dat de geschiedenis de CCP heeft gekozen, dat het volk de CCP hebben gekozen en dat ‘er zonder de CCP geen nieuw China zou bestaan’.

Heeft het Chinese volk de Communistische Partij gekozen? Of heeft de Communistische Partij een bende gevormd en het Chinese volk gedwongen haar te aanvaarden? De antwoorden vindt men in de geschiedenis.

Vanaf de eindjaren van de Qing Dynastie (1644–1911) tot in de beginjaren van de Republiek (1911–1949), heeft China ontzettende schokken van buitenaf meegemaakt en uitvoerige pogingen voor interne hervormingen doorlopen. De Chinese maatschappij was in een staat van beroering. Vele intellectuelen en mensen met verheven idealen wilden het land en het volk redden. Te midden van nationale crisis en chaos groeide echter hun gevoel van ongerustheid, wat hen eerst naar ontgoocheling en later naar wanhoop leidde. Net als mensen die in tijden van ziekte naar elke mogelijke dokter lopen, zochten ze buiten China naar oplossingen. Toen de Britse en Franse manier faalde, probeerden ze de Russische methode. In de hoop dat China snel sterk zou worden, aarzelden ze niet om het extreemste van alle remedies voor ‘de ziekte’ voor te schrijven.

De ‘Vier Mei Beweging’ van 1919 was een diepgaande uiting van deze wanhoop. Sommige mensen waren voorstanders van het anarchisme; anderen stelden voor om de doctrines van Confucius omver te werpen en nog anderen suggereerden om buitenlandse cultuur binnen te halen. Samengevat, verwierpen ze de traditionele Chinese cultuur en verzetten zich tegen Confucius’ doctrine van de middenweg. Erop gebrand een kortere weg te nemen opteerden ze voor de vernietiging van alles wat traditioneel was. Aan de ene kant hadden de radicalen onder hen geen mogelijkheid om het land te dienen en aan de andere kant geloofden ze sterk in hun eigen idealen en verlangens. Ze hadden het gevoel dat de wereld hopeloos was en ze geloofden dat alleen zij de juiste aanpak voor de toekomstige ontwikkeling van China hadden gevonden. Ze waren vurige voorstanders van revolutie en geweld.

Verschillende ervaringen leidden tot verschillende theorieën, principes en richtingen onder verschillende groepen. Uiteindelijk ontmoette een groep mensen enkele vertegenwoordigers van de Communistische Partij uit de Sovjet-Unie. Het idee, ontleend aan het Marxisme-Leninisme, om ‘gewelddadige revolutie te gebruiken om de politieke macht te grijpen’, sprak hun onrustige geesten aan en was in overeenstemming met hun verlangen om het land en het volk te redden. Ze vormden onmiddellijk een alliantie met elkaar. Zo introduceerden ze in China een totaal oneigen concept, het Communisme. In totaal woonden dertien vertegenwoordigers het ‘Eerste Nationale Congres’ van de CCP bij. Later stierven enkelen van hen, sommigen vluchtten en sommigen werkten uit opportunisme voor de bezettende Japanse strijdkrachten en werden zo verraders voor China. Sommigen verlieten de CCP om zich aan te sluiten bij de Kuomintang (de Nationalistische Partij, in het vervolg afgekort als KMT). Tegen 1949, toen de CCP aan de macht kwam in China, bleven enkel Mao Zedong (Mao Tse Tung) en Dong Biwu nog over van de originele dertien Partijleden. Het is onduidelijk of de stichters van de CCP er zich toen van bewust waren dat de ‘godheid’ die ze uit de Sovjet-Unie hadden geïntroduceerd in werkelijkheid een kwaadaardige duivel was en dat de remedie die ze zochten om het land te redden eigenlijk een dodelijk gif was.

De Communistische Partij van Groot-Rusland (de Bolsjewistische Partij, later gekend als de Communistische Partij van de Sovjet-Unie), die net haar revolutie had gewonnen, was vol ambitie ten aanzien van China. In 1920 richtte de Sovjet-Unie het ‘Verre Oosten Bureau’ op als tak van de Derde Communistische Internationale, ook bekend als het Comintern. Het was verantwoordelijk voor de oprichting van een Communistische Partij in China en in andere landen. Sumiltsky was het hoofd van het bureau en Grigori Voitinsky was de afgevaardigde bestuurder. Ze begonnen samen met Chen Duxiu en anderen de oprichting van de CCP voor te bereiden. Het voorstel dat ze in juni 1921 indienden bij het Verre Oosten Bureau om een Chinese tak van het Comintern op te richten, gaf aan dat de CCP een tak was die geleid werd door het Comintern. Op 23 juli 1921 werd met de hulp van Nikolsky en Maring van het Verre Oosten Bureau de CCP officieel gevormd.

Op die manier werd de communistische beweging in China geïntroduceerd als een experiment. Sindsdien heeft de CCP zichzelf boven alles en iedereen geplaatst, alles veroverd op haar pad en daarmee een eindeloze catastrofe toegebracht aan China.

I. De CCP groeide door een geleidelijk accumuleren van kwaadaardigheid

HET is geen gemakkelijke taak om in China, een land met een geschiedenis van 5000 jaar beschaving, een buitenlands en kwaadaardig spook te introduceren zoals de Communistische Partij, één die totaal onverenigbaar is met de Chinese traditie. De CCP bedroog de bevolking en de vaderlandslievende intellectuelen, die het land wilden dienen voor de belofte van de ‘communistische utopie’. De theorie van het communisme, die al serieus werd verdraaid door Lenin, werd verder vervormd om de theoretische basis te leggen voor het vernietigen van alle traditionele deugden en principes. Bovendien werd de vervormde communistische theorie van de CCP gebruikt om alles wat nadelig was voor de heerschappij van de CCP te vernietigen en om alle sociale klassen en mensen te elimineren, die mogelijk een dreiging konden vormen voor haar overheersing. De CCP adopteerde zowel de vernietiging van geloofsovertuiging, zoals dat tijdens de Industriële Revolutie plaatsvond, als het meer complete atheïsme van het communisme. De CCP erfde het communistische ontkennen van privé-eigendom en importeerde Lenin’s theorie van gewelddadige revolutie. Tegelijkertijd werden de slechtste delen van de Chinese staatsmonarchie door de CCP geërfd en verder versterkt.

De geschiedenis van de CCP is een proces van een geleidelijk vergaren van elke mogelijke kwaadaardigheid, zowel nationaal als internationaal. De CCP heeft haar negen geërfde eigenschappen geperfectioneerd door er ‘Chinese karakteristieken’ aan toe te voegen: kwaadaardigheid, bedrog, opruiing, het loslaten van het uitschot van de maatschappij, spionage, beroving, strijd, uitroeiing en overheersing. In een antwoord op de ononderbroken crisis heeft de CCP de middelen en de mate waarin deze kwaadaardige kenmerken zijn gebruikt verder versterkt en geconsolideerd.

Eerste geërfde eigenschap: Kwaadaardigheid — het aannemen van de kwaadaardige vorm van het Marxisme-Leninisme

Met de uitspraak “een gewelddadige revolutie ontketenen om het oude staatsapparaat te vernietigen en de dictatuur van het proletariaat op te richten” had het Marxisme in het begin een grote aantrekkingskracht op de Chinese Communisten. Dit is precies de wortel van het kwaad in het Marxisme en Leninisme.

Marxistisch materialisme is gebaseerd op de beperkte economische concepten van productiekrachten, productieverhoudingen en toegevoegde waarden. Gedurende de vroege, onderontwikkelde stadia van het kapitalisme maakte Marx een kortzichtige voorspelling dat het kapitalisme zou sterven en dat het proletariaat zou winnen, iets dat nu door de geschiedenis en de hedendaagse realiteit als onjuist is bevonden. De Marxistisch-Leninistische gewelddadige revolutie en dictatuur van het proletariaat promoten machtspolitiek en proletarische dominantie. Het Communistisch Manifest relateerde de historische en filosofische basis van de Communistische Partij aan klassenconflict en klassenstrijd. Om de macht te kunnen grijpen, bevrijdde het proletariaat zich van de traditionele moraliteit en sociale verhoudingen. Sinds hun eerste verschijning waren de doctrines van het Communisme tegengesteld aan alle tradities.

De menselijke natuur verwerpt universeel geweld. Geweld maakt mensen meedogenloos en tiranniek. Zodoende heeft de mensheid, overal en ten alle tijde, de vooronderstelling van de Communistische Partij wat betreft de theorie van geweld – een theorie die in geen enkel voorgaand denksysteem, filosofie of traditie een antecedent heeft – verworpen. Het communistische systeem van terreur kwam uit het niets op aarde vallen.

De kwaadaardige ideologie van de CCP is gebouwd op de vooronderstelling dat de mensen de natuur kunnen veroveren en de wereld kunnen transformeren. Met haar idealen van ‘emancipatie van de gehele mensheid’ en ‘eenheid van de wereld’[3] heeft de Communistische Partij veel mensen aangetrokken. Vooral veel mensen die bezorgd waren over de menselijke gesteldheid en erop gebrand waren om hun eigen stempel op de samenleving te drukken, werden door de CCP bedrogen. Deze mensen vergaten dat er hogere machten zijn. Geïnspireerd door de mooie maar misleidende notie van ‘een hemel op aarde bouwen’, verachtten ze tradities en keken ze neer op de levens van anderen. Dit bracht hen op hun beurt zelf naar een lager niveau. Dit alles deden ze in een poging om aan de CCP een prijzenswaardige dienst te betonen en om eer te winnen.

De fantasie van een ‘Communistisch Paradijs’ werd door de Communistische Partij als de waarheid gepresenteerd en wekte zo het enthousiasme op bij het volk om ervoor te vechten: “Daar rede nieuwe creatie uitroept, wordt een betere wereld geboren.”[4] Door zulk een absoluut absurd idee te gebruiken, heeft de CCP de banden verbroken tussen de mensheid en de hogere machten, en heeft zij de levenslijn die het Chinese volk verbindt met hun voorouders en nationale tradities doorgesneden. De CCP heeft haar vermogen om kwaad te doen versterkt door de mensen op te roepen hun leven te geven voor het communisme.

Tweede geërfde eigenschap: Bedrog — om te pretenderen rechtschapen te zijn moet het kwaad bedriegen

Het kwaad moet liegen. Om misbruik te maken van de werkende klasse, gaf de CCP deze namen zoals ‘de meest geavanceerde klasse’, ‘onbaatzuchtige klasse’, ‘leidende klasse’ en ‘pioniers van de proletarische revolutie’. Wanneer de Communistische Partij de landbouwers nodig had, beloofde ze ‘land voor de landbouwers’. Mao loofde de boeren met de woorden: “Zonder de arme boeren zou er geen revolutie zijn; hun rol ontkennen is de revolutie ontkennen.”[5] Toen de Communistische Partij hulp nodig had van de kapitalistische klasse noemde ze hen ‘medereizigers in de proletarische revolutie’ en beloofde hen ‘democratisch republicanisme’. Wanneer de Communistische Partij bijna werd uitgeroeid door de KMT, deed ze een luidruchtige oproep: “Chinezen vechten niet met Chinezen” en beloofde ze zich te onderwerpen aan het leiderschap van de KMT. Meteen toen de anti-Japanse oorlog voorbij was, keerde de CCP zich met volle kracht tegen de KMT en gooide diens regering omver. Kort nadat ze controle had genomen over China, elimineerde de CCP op dezelfde wijze de kapitalistische klasse en maakte zo uiteindelijk van de boeren en arbeiders een waarlijk arm proletariaat.

De notie van een verenigd front is een typisch voorbeeld van de leugens die de CCP vertelt. Om de burgeroorlog tegen de KMT te winnen, week de CCP af van haar gebruikelijke tactiek van het vermoorden van elk familielid van de landheren en de rijke boeren en voerde een ‘tijdelijk beleid van éénwording’ met haar klassenvijanden, de landheren en rijke boeren. Op 20 juli 1947 kondigde Mao Zedong aan dat we, “behalve tegenover een paar reactionaire elementen, een meer ontspannen houding zouden moeten aannemen tegenover de klasse van de landheren… ten einde de vijandelijke elementen te verminderen.” Nadat de CCP de macht had verworven, ontsnapten de landheren en de rijke boeren echter niet aan genocide.

