Het is niet zo bekend, maar samen met China’s explosieve economie rezen er ook veel conflicten, voornamelijk op het platteland. De groeiende interne onrust in China werd tijdens een hoorzitting van het congres in het Capitool van Washington besproken op woensdag 2 februari.
 | MIJMEREN OVER DE INTERNE ONRUST IN CHINA: Dr. Albert Keidel, voormalig Afgevaardigd Directeur voor het kantoor van de Oost-Aziatische Naties aan het Departement van de Schatkamer in de VS, getuigt voor de VS-China Economische- en Veiligheidscommissie op 2 februari in het Longworth Huis Kantoorgebouw in Washington, D.C.
|
|
Dit panel was één van verschillende hoorzittingen die door de VS-China Commissie werden gesteund aangaande grootse uitdagingen om het Chinese leiderschap te confronteren. Het geweld, de "spontane" rellen, de verwondingen en de doden zijn uitgebreid en onbetwistbaar. De Minister van Openbare veiligheid van China erkende de laatste maand dat het jaar 2005 87.000 "incidenten" van onrust telde die betrekking hadden op 15 of meer mensen, wat een toename van 6,5% ten opzichte van 2004 was. "Dit betekent dat op elke gegeven dag de staat met 240 of meer opstanden of incidenten van onrust ergens in het land moet omgaan," zei Joshua Muldavin, thans een professor van de Sarah Lawrence Universiteit en die 8 jaar van zijn leven spendeerde in het landelijke China.
Het aantal incidenten bericht door de Chinese regering neemt ook toe. In 1993 was het aantal 8.700. Dus vertegenwoordigt 2005 een toename van het tienvoudige. Nochtans is het onduidelijk wat de cijfers precies meten. Albert Keidel, van het Carnegiefonds voor Internationale Vrede, zei dat hij geen enkel rapport had gezien dat deze incidenten opdeelde door "aard, reden, locatie, niveau van geweld of uiteindelijke resolutie." Niettemin probeerden drie China experts, met de beperkte informatie verkrijgbaar waarvan de meeste anekdotisch is, de Commissie uit te leggen waarom er zo veel interne onrust is, vooral in de rurale gebieden waar 800 miljoen boeren wonen.
De getuigenis van professor Muldavin concentreerde zich op een recente opstand en slachting in de snelgroeiende Guangdong Provincie in zuidelijk China, waarvan hij zegt dat ze "symptomen heeft van diepe structurele sociale- en milieuproblemen die de Chinese staat en haar gekozen ontwikkelingspad uitdagen". Er werd door de westerse media bericht dat er twintig protesterende dorpsbewoners werden gedood door politie over een dispuut van de regering die landbouwgrond opeiste voor een elektriciteitscentrale. Muldavin legde uit dat boeren in Dongzhou, Guangdong de toegang tot de elektriciteitscentrale vorige december blokkeerden "enkel nadat jaren van petitie en vreedzame protesten gefaald hadden om de beloofde compensatie voor hun verloren land te krijgen.”
Professor Muldavin legde uit dat "het verlies van landbouwgrond een tijdbom is.” Het opeisen van land van boeren voor het belang van ontwikkeling van nieuwe industrieën en infrastructuur, "vermindert hun minimale basis voor levensonderhoud en laat hen met zogenaamd 'twee-mondsland’ dat geen familie van vijf kan voeden en dwingt dus leden van vele huisgezinnen zich bij de 200 miljoen Chinese migranten te voegen die op zoek zijn naar werk over heel het land …" Het eigen onderzoek van Dr. Muldavin leerde dat sommige huisgezinnen zelfs deze kleine hoeveelheid land voor hun levensonderhoud hebben verloren, zich aansluitend bij 70 miljoen boeren zonder land.
"Boeren verliezen hun land aan wegen, elektriciteitscentrales, dammen, fabrieken, stortplaatsen en woningprojecten … de compensatie voor landonteigening is minimaal en bij lange na niet genoeg om het verloren levensonderhoud in een landelijke maatschappij zonder [welzijn] te vervangen.” Muldavin gelooft dat deze omstandigheden met onontvankelijke gemeenteraden de inwoners dwingen wanhopige maatregelen uit te proberen om zich te beschermen. In het algemeen Professor gelooft Muldavin dat de snelle groei van China een keerzijde heeft dat het Westen in het rurale binnenland niet ziet. In deze dynamiek, "heeft de staat veel van haar legitimiteit verloren bij de meerderheid van het land en wordt nu uitgedaagd door [verschillende] vormen van weerstand".
