HomeNegen CommentarenGeschiedenisOpzeggingenNieuwsarchiefVideosInternationaal

De laatste gevaarlijke periode binnengaan

Hu Jintao en Wen Jiabao verkiezen het misdadige leven van de CCP boven alles


Het volgende is een  afschrift van een recent telefooninterview met mensenrechtenadvocaat Gao Zhisheng. Gao wordt momenteel door speciale agenten belegerd. 

Gao Zhisheng
Vandaag is het de 198ste dag sinds het Chinese communistische regime haar gangsterstijl methoden begon te gebruiken om mijn familie te belegeren. Wij begonnen met onze beurtroutine van 24 uur hongerstaking om 6:00 h.

Meer en meer vertonen Hu en Wen schijnbare tekenen dat zekerder zijn van zichzelf dan ooit tevoren dat zij uiteindelijk zullen zegevieren in de machtsstrijd binnen het Chinese communistische regime. De woorden en acties van de twee leiders vandaag geven aan dat de huidige toestand, ogenschijnlijk in hun voordeel, de start van het snelle einde van hun politieke leven is en van de heerszuchtige regering waardoor zij geobsedeerd zijn geweest.

Hu en Wen hebben de recente discrete viering van de bouw van de Drieklovendam niet bijgewoond, een project dat voor meer dan een decennium geprezen werd door het Chinese communistische regime. De publieke opinie speculeerde dat de twee hoogste leiders van China niet geassocieerd wilden worden met een project dat rampzalig uit zou kunnen draaien voor de natie en dat is duidelijk een juist besluit. De andere kant van het verhaal duidt nochtans aan dat Hu en Wen zeker zijn dat ze de bovenhand hebben in hun gevecht voor macht met de Jiang factie. Twee jaar geleden zou het onvoorstelbaar voor hen geweest zijn om bij zo'n een gebeurtenis niet aanwezig te zijn.

Schijnbaar hadden Hu en Wen hun politieke carrières, reputaties en hun levens niet onderworpen aan de misdadige groep van Jiang wat deze kwestie betreft, zoals ze deden bij de gruwel van Sujiatun in april jongstleden. Maar als we beoordelen wat die twee deden (of niet deden) bij de gruwel van Sujiatun, legden zij hun harde kant bloot: zij plaatsten het misdadige leven van de Chinese communistische regimes vóór alle andere waarden waar zij aan vasthouden. Hun reactie (of beter: niet reageren) op de gruwel van Sujiatun dicteren dat, behalve een breuk met het Chinese communistische regime, er geen beduidende verandering van hun rol en plaats in de geschiedenis zal zijn als ze geen andere keuze maken, om het even hoe wijs ze zouden lijken.

Hadden Hu en Wen anders gehandeld, zou het schandelijke en kwade leven van het Chinese communistische regime tot een onmiddellijk eind gekomen zijn. Het pad dat de twee kozen, toonde nochtans dat zij onwillig zijn om zo'n een einde te zien en het bevestigde dat zij naar het einde op dit dodelijke pad van dictatuur zullen lopen.

Hun onredelijkheid manifesteert zich niet alleen in hun ideologie, namelijk een volledige onderdrukking van de vrijheden van meningsuiting van mensen maar ook, erger nog, in hun onmenselijkheid wanneer zij studenten vermoordden op het Plein van de Hemelse Vrede in juni 1989, Falun Gong beoefenaars in koelbloedig verpletterde en familiekerkbezoekers vervolgden. Hun benadering tot de Falun Gong kwestie is bijzonder lachwekkend; zoals Ma Ying-jeo, voorzitter van de Nationalistische Partij onlangs zei: "Dit had van in het begin geen kwestie moeten zijn.” Vandaag de dag gaat het regime onder Hu en Wen verder met het brutaal onderdrukken van Falun Gong, een cultivatiepraktijk die goedkeuring en aanvaarding in meer dan 80 landen gewonnen heeft; dat geeft enkel de ontoereikendheden aan van hun menselijke natuur en denken.

Een andere degraderende en gevaarlijke stap die de twee namen, bevond zich op het vlak van personeelsbenoemingen. Het afgelopen jaar heeft Hu brutaal zijn toevlucht gezocht bij nepotisme, een gebruik dat ongeremd werd toegepast in het Jiang tijdperk. Hoewel hij min of meer de schikking in het Partijsysteem heeft behouden dat van de Jiang fractie werd overgeërfd, ondernam Hu een aantal stappen om plaatselijke beambten te vervangen door zijn aanhangers, een gewaagd plan om de centrale regering met de provinciale te omringen; dit duidt enkel aan dat hij onwillig is om de beambten van het vorige tijdperk rond hem te behouden. Zo'n agressiviteit naar de aanhangers van Jiang zou een potentieel gevaar ook voor Hu kunnen zijn.