Het is normaal voor de Communistische Partij om één ding zeggen en het andere te doen. Wanneer de CCP de democratische partijen nodig had, luidde haar slogan ‘streven naar het samenleven op lange termijn, wederzijdse supervisie uitoefenen, eerlijk zijn met elkaar en eer en schande delen’. Iedereen, die het oneens was met of weigerde zich te voegen naar de concepten, woorden, daden of organisatie van de Partij werd geëlimineerd. Marx, Lenin en de CCP-leiders hebben allen gezegd dat de politieke macht van de Communistische Partij met geen enkel ander individu of groep zou worden gedeeld. Sinds het prille begin droeg het communisme zeer duidelijk het kenmerk van dictatuur in zich. De CCP is heerszuchtig en uitsluitend. Ze heeft nooit op een oprechte manier samen bestaan met andere politieke partijen of groepen, of het nu was toen ze probeerde de macht te grijpen of nadat ze de controle had overgenomen. Zelfs tijdens de zogenaamde ‘ontspannen’ periode was de samenleving van de CCP met anderen op zijn best een opgevoerde voorstelling.

De geschiedenis leert ons nooit te geloven in de beloften die de CCP maakt en er niet op te vertrouwen dat om het even welke belofte van de CCP wordt vervuld. Het geloven van de woorden van de Communistische Partij in welke kwestie dan ook, zou iemand zijn leven kunnen kosten.

Derde geërfde eigenschap: Opruiing — op een vakkundige wijze massaal haat en strijd opwekken

Bedrog dient vaak om haat op te wekken en strijd berust op haat. Waar geen haat bestaat, kan het gecreëerd worden.

Het diep gewortelde systeem van patriarchale clans op het Chinese platteland diende als een fundamentele barrière voor de vestiging van de politieke macht van de Communistische Partij. De landelijke samenleving was om te beginnen harmonieus en de relatie tussen de grondbezitters en de pachters was er niet één van algehele confrontatie. De landeigenaars boden aan de boeren een mogelijkheid om te overleven en in ruil daarvoor ondersteunden de boeren de landeigenaars.

Deze enigszins wederzijdse afhankelijkheidsrelatie werd door de CCP verdraaid tot een extreme vijandschap van klassen en klassenuitbuiting. Harmonie werd omgevormd tot vijandschap, haat en strijd. Het redelijke werd onredelijk gemaakt, orde werd omgezet in chaos en republicanisme werd tot despotisme gemaakt. Het ontkennen van privé-bezit, moord voor profijt en het vermoorden van landheren, rijke boeren en hun families werd door de Communistische Partij aangemoedigd. Vele boeren waren niet bereid om het eigendom van anderen af te pakken. Sommigen gaven ’s nachts het eigendom terug, dat ze overdag hadden gestolen van de landheren, maar ze werden door werkgroepen van de CCP in plattelandsgebieden bekritiseerd, als zouden ze een ‘laag klassengeweten’ hebben.

Om klassenhaat op te wekken, reduceerde de CCP het Chinese theater tot een propagandamiddel. Een algemeen bekend verhaal over de verdrukking van klassen, Het meisje met de witte haren[6], ging oorspronkelijk over een vrouwelijke onsterfelijke en had niets te maken met klassenconflicten. Onder de pennen van de militaire schrijvers werd het echter getransformeerd in een ‘modern’ drama, opera en ballet, gebruikt om klassenhaat op te wekken. Toen Japan China binnenviel tijdens de Tweede Wereldoorlog, vocht de CCP niet met de Japanse troepen. In plaats daarvan viel zij de KMT regering aan met de beschuldiging dat de KMT het land had verraden zonder tegen Japan te vechten. Zelfs op het meest kritische moment van nationaal onheil zette de CCP de mensen aan om de KMT regering tegen te werken.

Het is een klassieke truc van de CCP om de massa aan te zetten tot onderlinge strijd. De CCP creëerde de ’95:5 formule’ van klassentoekenning: 95 procent van de bevolking werd onderverdeeld in verschillende klassen die gewonnen konden worden voor het communisme, terwijl de resterende 5 procent gebombardeerd werd tot vijanden van die klassen. Mensen binnen de 95 procent waren veilig, maar tegen diegenen die bij de 5 procent hoorden, werd ‘gestreden’. Om zichzelf te beschermen en uit angst streefden de mensen ernaar om bij de 95 procent gerekend te worden. Dit resulteerde in vele gevallen waarin mensen anderen schade berokkenden en zelfs de ene belediging op de andere stapelden. Dankzij haar ervaring in vele van haar politieke campagnes opruiing te gebruiken, heeft de CCP deze techniek van ophitsing geperfectioneerd.

Vierde geërfde eigenschap: Het uitschot van de maatschappij loslaten — bendeleden en sociaal uitschot vormen de rangen van de CCP

Het uitschot van de maatschappij loslaten, leidt tot het kwaad, en het kwaad moet het uitschot van de maatschappij aanwenden. Communistische revoluties hebben vaak gebruik gemaakt van de rebellie van bendeleden en sociaal uitschot. De ‘Commune van Parijs’ bijvoorbeeld, impliceerde in feite moord, brandstichting en geweld, geleid door sociaal uitschot. Zelfs Marx keek neer op het ‘lompenproletariaat’.[7] In het Communistisch Manifest[8] zei Marx: “De ‘gevaarlijke klasse’, het sociaal uitschot, die passief rottende massa, die van de onderste lagen van de oude maatschappij werd afgeworpen, kan, hier en daar, bij de campagne van een proletarische revolutie geveegd worden; hun levensvoorwaarden bereiden hen echter meer voor op een rol als omgekocht hulpmiddel bij een reactionaire intrige.” Boeren, aan de andere kant, werden, door hun zogenaamde fragmentatie en onwetendheid, door Marx en Engels beschouwd als ongekwalificeerd voor welke sociale klasse dan ook.

De CCP ontwikkelde de donkere zijde van Marx’s theorie verder. Mao Zedong zei: “Het sociale uitschot en de bendeleden zijn altijd veracht door de maatschappij, maar zij zijn feitelijk de moedigste, de grondigste en meest standvastige in de revolutie in de plattelandsgebieden.”[9] Het lompenproletariaat versterkte de gewelddadige natuur van de CCP en vestigde het begin van de politieke macht van de Communistische Partij op het platteland. Het woord “revolutie” betekent in het Chinees letterlijk “levens nemen”, wat afschuwelijk en desastreus klinkt in de oren van ieder goedaardig mens. De Partij slaagde er echter in om ‘revolutie’ met een positieve betekenis te doordrenken. Evenzo had de CCP, tijdens een debat over de term ‘lompenproletariaat’, tijdens de Culturele Revolutie het gevoel dat het niet zo goed klonk en dus verving de CCP die term simpelweg door ‘proletariaat’.

Het spelen van de schoft is een andere vorm van gedrag van het uitschot van de maatschappij. Wanneer zij bekritiseerd werden vanwege het feit dat ze dictators waren, openbaarden Partijfunctionarissen hun neiging tot intimideren en verkondigden schaamteloos dingen als: “Jij hebt gelijk, dat is precies wat we aan het doen zijn. De Chinese ervaring die over de voorbije decennia is opgedaan vereist dat we deze macht van democratische dictatuur uitoefenen. Wij noemen dit ‘de democratische autocratie van het volk’.”

Vijfde geërfde eigenschap: Spionage — infiltreren, tweedracht zaaien, uiteen doen vallen en vervangen

Naast bedriegen, aanzetten tot geweld en het gebruiken van het uitschot van de maatschappij wordt ook de techniek van spionage en het zaaien van tweedracht gebruikt. De CCP was deskundig in infiltratie. Decennia geleden werkten de buitengewone geheime top drie agenten van de CCP, Qian Zhuangfei, Li Kenong en Hu Beifeng, feitelijk voor Chen Geng, de manager van de ‘Tweede Branche van de Spionageafdeling’ van het Centraal Comité van de CCP. Toen Qian Zhuangfei als geheim secretaris en vertrouweling werkte voor Xu Enzeng, de directeur van het ‘Onderzoeksbureau van de KMT’, zond hij via de interne post van de ‘Organisatie-afdeling van het Centraal Comité van de KMT’, geheime informatie, over het eerste en tweede strategische plan van de KMT om CCP-troepen in de provincie Jiangxi te laten omsingelen, naar Li Kenong, die deze informatie verder persoonlijk afleverde aan Zhou Enlai (ook geschreven als Chou En-lai).[10] In april 1930 werd in de noordoostelijke regio van China een speciale organisatie van dubbelagenten opgezet met fondsen van de ‘Centrale Onderzoeksafdeling van de KMT’. Aan de oppervlakte behoorde deze organisatie tot de KMT en werd ze bestuurd door Qian Zhuangfei, maar achter de schermen werd ze gecontroleerd door de CCP en geleid door Chen Geng.

Li Kenong voegde zich ook bij het ‘Hoofdkwartier van de Gewapende Krachten van de KMT’, als geheimschrijver. Li was degene die de dringende boodschap decodeerde met betrekking tot de arrestatie en revolte van Gu Shenzhang[11], een directeur van het ‘Veiligheidsbureau van de CCP’. Qian Zhuangfei stuurde de gedecodeerde boodschap onmiddellijk naar Zhou Enlai, waarmee hij vermeed dat een grote groep spionnen ontmaskerd werd.

Yang Dengying was een pro-communistische speciaal afgevaardigde van de Centrale Onderzoeksafdeling van de KMT in Shanghai. De CCP had hem opgedragen om diegenen die de CCP als onbetrouwbaar beschouwde, te arresteren en te executeren. Een hooggeplaatste officier van de provincie Henan beledigde ooit eens een kaderlid van de partij, waarna zijn eigen mensen aan wat touwtjes trokken om hem voor meerdere jaren in de gevangenis van de KMT te krijgen.

Tijdens de ‘Bevrijdingsoorlog’[12] slaagde de CCP erin een geheim agent in positie te brengen die door Chiang Kai-shek (ook Jiang Jieshi genoemd)[13] hoog in vertrouwen werd genomen. Liu Pei, luitenant-generaal en afgevaardigd minister van het Ministerie van Defensie was verantwoordelijk voor het uitzenden van het leger van de KMT. Liu was in feite een geheim agent voor de CCP. Nog voordat het KMT leger een volgende opdracht vernam, had de informatie over de geplande lokatie van de ontplooiing van het leger het hoofdkwartier van de CCP in Yan’an al bereikt. De Communistische Partij kwam dan met een passend verdedigingsplan op de proppen. Xiong Xianghui, een secretaris en vertrouweling van Hu Zongnan[14], onthulde Hu’s plan om Yan’an binnen te vallen aan Zhou Enlai. Toen Hu Zongnan en zijn troepen Yan’an bereikten was het dus al verlaten. Zhou Enlai zei ooit, “Voorzitter Mao kende de militaire orders van Chiang Kai-shek, nog vóór ze bij Chiang’s legeraanvoerders geraakten.”

Zesde geërfde eigenschap: Beroving — plunderen met trucs of geweld wordt een ‘nieuwe orde’

Alles wat de CCP bezit, werd verkregen door diefstal. Toen ze het Rode Leger bij elkaar raapte, om door gebruik van militair geweld haar heerschappij te vestigen, had ze geld nodig voor wapens en munitie, voedsel en kleren. De CCP zocht haar toevlucht tot ‘het werven van fondsen’ door ‘plaatselijke tirannen’ te onderdrukken en banken te beroven en gedroeg zich daarmee als een bandiet. Tijdens een missie geleid door Li Xiannian[15], één van de hogere leiders van de CCP, kidnapte het Rode Leger de rijkste families van de districtshoofdplaatsen in de westelijke streek van de provincie Hubei. Ze kidnapten niet slechts één persoon, maar iemand van elke rijke familie in de clan. De gekidnapten werden in leven gehouden, om door de familie uiteindelijk vrijgekocht te kunnen worden in ruil voor voortdurende geldelijke steun aan het leger. Pas nadat het Rode Leger er zeker van was dat hunfamilies compleet leeggezogen waren van al hun middelen, werden de gijzelaars, waarvan velen op sterven na dood waren, naar huis teruggestuurd. Sommigen werden zó erg geterroriseerd en gemarteld, dat ze stierven voordat ze konden terugkeren.