Een andere oorzaak van landelijke onrust stamt uit de milieuvervuiling, bijvoorbeeld het recente, vaak gepubliceerde incident in de Heilongjiang provincie in het noordoosten. Muldavin herinnerde zich de tijd die hij spendeerde in de jaren ‘80 langs de banken van de Songhua Rivier toen hij purper vervuild bronwater dronk, in een dorp met geen andere waterbron dan degene die vervuild was door een kleine plaatselijke fabriek. "De keuze voor de boeren was of het water drinken of zich vervoegen bij de 200 miljoen boeren die werk zochten in de steden van China.”
Muldavin concludeerde dat de fenomenale groei van het land "werd bereikt door het verwoesten van de landelijke basishulpbronnen.” Hij riep de internationale gemeenschap op om druk op China te zetten om "het sociaal en ecologisch vernietigende industriële platform van China" te veroordelen. Hij bekritiseert de neiging om protest te uiten over sommige giftige nieuwsfeiten of om de schuld bij corrupte plaatselijke ambtenaren te leggen wanneer het in feite het hele industriële systeem van China is dat "buitengewoon ongeregulariseerd" is.
Dr. Keidel was twijfelachtiger en minder agressief in zijn beoordelingen betreffende de oorzaken van de interne onrust in China. Hij vond het waarschijnlijk dat de snelle groei van "incidenten" in 2004, bericht door het regime, correleerde met de "voornamelijk snelle groei" van dat jaar…en "elektrische stroomtekorten" die zodanig begeleid worden door de nood aan meer elektriciteit dat "de natuur en de pas van deze razendsnel opkomende activiteit wijdverspreid ongenoegen veroorzaakten".
Hij weidde uit over vele vormen van sociale onrust met een economische basis. Dr. Keidel zei dat "werkers herhaaldelijk de wet in hun eigen handen nemen om te protesteren tegen ontslagen en onbetaalde lonen. Bijvoorbeeld in november 2004, toen werkers aan een fabriek in Zuid-China hun bazen gijzelden voor onbetaalde lonen…"
Keidel ziet de urgentie van de regering niet te handelen om de onevenredige last in de landelijke gebieden te verlichten waar Dr. Muldavin over sprak. Hij denkt dat de regering zal antwoorden zo goed ze kan op basis van geval per geval en minder hard antwoordt op sommige plaatsen, terwijl op andere plaatsen men met overweldigende macht zal handelen, afhankelijk van hoe de crisis het beste op te lossen. Hij verwachtte dat de berichtgeving in de media zal verdergaan met het censureren van informatie over de omvang en de ernst van incidenten en dat de centrale regering via plaatselijke beambten zal heersen om dingen onder controle te houden.
David Welker, van het Internationale Broederschap van Vrachtwagenchauffeurs, zei dat toen China erover dacht om deel te nemen aan de WTO, de aard van de noodzakelijke "hervormingen" besproken werd en er zelfs binnen de Chinese Communistische Partij over werd gedebatteerd. Toch werd deze interne discussie "door de Jiang [Zemin] kliek onderdrukt" en het werd beslist "om voorwaarts te ploegen met het bijschroeven van economische verschuivingen onder een één-partij administratieve en wettelijke structuur die geen echt mechanisme heeft om te luisteren naar de steeds luidere stemmen van onteigende mensen.” Hij merkte op dat de verrijking door corruptie de belangrijkste factor is die partijleden loyaal doet blijven aan het huidige beleid.
Welker gelooft dat het tekort aan vakbonden in China het volk kwetsbaar heeft gelaten voor 20e eeuwse kwesties zoals kinderarbeid en de afwezigheid van veiligheid op de werkplaats. "Er is geen reden om in de welwillendheid van de [Chinese Communistische Partij] te geloven om in te grijpen en de basis arbeidstekorten te verlichten," of de Partij wetten op minimumlonen of maximum werkuren te zien afdwingen.
Het driejaarrapport van de Commissie aan het Congres, de afschriften van haar openbare hoorzittingen, onderzoekspapieren en economische verwante gegevens en vertalingen van relevante Chineestalige materialen zijn online verkrijgbaar op
www.uscc.gov.