De gevaren waar Hu en Wen voorstaan zijn niet beperkt tot het hierboven genoemde. Een andere onverstandige benadering, en dus een realistisch gevaar voor de twee, is hun opzettelijke blindheid voor politiebrutaliteit. Zij staan er openlijk bij, of moedigen zelfs de confrontatie tussen politie en volk aan en gebruiken onwettige arrestaties en andere bruutheden in plaats van alle andere middelen om met de complexe, multipolaire en sociale problemen om te gaan. Iemand die juist van hart is zou beseffen dat dit, in plaats van het oplossen van het probleem, het ingewikkeld maken is.

Een andere mogelijkheid die niet kan worden uitgesloten is dat Hu en Wen zich volledig realiseren dat zij geen middelen ter beschikking hebben om het Chinese communistische regime aan haar doodsbed te doen herleven en enkel de wens hebben om haar leven zo lang mogelijk te verlengen en klaar te zijn om samen met de Partij te sterven die hen gedurende hun hele leven gevoed heeft. Ik ga niet akkoord dat zij samen met deze kwade Partij willen sterven. Alle dictators, in de geschiedenis of vandaag, denken dat bloedig geweld en leugens hun heerschappij zouden kunnen voor de val behoeden. Het is slechts dat zij dit niet kunnen en niet willen denken aan het tragische einde van alle dictators zonder uitzondering.

Vandaag zal niemand toestaan dat het Chinese communistische regime verdergaat op het pad van de één-partij regel die niet past in de moderne beschaving. Dat besluit is gekomen uit een anoniem telefoongesprek dat ik niet lang geleden met een politieagent voerde.

Ik kreeg onlangs een anoniem telefoongesprek, vermoedelijk van een politieagent, dat zei dat in het verleden het de Partij was die de politie leidde, maar dat nu de Partij enkel de leiders van de politie kan leiden en die leiders worden door politieagenten onder hen, ook "geleid". Verward vroeg ik hem om verheldering. Hij vertelde mij: "Over de afgelopen jaren van onderdrukking van Falun Gong heeft de politie op laag niveau grote hoeveelheden bewijsmateriaal tegen de 610 Kantoren en hun leiders verzameld. Het publiek kan niet begrijpen waarom gerechtigheid niet is geschied voor die gewone officieren die verkrachten en moorden. Intern weten we dit heel goed. Hoewel de politie vele privileges had vóór de onderdrukking van Falun Gong, had niemand in het openbaar mensen durven te verkrachten en te doden. Maar nu doen zij dit wel. Zelfs al hebben zij toch zo'n misdaden begaan, niemand kan hen straffen. Eigenlijk weet iedereen binnen de cirkel dat in het onderdrukken van Falun Gong gewone officieren het bewijs in hun handen hebben tegen hun meerderen. 'Op welke gronden straft u ons, gewone agenten?' Indien de meerderen hen zouden moeten straffen, zouden zij de misdaden openbaren die deze meerderen gepleegd hebben. Dit is hoe het is in het politiesysteem over heel het land. 'Aangezien meerderen de leiding namen in het breken van de wetten en voorschriften en indien zij mensen zouden kunnen doden en kunnen beroven, waarom  dan niet wij?' Die meerderen hebben misschien niet verwacht dat dit zou gebeuren. Wij weten niet of zij betreuren dat de dingen zo ver zijn gegaan, maar onder het huidige systeem kan niemand de realiteit veranderen. Het enige dat we doen kunnen, is leven van dag tot dag".

Dit is een situatie die de meesten niet verwacht hadden, maar het is echt en alarmerend. Het is een misdadige toestand die door de menselijke maatschappij niet geduld kan worden. Maar het is een realiteit dat zelfs een gewone agent kan zien dat "onder het huidige systeem niemand kan veranderen," en het toont aan dat wat Hu en Wen voor zwoegen om te behouden, gedoemd is te mislukken. Hun koppigheid en halsstarrigheid bewijzen enkel zijn zij hun laatste gevaarlijke periode binnengegaan.





"Negen Commentaren op de Communistische Partij" is een special van de Epoch Times