Op 16 maart werd er in de senaat van de VS een discussie gehouden om al dan niet een onderzoek naar het kamp op te starten. Ondertussen hadden enkele andere Westerse media over het nieuws gerapporteerd.

Op 27 maart bracht de Chinese staatsmedia als hoofdpunt het nieuws dat de CCP een nieuwe wet had uitgevaardigd om de handel in menselijke organen aan banden te leggen. Deze legislatie zou echter pas op 1 juli 2006 van kracht gaan. Het leek op een stilzwijgende schuldbekentenis van de CCP.

De volgende dag echter, op 28 maart, ontkende Qin Gang, woordvoerder voor het CCP Ministerie van Buitenlandse Zaken, publiekelijk het bestaan van het Sujiatun concentratiekamp in Shenyang tijdens een routine persconferentie. Hij nodigde journalisten uit de plaats te komen inspecteren. Klaarblijkelijk waren de 20 dagen sinds het nieuws werd bekendgemaakt, genoeg voor de CCP om snel alle bewijsmateriaal van haar misdaden te verwijderen.