Door “met harde hand op te treden tegen de locale tirannen en hun land in beslag te nemen”, breidde de CCP de trucs en het geweld van haar plunderen uit naar heel de maatschappij. Traditie werd zo vervangen door een ‘nieuwe orde’. De Communistische Partij heeft vele ziekelijke daden begaan; ze heeft daarentegen nooit iets goeds verricht. Teneinde mensen aan te zetten om anderen te verraden, biedt de CCP iedereen kleine gunsten. Als gevolg worden compassie en deugd volledig vervangen door strijd en moord. De ‘Communistische Utopie’ is in feite een eufemisme voor gewelddadig plunderen.

Zevende geërfde eigenschap: Strijd — het vernietigen van het nationale stelsel en traditionele rangen en standen

Bedrog, opruien, het loslaten van sociaal uitschot en spionage dienen allemaal om te roven en te strijden. De communistische filosofie stimuleert strijd. De communistische revolutie was absoluut niet zomaar een ongeorganiseerd samenraapsel van slaan, vernielen en stelen. De Partij zei: “Het doelwit van de aanvallen van de boeren zijn lokale tirannen, de kwade adel en wetteloze landheren, maar ondertussen hebben ze ook uitgehaald naar allerlei vaderlandse ideeën en instituten, naar corrupte stedelijke functionarissen en naar de slechte praktijken en gewoonten in de landelijke gebieden.”[16] Mao gaf duidelijk het bevel om het gehele traditionele systeem en de gewoonten van het platteland te vernietigen.

Communistische strijd omvat ook gewapende troepen en gewapende gevechten. “Een revolutie is geen feestmaal, of het schrijven van een essay, of het verven van een schilderij, of een borduurwerk maken; het kan niet zo verfijnd, zo ontspannen en teder, zo gematigd, vriendelijk, hoffelijk, beheerst en edelmoedig zijn. Een revolutie is een opstand, een daad van geweld waarbij de ene klasse de andere omver werpt.”[17] De CCP gebruikte strijd toen ze probeerde met geweld de macht over de staat te grijpen. Tijdens de Culturele Revolutie een paar decennia later, gebruikte de CCP dezelfde eigenschap van strijd om daarmee de volgende generatie ‘op te voeden’.

Achtste geërfde eigenschap: Uitroeiing — het vestigen van een complete ideologie van genocide

Het communisme heeft vele zaken met absolute wreedheid aangepakt. De CCP beloofde de intellectuelen een ‘hemel op aarde’. Later plakte ze hen het etiket ‘Rechts’ op en stopte hen in de beruchte negende categorie[18] van vervolgde mensen, samen met landheren en spionnen. Ze beroofde kapitalisten van hun eigendom, roeide de klasse van rijke landheren uit, vernielde de rangen en orde op het platteland, ontnam lokale figuren hun autoriteit, ontvoerde en perste omkoopgeld af van welgestelde mensen, hersenspoelde oorlogsgevangenen, ‘reformeerde’ industriëlen en kapitalisten, infiltreerde in de KMT en zorgde ervoor dat deze uiteenviel, scheidde zich af van de Communistische Internationale en verraadde deze, ruimde alle dissidenten in opeenvolgende politieke campagnes op, nadat zij aan de macht kwam in 1949, en bedreigde en dwong haar eigen leden. Alles wat ze deed liet geen speling.

Bovengenoemde voorvallen zijn allen gebaseerd op de CCP’s theorie van genocide. Elk van haar politieke campagnes in het verleden was een terreurcampagne met genocidale bedoelingen. De CCP begon in een heel vroeg stadium haar theoretisch systeem van genocide te vormen vanuit een combinatie van haar theorieën ten aanzien van klassen, revolutie, strijd, geweld, dictatuur, campagnes en politieke partijen. Het omvat alle ervaringen die ze heeft omhelsd en opgebouwd in de loop van haar verscheidene uitroeiingspraktijken.

De belangrijkste manifestatie van de genocide van de CCP is de uitroeiing van het geweten en het onafhankelijk denken. Een ‘heerschappij door terreur’ dient op deze manier de fundamentele belangen van de CCP. De CCP zal je niet enkel elimineren als je tegen haar bent, maar ze kan je ook vernietigen als je vóór haar bent. Ze zal iedereen elimineren van wie ze oordeelt dat hij of zij geëlimineerd moet worden. Bijgevolg vreest iedereen de CCP en leeft iedereen in de schaduw van de terreur.

Negende geërfde eigenschap: Overheersing — het gebruik van de ‘Partijnatuur’ om de gehele Partij te beheersen en vervolgens de rest van de maatschappij

Alle geërfde eigenschappen dienen slechts tot één doel: het beheersen van het volk door het gebruik van terreur. Door haar slechte daden heeft de CCP bewezen de natuurlijke vijand te zijn van alle bestaande sociale krachten. Sinds haar ontstaan heeft de CCP zich door de ene crisis na de andere moeten worstelen, waarbij de crisis voor het overleven de meest kritische was. De CCP leeft in een toestand van eeuwige angst voor haar voortbestaan. Haar enige doel is haar eigen bestaan en macht te behouden – haar eigen grootste belang. Om haar afnemende macht aan te vullen, was de CCP regelmatig gedwongen nog kwaadaardigere maatregelen te treffen. Het belang van de Partij is niet dat van één enkel Partijlid, noch is het een verzameling van individuele belangen. Het is het profijt van de Partij als een collectieve entiteit, die elk gevoel van individualiteit vertrapt.

‘Partijnatuur’ is de wreedste karakteristiek geweest van dit kwaadaardige spook. ‘Partijnatuur’ verplettert de menselijke aard zó volledig dat het Chinese volk haar menselijkheid verloren heeft. Zhou Enlai en Sun Bingwen waren bijvoorbeeld ooit kameraden. Nadat Sun Bingwen stierf, nam Zhou Enlai diens dochter, Sun Weishi, aan als zijn geadopteerde dochter. Tijdens de Culturele Revolutie werd Sun Weishi bestraft. Ze stierf later in gevangenschap door een lange nagel die in haar hoofd werd geslagen. Haar arrestatiebevel was getekend door haar stiefvader Zhou Enlai.

Een van de vroege leiders van de CCP was Ren Bishi, die de leiding had over de verkoop van opium gedurende de anti-Japanse oorlog. Opium was op dat moment een symbool van de buitenlandse invasie, aangezien de Britten opiumimport in China hadden gebruikt om de Chinese economie leeg te zuigen en van het Chinese volk verslaafden te maken. Ondanks het sterke nationale gevoel tegen opium, durfde Ren het aan om opium te planten over een groot gebied vanwege zijn ‘gevoel voor Partijnatuur’ en riskeerde zo algemene veroordeling. Door het gevoelige en onwettelijke karakter van het dealen in opium, gebruikte de CCP het woord “zeep” als codewoord voor opium. De CCP gebruikte de opbrengst van de illegale drugshandel met aangrenzende landen om haar bestaan te financieren. Ter gelegenheid van de ‘Honderdjarige Herdenking van de Geboorte van Ren Bishi’, loofde één van de Chinese leiders van de nieuwe generatie Ren’s geschiktheid voor de Partij en zijn ‘gevoel voor Partijnatuur’ met de woorden dat “Ren Bishi een superieur karakter bezat en een model Partijlid was. Hij had ook een sterk geloof in communisme en ongelimiteerde loyaliteit aan de zaak van de Partij.”[19]

Een ander voorbeeld van goede geschiktheid voor de Partij was Zhang Side. De Partij zei dat hij gedood werd door het plotselinge instorten van een graanoven, maar anderen beweerden dat hij stierf terwijl hij opium aan het roosteren was. Aangezien hij een teruggetrokken persoon was die had gediend onder de ‘Centrale Bewakingsafdeling’ en nooit een promotie gevraagd had, zei men dat “zijn dood zwaarder weegt dan het Tai gebergte”[20], wat betekent dat zijn leven zeer betekenisvol zou zijn geweest.

Lei Feng, een ander model van ‘Partijnatuur’, was wel gekend als het ‘radertje in de revolutionaire machine dat nooit rust’. Om het Chinese volk op te voeden loyaal te zijn aan de Partij werden zowel Lei als Zhang gedurende een lange periode als modellen gebruikt. Mao Zedong zei: “De kracht van het stellen van voorbeelden is grenzeloos.” Vele helden in de Partij werden gebruikt om als voorbeeld te dienen voor de ‘ijzeren wil en principes van de Partijgeest’.

Nadat ze aan de macht was gekomen, lanceerde de CCP een agressieve gedachtencontrolecampagne, om zo vele nieuwe ‘werktuigen’ en ‘radertjes’ te vormen uit de volgende generaties. De Partij vormde een set van ‘gepaste gedachten’ en een scala aan stereotiepe gedragsvormen. Deze protocollen werden oorspronkelijk binnen de Partij gebruikt, maar verspreidden zich snel over het gehele volk. Deze gedachten en gedragsvormen werden in
de naam van ‘de natie’ gebruikt om het volk te hersenspoelen en zich te schikken naar de kwade gang van zaken van de CCP.

II. De schandelijke grondslag van de CCP


De CCP claimt een briljante geschiedenis te hebben, één die de ene overwinning na de andere gezien heeft. Dit is slechts een poging om zichzelf mooier voor te stellen dan ze is en om het beeld van de CCP in de ogen van het publiek te verheerlijken. Feitelijk heeft de CCP helemaal geen glorie om te adverteren. Alleen door haar negen geërfde eigenschappen te gebruiken, kon ze de macht veroveren en behouden.

De oprichting van de CCP — grootgebracht aan de borst van de Sovjet-Unie

“Met de verhalen over het eerste kanon tijdens de Oktoberrevolutie werd ons het Marxisme en Leninisme gebracht.”[21] Dat was hoe de Partij zichzelf afschilderde naar het volk. Echter toen de Partij voor het eerst werd gesticht, was ze niets meer dan de Aziatische tak van de Sovjet-Unie. Vanaf het begin was het een verraderlijke partij.

Ten tijde van de stichting van de Partij was er geen geld en geen ideologie, noch enige ervaring. Er was geen fundering waarop gesteund kon worden. Om haar lot te linken aan de bestaande gewelddadige revolutie, sloot de CCP zich aan bij het Comintern. De gewelddadige revolutie van de CCP was niets meer dan een afgeleide van de revolutie van Marx en Lenin. Het Comintern was het wereldwijde hoofdkwartier, dat politieke krachten overal ter wereld omver wilde werpen, en de CCP was simpelweg een oostelijke tak van het Sovjetcommunisme, dat het imperialisme van het Russische Rode Leger uitdroeg. De CCP deelde met de Sovjetcommunistische Partij de ervaring van gewelddadige politieke machtsovername en dictatuur van het proletariaat en volgde de instructies van de Sovjet-Partij wat betreft haar politieke, intellectuele en organisatorische leidraad. De CCP nam de geheime en ondergrondse methoden over, waarmee een externe illegale organisatie overleeft; ze nam extreme bewakings- en controlemaatregelen. De Sovjet-Unie was de steun en toeverlaat van de CCP.

De constitutie van de CCP, die tijdens het ‘Eerste Nationale Congres’ van de CCP werd goedgekeurd, was opgesteld door het Comintern en was gebaseerd op het Marxisme-Leninisme en de theorieën van de klassestrijd, dictatuur van het proletariaat en de gevestigde orde van de Partij. De constitutie van de Sovjet-Partij zorgde voor de fundamentele basis. De ziel van de CCP bestaat uit ideologie geïmporteerd uit de Sovjet-Unie. Chen Duxiu, één van de eerste functionarissen van de CCP, had andere opinies dan Maring, de vertegenwoordiger van het internationale Communistische Comité. Maring schreef een memo aan Chen waarin hij stelde dat als Chen een echt lid van de Communistische Partij was, hij de orders van het Comintern moest volgen. Ook al was Chen Duxiu één van de stichters van de CCP, hij kon niets anders doen dan luisteren en de bevelen gehoorzamen. In realiteit waren hij en zijn Partij simpelweg ondergeschikten van de Sovjet-Unie.

Gedurende het ‘Derde Nationale Congres’ van de CCP in 1923, gaf Chen Duxiu publiekelijk toe dat de Partij bijna geheel gefinancierd werd door bijdragen van het Sovjet-Comintern. In één jaar investeerde het Comintern meer dan 200.000 yuan in de CCP, met onbevredigende resultaten. Het Comintern beschuldigde de CCP ervan niet toegewijd genoeg te zijn in hun inspanningen.

