De recente geschiedenis leert dat genocide en massamoord niet enkel worden uitgevoerd door autocratische heersers alleen. Deze misdaden tegen mensheid vereisen de steun en mobilisatie van een groot gevolg en de bereidwilligheid van de meeste anderen om de andere kant op te kijken. Hoeveel tienduizenden Duitsers in Nazi-Duitsland hadden niet een functie in de doodskampen, bestormden ’s nachts de huizen van Joden en beschoten gewillig talloze anderen? Hoeveel van de Communistische troepen van de Rode Khmer waren er nodig om 1 à 2 miljoen mensen in vier jaar tijd te doden in Cambodja, midden jaren ‘70? En hoeveel echtgenoten, vaders en zonen namen hun machetes en andere werktuigen op om de Tutsi’s in 1994 af te slachten in Rwanda?
Wie waren deze mensen die zo vele van hun medemensen zouden folteren en doden en wat dreef hen zover? Een volledig antwoord op deze vraag zou wellicht een diepgaande studie van historische context, psychologische factoren, enzovoort vereisen, maar er is één element dat identiek is in elk van deze tragedies en er een vitale rol in speelt: de media.
 | | Hitler zaait "de zaden van de vrede". Een schoolvoorbeeld van propaganda. |
|
Wapens van massamisleidingOf het de ontmenselijking van Joden in de Nazieretoriek is of de schrille oproepen aan de Rwandezen om de Tutsi’s uit te roeien, de rol van de media in massafoltering en -moord is onmiskenbaar. In elk van deze hoofdstukken van de geschiedenis werden de media benut om twee fenomenen te bewerkstelligen: 1) het demoniseren van de doelgroep tot een dergelijke omvang dat zij niet langer als mensen worden gezien, wat hun “uitroeiing” niet alleen begrijpelijk, maar zelfs wenselijk maakt; en 2) het koppelen van de vernietiging van een groep aan een patriottische, nationale of etnische reden, wat de affectie van een volk voor hun natie of etnische afkomst kanaliseert in de “uitroeiingscampagne”.
Tragisch genoeg gebeurt hezelfde vandaag in China, waar de media worden benut om te demoniseren en om nationalisme op te wekken, om geweld tegen een groep te rechtvaardigen en te doen opflakkeren. Tienduizenden werden gefolterd. Duizenden zijn dood en het dodental stijgt dagelijks.
In 1992 werd een Chinese spirituele praktijk van lichaamsoefeningen en meditatie, bekend als Falun Gong, welke “Waarachtigheid, Mededogen en Verdraagzaamheid” onderwijst, voor het eerst aan het Chinese publiek voorgesteld. Als deel van de traditionele cultuur van China werd het vrij in parken en andere publieke plaatsen onderricht en mondeling verspreid. De gezondheidsvoordelen dreven het voorbij de grenzen van leeftijd, klasse en ras. Tegen 1998 werd het beoefend door ongeveer 100 miljoen mensen.
Vrezend dat de populariteit van Falun Gong zijn eigen erfenis overschaduwde, verbood de toenmalige Chinese leider Jiang Zemin in 1999 de praktijk en stelde een beleid in om het te “verdelgen” en gebruikte systematische foltering op Falun Gong beoefenaars. Om het algemene publiek te doen meewerken aan het “gevecht” tegen Falun Gong, werden de Chinese staatsmedia in hun volle capaciteit benut om de praktijk te demoniseren en om de vervolging van Falun Gong te verdraaien in een campagne om China te “verdedigen”.
Volgens de Epoch Times zijn in China meer dan 300.000 nieuwsartikelen en programma's “gepubliceerd of uitgezonden, die Falun Gong viseren en besmeuren” gedurende een periode van zes maanden. De laatste vijf jaar hebben Chinese televisiestations talrijke propagandamarathons gehouden om de praktijk te belasteren - sommige programma’s lopen zelfs 24 uur per dag. En de desinformatiecampagne reikt voorbij de door de staat gerunde mediabureaus: schoolkinderen worden gedwongen gedichten op te zeggen die Falun Gong aanvallen; toelatingsexamens aan de universiteit bevatten tientallen vragen die de praktijk bekritiseren; treinkaartjes bevatten beschuldigende verzen; stripalbums bespotten de praktijk; en werkplaatsen houden verplichte vaste “studiesessies” over dit onderwerp. De volledige maatschappij is dus in een anti- Falun Gong woede ondergedompeld.
Vandaag zijn er meer dan 35.000 gedocumenteerde gevallen bekend van Falun Gong beoefenaars die in gevangenschap gebrutaliseerd of gefolterd werden. Miljoenen huizen werden doorzocht, met moeders en vaders, grootmoeders en grootvaders die werden weggesleurd en waar nooit meer wat van gehoord werd. Een geschatte 2 miljoen mensen wordt vastgehouden in arbeidskampen en detentiecentra verspreid over China. Duizenden werden doodgefolterd.
Vandaag, zoals in Nazi-Duitsland, de Rode Khmer in Cambodja en het genocidegeplaagde Rwanda, is de media een drijvende kracht die de Chinese bevolking ertoe brengt een moorddadige oorlog tegen zichzelf te voeren, terwijl het talloze anderen ertoe aanzet stilletjes en schaamtevol te pretenderen dat er geen vuiltje aan de lucht is.
 | | Mevr Ren Shujie werd drie jaar lang gefolterd in een werkkamp omdat zij Falun Gong beoefende. Ze werd halfdood thuisgebracht, en stierf enkele maanden later op 42-jarige leeftijd. |
|