Volgens vrijgegeven Partij documenten ontving de CCP 16.655 Chinese yuan van oktober 1921 tot juni 1922. In 1924 ontvingen ze 1.500 US dollars en 31.927,17 yuan, en in 1927 ontvingen ze 187.674 yuan. De maandelijkse bijdrage van het Comintern bereikte een gemiddelde van ongeveer 20.000 yuan. De taktieken die de CCP vandaag de dag veelal gebruikt, zoals lobbyen, via de achterdeur proberen te gaan, smeergeld aanbieden en dreigementen gebruiken, waren toen ook al in gebruik. Het Comintern beschuldigde de CCP ervan onafgebroken te lobbyen voor fondsen.

“Ze hebben andere bronnen (het ‘Internationale Communicatiebureau’, afgevaardigden voor het Comintern en militaire organisaties, etc.) om aan hun fondsen te geraken, omdat de ene organisatie niet weet dat de andere de fondsen al heeft aangeboden … het grappige is dat ze niet alleen de psychologie van onze Sovjet-kameraden begrijpen, maar bovenal weten ze hoe ze de kameraden die verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van de fondsen anders moeten behandelen. Wanneer ze eenmaal weten dat ze het geld niet zullen kunnen verkrijgen via normale middelen, stellen ze vergaderingen uit. Uiteindelijk worden de grofste methoden gebruikt om te chanteren, zoals bijvoorbeeld het verspreiden van geruchten dat sommige functionarissen in het veld conflicten hebben met de Sovjets en dat er geld wordt gegeven aan militaire leiders in plaats van aan de CCP.”[22]

De eerste alliantie tussen KMT en CCP — een parasiet infiltreert tot in de kern en saboteert de ‘Noordelijke Expeditie’[23]

De CCP heeft haar mensen altijd geleerd dat Chiang Kai-shek de ‘Nationale Revolutie Beweging’ heeft verraden[24] en daarmee de CCP verplichtte om over te gaan tot een gewapende revolte.

In werkelijkheid is de CCP een parasiet en een kwaadaardig spook dat bezit neemt van mensen. Ze werkte samen met de KMT in de eerste KMT-CCP alliantie, door gretig gebruik te maken van de Nationale Revolutie, met als doel haar invloed uit te breiden. Bovendien was de CCP erop gebrand een door de Sovjets gesteunde revolutie te starten en de macht te grijpen. In werkelijkheid heeft haar verlangen naar macht de Nationale Revolutie Beweging vernietigd en verraden.

Omdat de Partijleden erop uit waren de macht te grijpen, domineerden degenen die tegen de alliantie met de KMT waren het ‘Tweede Nationale Congres’ van de CCP in juli 1922. Het Comintern stelde echter een veto tegen de resolutie die tijdens het congres werd bereikt en beval de CCP om zich bij de KMT aan te sluiten.

Gedurende de eerste KMT-CCP alliantie hield de CCP haar ‘Vierde Nationale Congres’ in Shanghai in januari 1925 en wierp de vraag op betreffende het leiderschap in China nog vóórdat Sun Yat-sen[25] op 12 maart 1925 stierf. Was hij niet gestorven, dan zou hij, in plaats van Chiang Kai-shek, het doelwit zijn geworden waarop de CCP zou mikken tijdens haar zoektocht naar de macht. Gedurende de alliantie van de KMT met de CCP, greep de CCP met de steun van de Sovjet-Unie op baldadige wijze de macht binnen het KMT. Tan Pingshan (1886–1956, één van de vroege leiders van de CCP in de provincie Guangdong) werd de minister van het ‘Centrale Personeelsdepartement van de KMT. Feng Jupo (1899–1954, ook één van de vroege leiders van de CCP in de provincie Guangdong), secretaris van het Ministerie van Arbeid, kreeg de volledige macht om alle zaken af te handelen die met werk(-gelegenheid) te maken hadden. Lin Zuhan (of Lin Boqu, 1886–1960, één van de eerste CCP-leden) was minister van Landelijke Zaken, terwijl Peng Pai (1896–1929, ook één van de eerste CCP-leiders) secretaris was van dit ministerie. Mao Zedong nam de positie waar van uitvoerend minister van het KMT Ministerie van Propaganda. De militaire scholen en het leiderschap over de militairen waren altijd het focuspunt van de CCP: Zhou Enlai bekleedde de positie van directeur van het Departement voor Politiek van de Huangpu (Whampoa) Militaire Academie, en Zhang Shenfu (of Zhang Songnian, 1893–1986, één van de stichters van de CCP die aan Zhou Enlai voorstelde om zich bij de CCP aan te sluiten) was de mededirecteur. Zhou Enlai was ook hoofd van de ‘Sectie van Rechters en Advocaten’ en plaatste hier en daar Russische militaire adviseurs. Vele Communisten bekleedden de posities van politieke instructeurs en staffunctionarissen in militaire scholen van de KMT. CCP-leden dienden ook als KMT Partijvertegenwoordigers op verschillende niveaus van het ‘Nationale Revolutionaire Leger’.[26] Er werd ook vastgesteld dat zonder de handtekening van een vertegenwoordiger van de Partij geen enkel bevel effectief ten uitvoer gebracht kon worden. Als gevolg van deze parasitaire hechting aan de Nationale Revolutie Beweging steeg het aantal leden van de CCP drastisch, van minder dan 1000 in 1925 tot 30.000 tegen 1928.

De ‘Noordelijke Expeditie’ startte in februari 1926. Van oktober 1926 tot maart 1927 lanceerde de CCP drie gewapende rebellieën in Shanghai. Later viel ze de militaire hoofdkwartieren van de Noordelijke Expeditie aan, maar faalde. De stakers in de algemene staking in de provincie Guangdong bonden dagelijks de gewelddadige strijd aan met de politie. Dergelijke revoltes veroorzaakten de ‘Zuivering van 12 April’ van de CCP door het KMT in 1927.[27]

CCP-leden binnen het KMT Revolutionaire Leger begonnen in augustus 1927 de ‘Nanchang Rebellie’, die snel werd onderdrukt. In september lanceerde de CCP de ‘Herfstoogst Revolte’ om Changsha aan te vallen, maar ook die aanval werd onderdrukt. De CCP begon een controlenetwerk te implementeren in het leger, waarbij ‘Partijtakken op het niveau van de legercompagnieën’ werden opgericht. Zij vluchtte naar de streek van het Jinggang gebergte in de provincie Jiangxi[28], alwaar ze de heerschappij over het platteland vestigde.

De ‘Rebellie van de Hunan Boeren’ — het uitschot van de bevolking opruien om in opstand te komen

Terwijl het Nationale Revolutionaire Leger oorlog voerde tegen de krijgsheren, lokte de CCP, in een poging om de macht te veroveren, rebellieën uit tijdens de Noordelijke Expeditie in de landelijke streken.

Evenals de welbekende ‘Commune van Parijs’ in 1871 – de eerste Communistische revolte – was de Rebellie van de Hunan Boeren in 1927 een revolte van het tuig, het uitschot van de maatschappij. Fransen en buitenlanders in Parijs waren er in die tijd getuige van dat de Commune van Parijs een bende verwoestende zwervende bandieten was, die geen speciaal doel hadden. Terwijl ze leefden in prachtige gebouwen en grote herenhuizen en extravagante en luxueuze maaltijden aten, bekommerden ze zich enkel om kortstondig geluk en maakten ze zich geen zorgen over wat de toekomst zou brengen. Gedurende de rebellie van de Commune van Parijs censureerden ze de pers. Ze gijzelden Georges Darboy, de aartsbisschop van Parijs, die preekte voor de koning, en schoten hem later dood. Voor hun persoonlijk vermaak vermoordden ze op wrede wijze 64 klerken, staken ze paleizen in brand en ruïneerden ze regeringskantoren, particuliere residenties, monumenten en zuilen met inscripties. De rijkdom en schoonheid van de Franse hoofdstad was ongeëvenaard in Europa. Tijdens de revolte van de Commune van Parijs veranderden gebouwen echter in as en mensen in skeletten. De geschiedenis heeft zulke gruweldaden en wreedheid zelden gezien.

Zoals Mao Zedong toegaf:
“Het is waar dat de boeren in zekere zin ‘onhandelbaar’ zijn op het platteland. Als opperste autoriteit staat de boerenvereniging de landheren geen woord van verweer toe en veegt zij hun aanzien volledig van de tafel. Dit komt erop neer dat ze de landheren neerslaan in het stof en hen daar houden. De boeren dreigen, “We zullen jullie toevoegen aan het andere register [het register van reactionairen]!” Ze geven de lokale tirannen en de kwaadaardige landadel boetes en eisen bijdragen en ze vernielen hun draagstoelen. Mensen gaan de huizen binnen van lokale tirannen en van de kwaadaardige landadel die tegen de boerenvereniging zijn, ze slachten hun varkens en eten hun graan op. Ze hangen zelfs een paar minuten rond op de met ivoor ingelegde bedden van de jonge dames uit de huishoudens van lokale tirannen en kwaadaardige landadel. Bij de kleinste provocatie voeren ze arrestaties uit, kronen ze de gearresteerden met grote papieren hoeden en laten hen door het dorp paraderen, al schreeuwend: “Jullie vuile landheren, nu weten jullie wie we zijn!” Terwijl ze doen wat ze maar willen en alles ondersteboven keren, hebben ze een soort terreur gecreëerd op het platteland.”[29]
Maar Mao gaf zulke ‘onhandelbare’ acties zijn volle goedkeuring door te zeggen:

“Om er maar geen doekjes om te winden, het is nodig om voor een tijdje terreur te creëren in elke landelijke streek, want anders zou het onmogelijk zijn om de activiteiten van de contrarevolutionairen op het platteland te onderdrukken en om de autoriteit van de landadel omver te werpen. De grenzen van het fatsoen moeten overschreden worden, om recht te zetten wat verkeerd is, anders kan iets verkeerds niet rechtgezet worden… Ten tijde van de revolutionaire actie waren vele van hun daden, die als extreem werden beschouwd, eigenlijk precies die dingen die de revolutie nodig had.”[30]
De communistische revolutie creëert bijgevolg stelselmatig terreur.

De ‘anti-Japanse’ noordelijke operatie — de vlucht der verslagenen

De CCP beschouwde ‘De Lange Mars’ als een ‘anti-Japanse’ noordelijke operatie. Het propageerde ‘De Lange Mars’ als een Chinees revolutionair sprookje. Het beweerde dat ‘De Lange Mars’ een ‘manifest’ was, een ‘propagandateam’ en een ‘zaaimachine’, die eindigde in een overwinning voor de CCP en een nederlaag voor haar vijanden.

Om haar eigen falen te verbergen, verzon de CCP zulke doorzichtige leugens als het oprukken naar het noorden om de Japanners aan te vallen. Van oktober 1933 tot januari 1934 leed de Communistische Partij een totale nederlaag. Gedurende de vijfde operatie van de KMT, welke erop gericht was de CCP te omcirkelen en te vernietigen, verloor de CCP de ene plattelandsvestiging na de andere. Omdat zij continu grondgebied verloor, zat er voor het Rode Leger niets anders meer op dan te vluchten. Dit was de werkelijke aanleiding tot ‘De Lange Mars’.

In een boog die eerst westwaarts en daarna naar het noorden liep, had ‘De Lange Mars’ in feite als doel te ontsnappen uit de omsingeling en te vluchten naar de grensstreek van Mongolië en de Sovjet-Unie. Na zich te hebben gepositioneerd, zou de CCP in geval van een nederlaag naar de Sovjet-Unie kunnen ontsnappen. De CCP moest het hoofd bieden aan grote moeilijkheden tijdens haar tocht naar Mongolië. Het pad ging via Shanxi en Suiyuan. Aan de ene kant maakten ze, terwijl ze door deze noordelijke provincies heen marcheerden, van de situatie gebruik, door te beweren dat ze tegen Japan waren om zo de sympathie van het volk te winnen. Aan de andere kant waren deze territoria veilig gebied, aangezien er geen Japanse troepen te bekennen waren. Het gebied, dat bezet was door het Japanse leger, liep langs de Grote Muur van China. Toen de CCP na één jaar eindelijk Shanbei (in het noorden van de provincie Shaanxi) bereikte, was de mankracht van het Centrale Rode Leger geslonken van 80.000 tot een luttele 6000 soldaten.

‘Het Xi’an Incident’ — de CCP zaait met succes tweedracht en hecht zich voor een tweede keer aan de KMT

In december 1936 werd Chiang Kai-shek in Xi’an ontvoerd door twee generaals van de KMT, Zhang Xueliang en Yang Hucheng. Deze gebeurtenis staat bekend als het Xi’an Incident.

Volgens de geschiedenisboeken van de CCP was het Xi’an Incident een ‘militaire coup’, op poten gezet door Zhang en Yang, die Chiang Kai-shek een ultimatum op leven en dood stelden. Van hem werd geëist dat hij zich tegen de Japanse bezetters zou keren. Naar verluid was Zhou Enlai in Xi’an uitgenodigd, als afgevaardigde van de CCP, om de onderhandelingen tot een vreedzaam einde te brengen. Mede dankzij de hulp van verschillende groeperingen in China werd het incident op een vreedzame manier afgerond, met als gevolg het einde van een tienjarige burgeroorlog en het begin van een verenigde nationale alliantie tegen Japan. De geschiedenisboeken van de CCP beschrijven dit incident als een keerpunt in China’s crisis: de CCP schildert zichzelf af als een vaderlandslievende partij, die handelt in het belang van de hele natie.

Meer en meer documenten tonen aan dat reeds vóór het Xi’an Incident vele agenten van de CCP zich hadden verzameld rond Yang Hucheng en Zhang Xueliang. Liu Ding, een ondergronds lid van de CCP werd aan Xueliang geïntroduceerd door Song Qingling, de vrouw van Sun Yat-sen en zus van Madam Chiang en tevens lid van de CCP. Na het incident liet Mao zich vol lof ontvallen dat “Liu Ding een verdienstelijke prestatie had neergezet in het Xi’an Incident.” Wat betreft de medewerkers van Yang Hucheng, zijn eigen vrouw Xie Baozhen was een lid van de CCP en werkte in Yang’s Departement voor Politiek van het leger. Onder het goedkeurend oog van de CCP trouwde Xie in januari 1928 met Yang Hucheng. Verder verbleef CCP-lid Wang Bingnan gedurende diezelfde tijd als eregast in het huis van Yang. Wang werd later vice-minister voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de CCP. Het waren deze CCP-leden rond Yang en Zhang die rechtstreeks de coup op touw zetten.

Bij de aanvang van het incident wilden de leiders van de CCP Chiang Kai-shek vermoorden, om zo diens eerdere oppositie tegen de CCP te wreken. In die tijd had de CCP een zeer zwakke basis in het noorden van de provincie Shaanxi en er was het gevaar dat ze in één enkele veldslag compleet vernietigd zou kunnen worden. Gebruik makend van haar beproefde vaardigheid in de kunst van het misleiden, zette de CCP Zhang en Yang aan tot rebellie. Met de bedoeling de Japanners klem te zetten en ze te verhinderen de Sovjet-Unie aan te vallen, schreef Stalin persoonlijk naar het Centraal Comité van de CCP, met het verzoek Chiang Kai-shek niet om het leven te brengen, maar een tweede keer met hem samen te werken. Mao Zedong en Zhou Enlai begrepen dat zij de KMT niet konden vernietigen met de beperkte slagkracht van de CCP; zelfs al brachten ze Chiang Kai-shek om het leven, dan nog zouden ze worden verslagen en zelfs geëlimineerd door het op wraak beluste leger van de KMT. Vanwege deze omstandigheden veranderde de CCP van koers. In de naam van een alliantie tegen Japan dwong de CCP Chiang Kai-shek tot een tweede samenwerking.

De CCP veroorzaakte eerst oproer door het pistool op Chiang Kai-shek te richten, maar maakte vervolgens een ommekeer en terwijl zij zich voordeed als de held van het witte doek dwong ze hem tot samenwerking met de CCP. De CCP vermeed hiermee niet alleen de dreigende crisis uiteen te vallen, maar gebruikte tevens deze kans om zich voor een tweede maal aan de regering van de KMT vast te hechten. Het Rode Leger werd gauw omgevormd tot het ‘Achtste Route Leger’ en werd groter en machtiger dan ooit tevoren. Wat betreft misleiding kan men niet anders dan zich vergapen aan de ongeëvenaarde vaardigheden van de CCP.

De anti-Japanse oorlog — de CCP groeide door te moorden met geleende wapens

Toen de anti-Japanse oorlog uitbrak in 1937 had de KMT meer dan 1,7 miljoen gewapende soldaten, schepen met 110,000 ton verplaatsing, en ongeveer 600 verschillende soorten gevechtsvliegtuigen. Inclusief het Nieuwe Vierde Leger, dat recentelijk in november 1937 was samengesteld, telde de totale grootte van het leger van de CCP amper 70.000 man. Haar slagkracht was verder verzwakt door interne politieke verdeeldheid en zij kon in één enkele slag geëlimineerd worden. De CCP begreep dat indien zij de strijd zou moeten aanbinden met Japan, zij zelfs niet één enkele divisie van de Japanse troepen zou kunnen verslaan. In de ogen van de CCP vormde het behouden van haar eigen macht de centrale focus, van wat zij verstond onder ‘nationale eenheid’, en niet het veilig stellen van de overleving van de natie. Daarom volgde de CCP gedurende haar alliantie met de KMT een intern beleid dat “prioriteit geeft aan de strijd om politieke macht, welke intern bekend wordt gemaakt en in de praktijk gerealiseerd dient te worden”.

Nadat de Japanners de stad Shenyang veroverd hadden op 18 september 1931 en daarbij hun controle over grote gebieden in het noordoosten van China uitbreidden, vocht de CCP schouder aan schouder met de Japanse bezetters om de KMT te verslaan. In een verklaring geschreven als reactie op de Japanse bezetting, spoorde de CCP het volk, in de door de KMT gecontroleerde gebieden, aan tot rebellie. Doel was de nationalistische overheid omver te werpen met aansporingen als “Arbeiders, staak!”, “Landbouwers, maak amok!”, “Studenten, boycot de lessen!”, “Armelui, stop met werken!” en “Soldaten, kom in opstand!”

De CCP hield een spandoek op, dat opriep tot verzet tegen de Japanners, maar de CCP had slechts lokale troepenmachten en guerrillastrijders in kampen ver verwijderd van de frontlinies. Behalve enkele gevechten, waaronder die in de Pingxing Pas, leverde de CCP weinig of helemaal geen bijdragen aan de oorlog tegen de Japanners. In plaats daarvan besteedde zij haar geld aan het uitbreiden van haar eigen positie. Toen de Japanners zich overgaven nam de CCP deze capitulerende Japanners op in haar eigen leger en beweerde zo, naast de twee miljoen militiestrijders, het troepenaantal te hebben uitgebreid tot meer dan 900.000. Het KMT leger stond in feite alleen aan het front in zijn strijd tegen Japan en verloor meer dan 200 generaals in de oorlog. Vrijwel geen enkele officier aan de kant van de CCP ging verloren. Desalniettemin hebben de geschiedenisboeken van de CCP continu beweerd dat de KMT zich niet verweerd heeft tegen de Japanners en dat het de CCP was die de grote overwinning leidde in de anti-Japanse oorlog.

De zuivering in Yan’an — het ontwikkelen van de meest verschrikkelijke vervolgingsmethoden

De CCP trok grote aantallen vaderlandslievende jongelui naar Yan’an, om tegen de Japanners te vechten, maar vervolgde tienduizenden van hen gedurende de zuiveringscampagne in Yan’an. Sinds ze de controle over China verkreeg, heeft de CCP Yan’an afgeschilderd als een revolutionair ‘Heilig Land’, maar heeft geen melding gemaakt van de misdaden die ze er gedurende de zuivering beging.

De zuivering in Yan’an was het meest grootschalige, zwartste en meest verwoestende machtsspel dat zich ooit heeft afgespeeld in deze menselijke wereld. Onder het mom van het zuiveren van de kleingeestige bourgeoismentaliteit, gooide de Partij moraliteit, vrije meningsuiting, vrijheid van handelen, verdraagzaamheid en waardigheid de deur uit. De eerste stap van de zuivering was om over ieder individu persoonlijke dossiers aan te leggen, bestaande uit: 1) een persoonlijke verklaring; 2) een verslag van iemands politieke leven; 3) familieachtergronden en sociale relaties; 4) een eigen levensbeschrijving en dagboek over ideologische transformatie; 5) beoordeling volgens de Partijprincipes.

In het persoonlijke dossier was men verplicht alle mensen die men ooit sinds de geboorte ontmoet had en alle belangrijke gebeurtenissen mét plaats en datum op te sommen. Men werd herhaaldelijk verzocht om voor het archief te schrijven en ieder verzuim werd beschouwd als een teken van onzuiverheid. Men moest alle sociale activiteiten waar men ooit aan had deelgenomen, beschrijven, vooral die, welke verband hielden met het toetreden tot de Partij. De nadruk lag op de persoonlijke gedachtegang gedurende deze sociale interacties. De ‘beoordeling volgens Partij principes’ gold als nog belangrijker en men was verplicht ieder anti-Partij gedrag of gedachte in iemands geweten, rede, werkhouding, dagelijkse leven of de sociale omgang te rapporteren. In de beoordeling van het eigen geweten bijvoorbeeld, was het vereist dat men bij zichzelf onderzocht of men gehandeld had in eigenbelang, of men werk voor de Partij gebruikt had om persoonlijke doelstellingen te bereiken, of men twijfels had over de toekomst van de revolutie, of men angst had voor de dood in een veldslag, en of men echtgenotes en families miste na toetreding tot de Partij of het leger. Er waren geen objectieve maatstaven en dus nagenoeg iedereen was verdacht.

Dwang werd gebruikt om ‘bekentenissen’ los te krijgen van kaderleden, die geïnspecteerd werden, om zogenaamde ‘geheime verraders’ te elimineren. Een eindeloze rij verzinsels en valse beschuldigingen waren het resultaat en een groot aantal kaderleden werd vervolgd. Tijdens de zuivering noemde men Yan’an een ‘plaats om de menselijke aard te zuiveren’. Een werkgroep deed zijn intrede in de Universiteit van Militaire Zaken en Politiek, om de persoonlijke achtergrond van de kaderleden te onderzoeken. Twee maanden Rode Terreur was het gevolg. Verscheidene methoden werden gebruikt om ‘bekentenissen’ af te dwingen. Er waren onverwachte bekentenissen, demonstratieve bekentenissen, ‘groepsovertuigingen’, ‘vijf-minuten overtuigingen’, ‘privé-advies’, conferentieverslagen, en het aanwijzen van zogenaamde ‘radijzen’ (rood aan de buitenkant maar wit van binnen). Ook was er het ‘nemen van foto’s’ – iedereen op het podium op een rijtje zetten voor inspectie. Wie een nerveuze indruk maakte, werd als verdacht beschouwd en tot doelwit gemaakt voor verder onderzoek.

Zelfs de afgevaardigden van het Comintern huiverden bij het aanschouwen van de methoden die gebruikt werden in de zuivering en noemden de situatie in Yan’an deprimerend. Mensen durfden niet meer met elkaar om te gaan. Iedereen had wel een of andere bijbedoeling en iedereen was nerveus en bang. Niemand durfde de waarheid te spreken of mishandelde vrienden te beschermen, omdat iedereen zijn eigen hachje trachtte te redden. De kwaadaardigen van inborst – zij die zich behielpen met vleierij, leugens en het beledigingen van anderen – werden gepromoveerd; vernederingen waren dagelijkse kost in Yan’an – ofwel vernederde je andere kameraden ofwel vernederde je jezelf. Omdat ze gedwongen waren hun waardigheid, hun gevoel van eer en schaamte, en liefde voor elkaar op te geven om hun eigen werk en hachje te redden, werden mensen naar de rand van waanzin gebracht. Men hield ermee op de eigen mening te laten horen en reciteerde in plaats daarvan teksten van Partijleiders.

Sinds de dag dat de CCP in China de macht greep, is ditzelfde stelselmatig onderdrukken door de CCP in al haar politieke activiteiten gebruikt.

Drie jaren burgeroorlog — het land verraden om de macht te grijpen

De ‘Russische Bourgeoisierevolutie’ in februari 1917 was een relatief milde opstand. In plaats van weerstand te bieden, beschouwde de tsaar de belangen van zijn land als prioritair en deed dan ook afstand van de troon. Lenin haastte zich van Duitsland terug naar Rusland, pleegde een nieuwe staatsgreep en vermoordde in de naam van de communistische revolutie de kapitalistische revolutionairen die de tsaar hadden afgezet en onderdrukte zo de Russische Bourgeoisierevolutie. Net zoals Lenin, plukte ook de CCP de vruchten van een nationalistische revolutie. Na afloop van de anti-Japanse oorlog, lanceerde de CCP een zogenaamde ‘Bevrijdingsoorlog’ (1946–1949) om de KMT regering omver te werpen en stortte China daarmee opnieuw in een oorlog.

De CCP is berucht om haar ‘grote massa strategieën’, het opofferen van massa’s slachtoffers om een gevecht te winnen. In verscheidene veldslagen tegen de KMT, inclusief die in Liaoxi-Shenyang, Beijing-Tianjin, en Huai Hai[31], gebruikte de CCP deze meest primitieve, barbaarse en onmenselijke taktieken, die aan grote aantallen van haar eigen volk het leven kostten. Om tijdens de belegering van Changchun in de provincie Jilin in het noordoosten van China de voedselvoorraden in de stad sneller te doen slinken, kreeg het ‘Volksbevrijdingsleger’ (VBL) het bevel om het gewone volk te verbieden de stad te verlaten. Gedurende de twee maanden van belegering stierven zowat 200.000 mensen van honger en kou. Het VBL liet echter niemand toe de stad te verlaten. Nadat de slag voorbij was, kondigde de CCP zonder de minste schaamte aan dat zij “Changchun had bevrijd zonder één schot te lossen”.

In ruil voor de volledige steun van de Sovjet-Unie in buitenlandse en militaire aangelegenheden, ondertekende de CCP van 1947 tot 1948 het ‘Harbin Akkoord’ en het ‘Moskou Akkoord’ met de Sovjet-Unie en gaf zij nationale bezittingen en rijkdommen uit het noordoosten weg. Volgens deze akkoorden zou de Sovjet-Unie de CCP voorzien van 50 vliegtuigen; zij gaf de CCP wapens, achtergelaten door de gecapituleerde Japanners in twee leveringen; en zij zou de militaire en ammunitiedepots in het noordoosten van China, die onder Sovjetcontrole lagen voor een zacht prijsje verkopen aan de CCP. Indien de KMT vanuit de zee het noordoosten zou binnenvallen, zou de Sovjet-Unie in het geheim het CCP-leger steunen. Maar dat was niet alles: de Sovjet-Unie zou de CCP helpen de controle over Xinjiang te bemachtigen; ze zouden samen een geallieerde luchtmacht opbouwen; de Sovjets zouden 11 divisies van het CCP-leger bevoorraden en één derde van haar door de V.S. geleverde wapens (ter waarde van 13 miljard dollar) het noordoosten van China binnenbrengen.

Om zich van de Sovjetsteun te verzekeren, beloofde de CCP de Sovjet-Unie speciale transportprivileges in het noordoosten, zowel te land als in de lucht; voorzag zij de Sovjets van informatie over de activiteiten van zowel de KMT als het Amerikaanse leger; voorzag zij de Sovjet-Unie van producten uit het noordoosten (katoen en sojabonen) en militaire voorraden in ruil voor geavanceerde wapens; gaf zij aan de Sovjet-Unie mijnbouwprivileges in China; gaf zij de Sovjet-Unie de toestemming om troepen te stationeren in het noordoosten en in Xinjiang; en gaf zij de Sovjets de toestemming om het Verre Oosten Bureau in China op te richten. Indien er oorlog zou uitbreken in Europa, zou de CCP een expeditieleger sturen van 100.000 soldaten plus twee miljoen arbeiders ter ondersteuning van de Sovjet-Unie. Daarnaast gaf de CCP bovendien haar woord om, indien noodzakelijk, een aantal specifieke regio’s in de provincie Liaoning met Noord-Korea te fuseren.

III. Vertoon van kwaadaardige eigenschappen

Voortdurende angst kenmerkt de Partijgeschiedenis

De meest prominente karakteristiek van de CCP is haar nimmer aflatende angst. Sinds het ontstaan van de CCP is overleven haar voornaamste interesse geweest. Dankzij deze interesse heeft zij de angst die verborgen is onder haar immer veranderende masker, steeds kunnen overwinnen. De CCP is als het ware een kankercel, die zich naar elk deel van het lichaam verspreid en zich daar nestelt, de nabijgelegen normale cellen ziek maakt en op onstuimige wijze kwaadaardig verder woekert. In deze cyclus van de geschiedenis is de maatschappij niet bij machte zich van een dergelijk gemuteerde factor als de CCP te ontdoen. Er rest haar dus geen enkel ander alternatief dan het te laten doorwoekeren. Deze gemuteerde factor is zó machtig, dat niets binnen het bereik van zijn expansie hem kan tegenhouden. Een groot gedeelte van de maatschappij is vervuild geraakt en steeds grotere gebieden zijn door het communisme of door communistische elementen overspoeld. Deze elementen worden verder versterkt en gebruikt door de CCP en hebben op fundamentele wijze de menselijke moraliteit en maatschappij aangetast.

De CCP gelooft in geen enkel algemeen erkend principe van moraliteit en rechtvaardigheid. Al haar principes dienen slechts haar eigenbelang. De CCP is in essentie zelfzuchtig en er zijn geen principes aanwezig, die haar verlangens kunnen beperken of controleren. Gebaseerd op haar eigen principes moet de Partij aan de oppervlakte voortdurend van verschijning veranderen en nieuwe maskers opzetten. Gedurende haar vroege periode, toen haar overlevingskansen onzeker waren, hechtte de CCP zich aan de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, de KMT, de leidende organisatie van de KMT en aan de Nationale Revolutie. Na de macht te hebben gegrepen, maakte de CCP gebruik van allerlei vormen van opportunisme, infiltreerde de gedachten en gevoelens van de bevolking, sociale structuren en middelen – alles wat ze maar kon bezitten. De CCP heeft van iedere crisis gebruik gemaakt om meer macht te vergaren en haar controlemiddelen uit te breiden.

Het onophoudende streven naar het doen van kwaad is het ‘magische wapen’ van de CCP

De CCP beweert dat een revolutionaire overwinning bepaald wordt door drie ‘magische wapens’: de opbouw van de Partij, het gewapende gevecht en verenigde fronten. Haar ervaringen met de KMT verschaften de CCP nog twee van deze ‘wapens’: propaganda en spionage. Deze verschillende ‘magische wapens’ van de Partij zijn alle doordrongen met de negen geërfde eigenschappen van de CCP: kwaadaardigheid, bedrog, opruiing, het loslaten van het uitschot van de maatschappij, spionage, beroving, strijd, uitroeiing en overheersing.

Marxisme-Leninisme is van nature kwaadaardig. Ironisch genoeg hebben de Chinese Communisten het Marxisme-Leninisme niet echt goed begrepen. Lin Biao[32] zei dat er slechts een heel klein aantal leden van de CCP daadwerkelijk de leer van Marx of Lenin gelezen had. De meerderheid zag Qu Qiubai[33] voor ideoloog aan, maar hij gaf zelf toe bitter weinig van de Marxistisch-Leninistische lectuur gelezen te hebben. De ideologie van Mao Zedong is een plattelandsversie van het Marxisme-Leninisme, die de opstand van boeren bepleit. Jiang Zemin’s ‘Drie Representaties’[34] zijn uit het niets samengesteld. De CCP heeft nooit werkelijk begrepen wat Marxisme-Leninisme is, maar heeft er wel de kwade aspecten van geërfd, die zij aandikte met haar eigen nog meer verdorven dingen.

Het ‘verenigd front’ van de CCP is een combinatie van vals spel en korte-termijn afrekeningen. Het doel van ‘verenigd zijn’, was het versterken van de eigen macht om te kunnen groeien van een eenling tot een reusachtige clan en om de vriend-vijand verhouding om te keren. ‘Verenigd zijn’ vereiste onderscheid maken – het identificeren van wie vriend was en wie vijand; wie er links, rechts of in het midden stond; wie bevriend moest worden en wanneer, en wie aangevallen moest worden en wanneer. De CCP maakte gemakkelijk een voormalige vijand tot vriend en vervolgens weer tot vijand. Gedurende de periode van de democratische revolutie bijvoorbeeld, spande de Partij samen met de kapitalisten; gedurende de socialistische revolutie elimineerde ze de kapitalisten. In een ander voorbeeld gebruikte de CCP, tijdens de periode dat zij de staatsmacht greep, leiders van andere democratische partijen, zoals Zhang Bojun[35] en Luo Longji[36] en medestichters van de ‘Chinese Democratische Liga’, als voorvechters van de CCP , maar vervolgde hen later als ‘Rechtsen’.

De Communistische Partij is een uitgekiende professionele bende

De CCP heeft tweezijdige strategieën toegepast, de ene kant zacht en flexibel, de andere kant hard en onbuigzaam. De zachtere strategieën omvatten propaganda, verenigde fronten, het zaaien van tweedracht, spionage, het aanzetten tot oproer, dubbelhartigheid, het beïnvloeden van de gedachten van het volk, brainwashen, leugens en misleiding, het verbergen van de waarheid, psychologisch misbruik, en het creëren van een atmosfeer van terreur. Zodoende slaagt de CCP erin een angstsyndroom te creëren bij de burger, wat ertoe bijdraagt dat deze snel de fouten van de Partij vergeet. Dit veelvoud aan methoden kan de menselijke aard uitroeien en kwaadwilligheid onder de mensheid voeden. De harde tactieken van de CCP omvatten geweld, gewapende gevechten, vervolging, politieke campagnes, het vermoorden van ooggetuigen, ontvoering, het onderdrukken van andere opinies, gewapende aanvallen, periodieke strafcampagnes, enzovoort. Deze agressieve methoden creëren terreur en houden deze in stand. De CCP gebruikt de zachte én de harde aanpak tegelijkertijd. In bepaalde gevallen was zij relaxed, maar in andere gevallen dan weer strikt, of zij toonde zich relaxed aan de oppervlakte terwijl zij onbuigzaam was wat betreft de interne gang van zaken. In haar terughoudende buien moedigde de CCP de uiting van andere opinies aan, om vervolgens, na het aas te hebben uitgegooid, iedereen die zijn mond had opengedaan, te vervolgen in de daaropvolgende periode van intense controle. De CCP gebruikte vaak de democratie om de KMT uit te dagen, maar toen intellectuelen in de door de CCP gecontroleerde gebieden er een andere mening op na hielden dan de Partij, werden zij gemarteld of zelfs onthoofd. Als voorbeeld kunnen we het beruchte ‘Wilde Lelies Incident’ nemen. De intellectueel Wang Shiwei (1906–1947) schreef het essay Wilde Lelies om zijn droom van gelijkheid, democratie en humanisme uit te drukken, maar werd daarna ‘gezuiverd’ gedurende de Yan’an zuiveringscampagne en vervolgens in 1947 door de CCP met bijlen aan stukken gehakt.

Een ambtenaar met een aanzienlijk aantal jaren dienst, die de terreur van de Yan’an zuiveringscampagne aan den lijve had ondervonden, herinnerde zich hoe, onder extreme druk gedwongen een bekentenis af te leggen, hem niets méér restte dan zijn eigen geweten te verraden en leugens te verzinnen. Hij voelde zich eerst miserabel omdat hij zijn eigen kameraden valselijk beschuldigd had. Daarna haatte hij zichzelf zo verschrikkelijk, dat hij een einde aan zijn leven wilde maken. Toeval of niet, iemand had een pistool op tafel gelegd. Hij greep het, richtte het op zijn eigen hoofd en haalde de trekker over. Het pistool was leeg! De persoon die hem ondervroeg, kwam erbij en zei: “Het is goed dat je toegeeft dat wat je gedaan hebt verkeerd was. Het beleid van de Partij is vergevingsgezind.” De CCP wist dat hij zijn grens bereikt had en dat hij ‘loyaal’ aan de Partij was, en dus had hij de test doorstaan. De CCP stopt iemand altijd eerst in een dodelijke val en geniet vervolgens van elke pijn en vernedering die men ondergaat. Wanneer men zijn grens bereikt heeft en slechts nog naar de dood verlangt, komt de Partij in al haar ‘goedheid’ te voorschijn om je te wijzen hoe verder te leven. Men zegt wel eens: “Beter een levende lafaard dan een dode held.” Men voelt zoveel dankbaarheid voor de Partij als ‘reddende engel’. Jaren later leerde deze man Falun Gong kennen, een cultivatiebeoefening die haar oorsprong vond in China. Hij vond het een goede oefenpraktijk. Toen de vervolging van Falun Gong in 1999 begon, kwamen zijn pijnlijke herinneringen uit het verleden terug naar boven en durfde hij niet langer te zeggen dat hij Falun Gong goed vond.

De ervaring van de laatste keizer van China, Puyi[37], is vergelijkbaar met de belevenis van deze ambtenaar. Opgesloten in de gevangenissen van de CCP, zag hij vele mensen vermoord worden en hij meende dat zijn einde nabij was. Om te overleven stond hij zichzelf toe om gehersenspoeld te worden en verleende hij zijn medewerking aan de cipiers. Later schreef hij de autobiografie De eerste helft van mijn leven, een boek dat door de CCP gebruikt werd als succesvol voorbeeld van ideologische mentale hervorming.

Uit verscheidene moderne medische studies blijkt dat slachtoffers van intense druk en isolatie ten prooi vallen aan een abnormaal gevoel van afhankelijkheid van de daders, bekend als het ‘Stockholm syndroom’. De geestestoestand van het slachtoffer, zei het blijheid of woede, vreugde of droefheid, wordt gedicteerd door die van de daders. De kleinste genegenheid voor het slachtoffer wordt ontvangen met een diep gevoel van dankbaarheid. Er zijn gevallen gerapporteerd van slachtoffers die ‘liefde’ voelen voor de daders. Dit psychologische fenomeen wordt reeds lang met succes gebruikt door de CCP tegen haar vijanden en in het controleren en transformeren (‘hervormen’) van haar burgers.

De Partij is het meest kwaadaardige wat er bestaat

De meerderheid van de voorzitters van de CCP werd als anticommunist bestempeld. Klaarblijkelijk leidt de CCP haar eigen leven, met een eigen lichaam, want de Partij dicteert het lot van haar ambtenaren en niet omgekeerd. In de ‘Sovjetgebieden’ van de provincie Jiangxi voerde de CCP, toen zij omsingeld werd door de KMT en nauwelijks kon overleven, nog steeds interne zuiveringsoperaties uit, onder het mom van strafcampagnes tegen het ‘Anti-Bolsjewistische (AB) Korps’[38] en executeerde zij ’s nachts haar eigen soldaten of stenigde zij hen ter dood om ammunitie te sparen. Toen zij klem zat tussen de Japanners en de KMT in het noorden van de provincie Shaanxi, startte de CCP de massale Yan’an zuiveringscampagne, met als gevolg een enorm aantal doden. Dit type van herhaalde slachtpartijen op zulk een massale schaal weerhield de CCP er echter niet van haar macht uit te breiden en uiteindelijk heel China te beheersen. Dit patroon van interne rivaliteit en van elkaar afslachten werd door de CCP vanuit deze kleine Sovjetgebieden over het hele land uitgespreid.

De CCP gedraagt zich als een kwaadaardig tumor: gedurende zijn snelle uitzaaiing is het centrum van de tumor reeds gestorven, maar blijft hij zich desalniettemin verspreiden over alle andere organismen aan de buitenkant. Nadat hij organismen en lichamen is binnengedrongen, vormen er zich nieuwe tumoren. Ongeacht hoe goed of slecht iemand aanvankelijk is, na het toetreden tot de Partij zou hij al snel deel uitmaken van haar destructieve kracht. Hoe eerlijker de persoon is, hoe destructiever hij zal worden. Deze communistische tumor zal ongetwijfeld door blijven woekeren, totdat er niets meer over is om zich mee te voeden. Dan pas zal deze kanker beslist afsterven.

De stichter van de CCP, Chen Duxiu, was een intellectueel en een leider van de Vier Mei Beweging. Hij profileerde zichzelf niet als een voorstander van geweld, maar waarschuwde de leden van de CCP, dat indien zij zouden trachten de KMT tot de communistische ideologieën te bekeren of indien ze teveel belang zouden hechten aan macht, dat ongetwijfeld zou leiden tot geforceerde verhoudingen. Hoewel Chen een van de grootste activisten was van de Vier Mei Beweging, was hij ook een tolerant man. Hij was echter de eerste die als ‘Rechtse opportunist’ bestempeld werd.

Qu Qiubai, een andere leider van de CCP, meende dat Partijleden de strijd zouden moeten aanbinden, revoltes organiseren, de gevestigde orde omver werpen en extreme middelen gebruiken om de Chinese maatschappij terug te brengen tot normaal functioneren. Op zijn sterfbed bekende hij echter: “Ik wens niet te sterven als een revolutionair. Ik heb jullie beweging reeds een lange tijd geleden verlaten. De geschiedenis heeft een truc met me uitgehaald door mij, een intellectueel, op te voeren in een politiek toneel van revolutie en mij daar jarenlang ter plekke te houden. Uiteindelijk kan ik nog steeds niet mijn eigen adellijke ideeën negeren. Na dit alles kan ik nog steeds geen strijder worden van het proletariaat.”[39]

In plaats van de CCP-basis uit te breiden, verkoos CCP-leider Wang Ming tijdens de anti-Japanse oorlog, op advies van het Comintern, een vereniging met de KMT. Tijdens vergaderingen van de CCP konden Mao Zedong en Zhang Wentian[40] hun Partijgenoot niet van het tegendeel overtuigen, noch konden zij de waarheid van de situatie bekend maken: de slagkracht van het Rode Leger was niet sterk genoeg om zelfs maar één divisie van Japanners op eigen kracht tegen te houden. Indien de CCP toch, tegen de logica in, zou hebben besloten tot een gevecht, dan zou de geschiedenis van China er zeker anders uitgezien hebben. Er zat voor Mao niets anders op dan de vergaderingen in stilte uit te zitten. Wang Ming werd later eerst wegens een ‘afwijking naar links’ aan de kant gezet en vervolgens gebrandmerkt als een ‘Rechtse opportunist’.

Een andere partijleider, Hu Yaobang, die in januari 1987 werd gedwongen af te treden, had de steun van het Chinese volk voor de CCP teruggewonnen, door eerherstel te brengen aan vele onterecht beschuldigde slachtoffers van de Culturele Revolutie. Hij wilde het Communisme opnieuw geliefd maken bij de bevolking. Toch werd hij uiteindelijk aan de kant gezet.

Zhao Ziyang, de meest recentelijk gevallen Partijsecretaris[41], wilde de CCP dienen met nieuwe hervormingen, maar zijn inspanningen braken hem zuur op.

Dus wat heeft iedere leider van de CCP kunnen bereiken? Daadwerkelijk de CCP hervormen zou haar dood betekenen. Hervormingsgezinden zagen zichzelf snel buiten spel gezet door de CCP. Er bestaat een zekere limiet voor wat CCP-leden kunnen doen om het CCP-systeem te veranderen. Dus de kans dat de CCP met succes hervormd kan worden, bestaat niet.

Indien alle Partijleiders ‘slechteriken’ zijn geworden, hoe heeft de CCP de revolutie dan kunnen uitbreiden? In vele gevallen toen de CCP op haar best – en haar kwaadaardigst – was, schoten haar hoogste leiders in hun posities tekort. Dit kwam omdat hun mate van kwaadaardigheid niet de standaard kon halen van de Partij, welke keer op keer alleen het meest kwaadaardige verkoos. Het politieke leven van vele Partijleiders eindigde in een drama, maar de CCP daarentegen heeft overleefd. De CCP-leiders die hun posities wisten te behouden, waren niet diegenen die de Partij konden beïnvloeden, maar zij die de kwaadaardige bedoelingen van de Partij hadden begrepen en bereid waren die te volgen. Zij versterkten het vermogen van de CCP om te overleven in crisisperiodes en gaven zich volledig aan de Partij. Het is niet verwonderlijk dat zij streden met de hemel en aarde en vochten met hun medemens. Zij konden echter nooit de Partij tegenwerken. Zij zijn allen getemde werktuigen van de Partij, of op zijn meest compagnons gerelateerd aan de Partij.

Schaamteloosheid is een ‘wonderbaarlijke’ eigenschap geworden van de huidige CCP. Volgens de Partij waren alle fouten allemaal gemaakt door individuele Partijleiders, zoals bijvoorbeeld Zhang Guotao[42] of de ‘Bende van Vier’.[43] Mao Zedong werd door de Partij gequoteerd met ‘3 op 10’ missers, terwijl Deng Xiaoping zichzelf ‘4 op 10’ missers toekende, maar de Partij zelf trof nooit enige blaam. Zelfs al was de Partij fout, dan was zij het tenslotte nog steeds die de fout herstelde. Vandaar dat de Partij haar leden altijd het advies geeft om “vooruit te kijken” en “niet in verleden zaken verwikkeld te blijven”. Veel is veranderd: het ‘Communistisch Paradijs’ is omgevormd tot een socialistische weldoener, die voorziet in voedsel en huisvesting; Marxisme-Leninisme is vervangen door de ‘Drie Representaties’. Men zou er niet vreemd van moeten opkijken indien de CCP democratie zou gaan promoten, de vrijheid van geloof toegankelijk zou gaan maken, Jiang Zemin van de ene op de andere dag overboord zou gooien, of de vervolging van Falun Gong zou rechtzetten, indien zij dat noodzakelijk zou achten om de heerschappij te behouden. Er is één ding rond de CCP dat echter nooit verandert: het fundamentele nastreven van de doelstellingen van de Partij – het veiligstellen en behouden van haar macht en controle.

Om haar theoretische basis te leggen, heeft de CCP geweld, indoctrinatie onder hoge druk, en terreur met elkaar vermengd en hieruit vervolgens de aard van de Partij gestalte gegeven, de hoogste principes van de Partij, het temperament van haar leiders, het functioneren van het gehele Partijapparaat, en de criteria voor de gedragsvormen van alle CCP-leden. De Communistische Partij is zo hard als staal en haar disciplines zijn solide als ijzer. De intentie van al haar leden moet verenigd zijn en hun daden moeten volledig in overeenstemming zijn met de politieke agenda van de Partij.

Besluit

Waarom heeft de geschiedenis de CCP verkozen boven alle andere politieke groeperingen in China? Zoals wij allemaal weten bestaan er in deze wereld twee krachten, twee keuzes. De ene is het oude en kwaadaardige, wiens doel het is kwaad aan te richten en het negatieve te kiezen. De andere is het oprechte en goede, dat kiest voor het rechtmatige en het welwillende. De CCP werd gekozen door de oude krachten. De reden achter deze keuze is precies het feit dat de CCP al het kwaad in de wereld, zij het Chinees of buitenlands, oud of nieuw, in en rond zich heeft verzameld. Zij vormt een typische representatie van de kwaadaardige krachten. Om te kunnen bedriegen en zich stap voor stap een weg te kunnen banen naar haar huidige capaciteit om vernietiging te zaaien, heeft de CCP het grootste misbruik gemaakt van de aangeboren onschuld en welwillendheid van haar volk.

Wat bedoelde de Partij ermee toen zij beweerde dat er geen nieuw China kon zijn zonder de Communistische Partij? Sinds haar oprichting in 1921 tot en met het moment dat zij de macht greep in 1949 is er genoeg bewijs dat duidelijk aantoont dat de CCP zonder geweld en bedrog nooit aan de macht gekomen zou zijn. De CCP verschilt van alle andere soorten organisaties in het feit dat zij een verwrongen ideologie van het Marxisme-Leninisme volgt en doet wat zij wil. Zij verklaart alles wat zij doet met hoogdravende theorieën en koppelt deze op een listige wijze aan bepaalde bevolkingsgroepen om zo haar acties te ‘rechtvaardigen’. Zij verspreidt dagelijks propaganda en omkleedt zo haar strategieën met allerlei soorten principes en theorieën, die haar altijd en voor eeuwig in het gelijk stellen.

De ontwikkeling van de CCP is een proces geweest van het accumuleren van kwaad, zonder enige glorie dan ook. De geschiedenis van de CCP vertelt ons precies haar onwettigheid. Het was niet het Chinese volk dat de CCP koos; in plaats daarvan werd het buitenlandse kwaadaardige spook van het Communisme aan het Chinese volk opgedrongen door gebruik te maken van de kwaadaardige eigenschappen die zij erfde van de Russische Communistische Partij – kwaadaardigheid, bedrog, opruiing, het loslaten van het uitschot van de maatschappij, spionage, beroving, strijd, uitroeiing en overheersing.

Voetnoten

[1] Uit Shuowen Jiezi, Xu Shen (leefde van 58 n Chr. – 147 n. Chr. in de oosterse Han Dynastie).
[2] Uit Een collectie voetnoten uit de Analecta (Lunyu), Zhu Xi. Zie: http://www.confucius2000.com/confucius/lunyujzh7.htm (in het Chinees).
[3] Zie: http://www.epochtimes.com/gb/2/4/5/n181606.htm (in het Chinees).
[4] Letterlijke vertaling uit de Engelse versie van het communistische volkslied, De Internationale. In de Nederlandstalige versie van De Internationale zijn deze twee regels vertaald als: “Reedlijk willen stroomt nu over d’aarde. En die stroom rijst al meer en meer.”
[5] Uit Mao’s Rapport van een onderzoek naar de boerenbeweging in Hunan (maart 1927).
[6] De Chinese volkslegende, Het meisje met de witte haren, is het verhaal van een vrouwelijke onsterfelijke die in een grot leefde en supernormale vermogens bezat om deugd te belonen en ontucht te straffen, het rechtschapene te ondersteunen en het kwaad in toom te houden. In het ‘moderne’ Chinese drama, opera en ballet werd ze echter beschreven als een meisje dat werd gedwongen in een grot te vluchten nadat haar vader was doodgeslagen omdat hij had geweigerd haar uit te huwelijken aan een oude landheer. Ze kreeg wit haar door gebrek aan voeding. Dit werd één van de meeste bekende ‘moderne’ drama’s in China en zette aan tot klassenhaat tegen de landheren.
[7] ‘Lompenproletariaat’, ruwweg vertaald als achterbuurtbewoners. Deze term identificeert de klasse van verschoppelingen en gedegenereerde of ondergrondse elementen die een deel van de bevolking uitmaken in industriële centra. Het omvat bedelaars, prostituees, gangsters, afpersers, zwendelaars, tweederangs boeven, landlopers, langdurend werklozen of personen die niet tewerkgesteld kunnen worden, personen die door de industrie werden uitgestoten en allerlei soorten klasseloze, gedegradeerde of gedegenereerde elementen. Deze term werd uitgevonden door Marx in De klassenstrijd in Frankrijk, 1848–1850.
[8] Uit het Communistisch Manifest, Karl Marx en Frederick Engels (1848).
[9] Zie [5].
[10] Zhou Enlai (5 maart 1898 – 8 januari 1976) kwam qua bekendheid in de geschiedenis van de CCP op de tweede plaats na Mao. Hij was een leidende figuur in de CCP en premier van de Volksrepubliek China van 1949 tot zijn dood.
[11] Gu Shunzhang was oorspronkelijk één van de hoofden van het systeem van geheime agenten van de CCP. In 1931 werd hij gearresteerd door de KMT en hielp hij hen om veel van de geheime agenten van de CCP te ontmantelen. Alle acht leden van Gu’s familie werden later gewurgd en begraven in de Franse concessie in Shanghai. Zie The CCP’s History of Assassinations voor meer gerelateerde informatie: http://english.epochtimes.com/news/4-7-14/22421.html.
[12] De oorlog tussen de CCP en de KMT in juni 1946. De oorlog wordt gekenmerkt door drie opeenvolgende campagnes in Liaoxi-Shenyang, Huai-Hai en Beijing-Tianjin, waarna de CCP de heerschappij van de KMT omver wierp, wat leidde tot de oprichting van de Volksrepubliek China op 1 oktober 1949.
[13] Chiang Kai-shek was de leider van de KMT, werd later verbannen en werd uiteindelijk de heerser van Taiwan.
[14] Hu Zongnan (1896–1962), een inwoner van het gewest Xiaofeng (nu Anji) in de provincie Zhejiang, was opeenvolgend afgevaardigd commandant, waarnemend commandant en stafchef van het ‘Zuidwestelijke Leger’ en het ‘Administratieve Hoofdkwartier’ van de KMT.
[15] Li Xiannian (1909–1992), één van de hooggeplaatste leiders van de CCP. Hij was president van China van 1983-1988. Hij speelde een belangrijke rol in het helpen van Deng Xiaoping om diens macht terug te krijgen in oktober 1976 aan het eind van de Culturele Revolutie.
[16] Zie [5].
[17] Zie [5].
[18] Toen de CCP de hervorming van het land begon, categoriseerde ze het volk. Tussen de gedefinieerde klassen van vijanden staan intellectuelen naast landheren, reactionairen, spionnen, enzovoort, als ‘Nr. 9’ gerangschikt.
[19] Uit Speech during the Symposium to Commemorate the 100th Anniversary of the Birth of Ren Bishi, Hu Jintao (30 april 2004).
[20] Uit een gedicht van Sima Qian (van ongeveer 145–135 v. Chr. tot ongeveer 87 v. Chr.), een geschiedkundige en geleerde in de westelijke Han Dynastie. Zijn bekende gedicht zegt: “Iedereen moet sterven; iemand sterft ofwel gewichtiger dan het Taishan gebergte ofwel lichter dan een veer.” Het Taishan gebergte is één van de grootste gebergten in China.
[21] Uit On the People’s Democratic Dictatorship, Mao Zedong (1949).
[22] Uit Een synopsis van de financiële steun die Moskou heeft geleverd aan de Chinese Communistische Partij van de jaren 1920 tot de jaren 1940 (1), Yang Kuisong, nr. 27, webeditie van De 21ste eeuw (30 juni 2004), zie: http://www.cuhk.edu.hk/ics/21c/supplem/essay/040313a.htm (in het Chinees). De auteur Yang Kuisong was een onderzoeker van de eigentijdse geschiedenis aan de Chinese ‘Academie voor Sociale Wetenschappen’. Momenteel is hij professor aan de ‘Faculteit Geschiedenis’ van de universiteit van Beijing en tevens adjunct-professor aan de ‘Oostelijke Chinese Universiteit’.
[23] De ‘Noordelijke Expeditie’ was een militaire campagne in 1927 geleid door Chiang Kai-shek, met als bedoeling China te verenigen onder het bewind van de KMT en om de heerschappij van de lokale militaire leiders te beëindigen. De campagne was voor een groot deel succesvol in het behalen van deze objectieven. De CCP had gedurende de Noordelijke Expeditie een alliantie met de KMT.
[24] ‘De Nationale Revolutie Beweging’ is de revolutionaire beweging, gedurende de CCP-KMT alliantie, gekenmerkt door de Noordelijke Expeditie.
[25] Sun Yat-sen (1866–1925), stichter van het moderne China.
[26] Het ‘Nationale Revolutionaire Leger’, onder KMT controle, was het nationale leger van de Republiek van China. Gedurende de periode van de CCP-KMT alliantie bevatte het ook CCP-leden die zich bij de alliantie aansloten.
[27] Op 12 april 1927 initieerde de KMT, onder leiding van Chiang Kai-shek, een militaire operatie tegen de CCP in Shanghai en verschillende andere steden. Meer dan 5000 tot 6000 CCP-leden werden gevangen genomen en velen van hen werden gedood in Shanghai tussen 12 april en het einde van 1927.
[28] De streek van het Jinggangshan gebergte wordt beschouwd als de eerste landelijke revolutionaire basis van de CCP en wordt ‘de wieg van het Rode Leger’ genoemd.
[29] Zie [5].
[30] Zie [5].
[31] De Liaoxi-Shenyang, de Huai Hai en de Beijing-Tianjin veldslagen waren de drie grootste gevechten die de CCP voerde met de KMT in de periode van september 1948 tot januari 1949 en vele troepen van de KMT werden geëlimineerd. Miljoenen levens gingen verloren in deze drie veldslagen.
[32] Lin Biao (1907–1971), een van de hooggeplaatste leiders van de CCP, diende onder Mao Zedong als lid het Politbureau van China, als vice-voorzitter (1958) en als minister van het Ministerie van Defensie (1959). Lin wordt algemeen gezien als de architect achter China’s Culturele Revolutie. Lin werd aangewezen als opvolger van Mao, maar hij viel uit de gratie van de Partij in 1970. Volgens bepaalde geruchten zou hij betrokken geweest zijn in de voorbereidingen van een coup. Omdat hij zijn val zag aankomen, probeerde hij naar de U.S.S.R. te vluchten toen dit vermeende plot ‘ontdekt’ werd. Gedurende zijn poging om van gerechtelijke vervolging te ontsnappen, stortte zijn vliegtuig in Mongolië neer en vond hij de dood.
[33] Qu Qiubai (1899–1935) is een de van eerste leiders van de CCP en een bekend links schrijver. Hij werd op 23 februari 1935 gevangen genomen door de KMT en stierf op 18 juni van datzelfde jaar.
[34] De ‘Drie Representaties’ doken voor het eerst op in een toespraak van Jiang Zemin in februari 2000. Volgens deze doctrine dient de Partij altijd een representatie te zijn van de ontwikkelingstrend van China’s geavanceerde productieve krachten, van de oriëntatie van China’s geavanceerde cultuur, en van de fundamentele belangen van de allergrootste meerderheid van de Chinese bevolking.
[35] Zhang Bojun (1895–1969) was een van de stichters van de ‘Chinese Democratische Liga’, een democratische partij in China. Hij werd door Mao Zedong in 1957 geclassificeerd als ‘Rechtse Nr. 1’ en hij was één van de weinige ‘Rechtsen’, die niet in ere hersteld werden na de Culturele Revolutie.
[36] Luo Longji (1898–1965) was eveneens een van de stichters van de ‘Chinese Democratische Liga’. Hij werd door Mao Zedong in 1958 geclassificeerd als een ‘Rechtse’ en was ook één van de weinige ‘Rechtsen’ die niet in ere hersteld werden na de Culturele Revolutie.
[37] Pu Yi, met Mantsjoerijse naam Aisin Gioro (1906–1967), laatste keizer (1908–1912) van China, regeerde onder de naam Hsuan T’ung. Na zijn troonafstand gaf de nieuwe republikeinse regering hem een aanzienlijk overheidspensioen en stond hem toe te wonen in de ‘Verboden Stad van Beijing’ tot 1924. Na 1925 verbleef hij in de Japanse enclave in Tianjin. In 1934 werd hij, regerend onder de naam K’ang Te, keizer van de Japanse vazalstaat Manchukuo, beter bekend als Mantsjoerije. Hij werd in 1945 gevangen genomen door de Russen en verbleef in hun hechtenis. In 1946 verklaarde Pu Yi voor het tribunaal voor oorlogsmisdaden in Tokyo dat hij gebruikt was door de Japanse militaristen en niet, zoals men hem beschuldigde, een boegbeeld was van Mantsjoerijse vastberadenheid. In 1950 werd hij overgedragen aan de Chinese Communisten en werd gevangen gehouden in Shenyang tot Mao hem in 1959 amnestie verleende.
[38] Dit was een gebeurtenis tijdens de interne machtsstrijd binnen de CCP in 1930 waarbij Mao opriep tot het vermoorden van duizenden Partijleden, leden van de Rode Garde en onschuldige burgers in de provincie Jiangxi in een poging om zijn macht te verstevigen in de door de CCP beheerste gebieden.
[39] Van Qu Qiubai, uit Enkele Woorden Meer, op 23 mei 1935 kort voor zijn overlijden op 18 juni.
[40] Zhang Wentian (1900–1976), sinds de jaren 1930 een belangrijke leider van de CCP, was vice-minister van Buitenlandse Zaken van China van 1954 tot 1960. Hij werd tot de dood vervolgd in 1976 gedurende de Culturele Revolutie. Hij werd in ere hersteld in augustus 1979.
[41] Zhao Ziyang, laatste van de tien secretaris-generaals van de CCP, werd afgedankt wegens zijn protest tegen het gebruik van geweld om de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 te onderdrukken
[42] Zhang Guotao (1897–1979), een van de stichters van de CCP, werd ontslagen uit de CCP in april 1938. Hij verhuisde in november 1948 naar Taiwan en vervolgens naar Hong Kong in 1949. Hij emigreerde naar Canada in 1968.
[43] De ‘Bende van Vier’ bestond uit Mao Zedong’s vrouw Jiang Qing (1913–1991), Zhang Chunqiao (1917–1991) van het Ministerie van Propaganda van Shangai, literair criticus Yao Wenyuan (1931) en veiligheidsagent Wang Hongwen (1935–1992) uit Shanghai. Zij kwamen aan de macht gedurende de Culturele Revolutie (1966–1976) en domineerden de Chinese politiek in de vroege jaren ‘70.

"Negen Commentaren op de Communistische Partij" is een special van de Epoch Times